Europeanen, open jullie ogen. In 2050 zullen jullie maar zes procent van de wereldbevolking uitmaken, terwijl dat begin 18e eeuw twintig procent was. Allemaal samen zijn jullie maar piepklein. Binnen jullie individuele landen zijn jullie minuscuul! Zelfs Duitsland, de nieuwe economische en demografische reus van de Unie, vertegenwoordigt momenteel slechts één procent van de mensheid, en dat zal in de toekomst nog minder worden. Tegelijkertijd is het Afrikaanse continent van 180 miljoen inwoners in 1950 naar meer dan 1 miljard nu gegaan. En over 35 jaar zal de Afrikaanse bevolking waarschijnlijk meer dan 2 miljard bedragen. Demografie is zeker niet alles, want de invloed van Singapore kan niet worden afgemeten aan de omvang van zijn bevolking. Maar het is wel een belangrijke factor.

De Europeanen hebben de Unie nu meer dan ooit nodig, niet alleen omdat ze vergeleken met andere continenten met steeds minder zijn, maar ook omdat de wereld om hen heen steeds onzekerder wordt. Amerika verwijdert zich, moegestreden door zijn kostbare en onzekere militaire avonturen in het Midden-Oosten en waarschijnlijk ook gerustgesteld vanwege zijn onafhankelijkheid van energiebronnen vanaf 2020 dankzij schaliegas en -olie. Rusland zoekt toenadering, maar niet in de goede betekenis van het woord, want het draait niet om waarden, maar eerder om imperialistische ambities. Het heeft Oekraïne nooit opgegeven en laat Kiev aan de leiband lopen. Dit is niet de terugkeer van de Koude Oorlog, want Rusland is de USSR niet, maar in het oosten zijn er wel nieuwe, verontrustende ontwikkelingen gaande.

Spanningen nemen toe

Het Midden-Oosten is sinds het begin van de Arabische lente in een proces van fragmentatie gekomen. Met betrekking tot de Arabische revoluties kunnen we een parallel trekken met de Franse Revolutie, maar ook met de godsdienstoorlogen die halverwege de 16e eeuw tot halverwege de 17e eeuw in Europa werden uitgevochten en waarbij het bloed rijkelijk vloeide, want sjiieten en soennieten vervullen nu de rol van protestanten en katholieken indertijd. Maar in werkelijkheid wordt het Sykes-Picotverdrag van 1916 [over de verdeling van het Midden-Oosten na de Eerste Wereldoorlog] onder onze ogen verkwanseld en met dit verdrag verdwijnt het hele evenwicht waarop het Midden-Oosten berustte, achter de eenheid van landen zoals Irak, Syrië en Libië.

In Azië tot slot nemen de spanningen zienderogen toe. Van Tokio tot Beijing en Seoul vragen de Aziatische elites zich ongerust af of 2013 voor hun continent niet het equivalent is van wat 1913 voor Europa was, het jaar dat voorafging aan de Eerste Wereldoorlog. Niemand wil een gewapend conflict, maar niemand steekt ook maar een poot uit om te voorkomen dat er per ongeluk een oorlog uitbreekt in de Chinese Zee.

Wat doet Europa tegenover een internationale omgeving die steeds gevaarlijker wordt? Het trekt zich in zichzelf terug en geeft de opkomst van het populisme binnen zijn gelederen vrij spel.

Burgers zijn gedesillusioneerd

In 1994 kwam in Groot-Brittannië een film uit die een doorslaand succes was: Four weddings and a Funeral met in de hoofdrol Hugh Grant. Vandaag de dag moeten we om de Europese realiteit te beschrijven waarschijnlijk spreken over “Vier scheidingen en geen begrafenis”.

We hebben nu namelijk te maken met vier scheidingen die steeds dieper worden binnen de landen van de Europese Unie. De eerste, de belangrijkste, is de scheiding tussen de maatschappij en haar elites, ongeacht of deze nu nationaal of ‘Brussels’ zijn. Deze scheiding is voorafgegaan aan de economische en financiële crisis die in 2007 begon. De [negatieve referendums in 2005] in Frankrijk en in Nederland over de Europese grondwet zijn hiervan het bewijs. Door de crisis is de kloof alleen maar groter geworden tussen een Europees project waarvoor niemand meer warm loopt – behalve niet-Europeanen of niet-leden van de Unie zoals Oekraïne – en burgers die gedesillusioneerd zijn geraakt door de politiek en politici.

Afgezien van Polen gaat het slecht met de landen uit Oost- en Midden-Europa die tussen 2004 en 2005 zijn toegetreden, zowel op economisch als op politiek gebied

De tweede scheiding is geografisch van aard en bestaat tussen een succesvol Europa van het Noorden met Duitsland op kop en een falend Europa van het Zuiden naar het voorbeeld van Griekenland, ook al blijft Athene gelukkig nog een uitzondering in zijn categorie. Aan deze scheiding tussen Noord en Zuid zouden we voortaan nog een scheiding tussen West en Oost moeten toevoegen. Want afgezien van Polen gaat het slecht met de landen uit Oost- en Midden-Europa die tussen 2004 en 2005 zijn toegetreden, zowel op economisch als op politiek gebied.

Kunstmatig evenwicht

De derde scheiding is een ‘situationele scheiding’ tussen de landen die de twee pijlers van de Unie vormden, namelijk Frankrijk en Duitsland. Om het recht voor zijn raap te zeggen: Parijs kan zich niet meer meten met Berlijn. Weliswaar kan de terughoudendheid van Duitsland qua machtsuitoefening op het internationale toneel een zeker evenwicht tussen beide landen herstellen. Maar dit is een kunstmatig evenwicht. Sinds 1995 en de dood van François Mitterrand kon geen enkele president van Frankrijk meer tippen aan een bondskanselier van Duitsland. We hoeven dan ook niet verbaasd te zijn dat Frankrijk gevaarlijk opschuift richting het zuiden van Europa en diens problemen en zich verwijdert van het Noorden van Europa met zijn successen.

De vierde scheiding, die [tussen Groot-Brittannië en Europa] (3302841), maakt de derde nog problematischer. Parijs kan niet meer op Londen steunen om een tegenwicht te bieden aan Berlijn, want Londen verwijdert zich steeds meer van het continent, met als klapstuk waarschijnlijk een referendum over Europa in 2017.

Er zal geen begrafenis zijn als Europa, dat materieel gezien ver boven zijn stand heeft geleefd, maar ver onder zijn kunnen op politiek, intellectueel en zo niet spiritueel gebied, de helderheid van geest en de moed terug zal vinden om het hoofd te bieden aan een crisis die bovenal ethisch van aard is. De Europeanen hebben geen andere keuze dan te blijven geloven in Europa en in zijn buitengewone mix van eenheid en verscheidenheid, omdat ze dat meer dan ooit nodig hebben.