Hoewel het niet ontbreekt aan uitdagingen, blijft een verward Europa zijn zelfgenoegzame houding koesteren. Wat de gevolgen van klimaatverandering, slinkende natuurlijke rijkdommen, massa-immigratie, militante islam, een Amerika in verval en China als opkomende macht ook mogen zijn, één ding is duidelijk: onze huidige manier van leven is onhoudbaar. Voor het eerst moeten zulke veranderingen op mondiaal niveau worden besproken en aangestuurd. Dat Europa in zijn huidige opzet de eenheid, visie en moed kan vinden om hieraan een bijdrage te leveren, is moeilijk voor te stellen. Het enige alternatief is, helaas, oorlog.

In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw, toen de Europese Gemeenschap zich uitbreidde en haar positie versterkte, had ik al mijn bedenkingen bij dit proces. Doordat ik sinds ik volwassen ben in Italië woon, ben ik niet verworden tot een typisch Engelse scepticus die de restanten van het Britse imperialisme heeft willen conserveren. Het was de op angst berustende, defaitistische toon van de retoriek die ontmoedigend werkte. Door de angst voor een nieuwe onderlinge oorlog, hielden we elkaar vast in een eindeloze bureaucratie van commerciële regels en voorschriften; door de angst voor dreigingen van buitenaf, vormden we samen een solide blok tegen agrarische producten uit Afrika, industriële producten uit China en het Russische imperium in het oosten.

Landen sloten zich bij Europa aan, niet omdat ze zich bekeerd hadden tot een stimulerende, vitale ideologie, maar omdat ze realisten waren die over de voorwaarden voor overgave onderhandelden. Hoewel ze ervan overtuigd waren dat dat een aparte nationale lotsbestemming een delirium uit het verleden was, klampten zich toch uit alle macht aan elk restantje soevereiniteit vast. Een geruststellende gedachte was dat Europa nooit de diepgewortelde loyaliteit heeft voortgebracht, die mensen aanspoort om voor een vlag te sterven; de Gemeenschap doet niet aan verering van martelaren. Minder positief was dat haar enige drijfveer gekenmerkt werd door bureaucratie: er was geen trots, gekozen machtscentrum dat verantwoordelijkheid voor onze gezamenlijke toekomst nam. Er klonken mooie woorden over gelijkwaardige mensen die zich aan een collectieve bestemming verbinden, maar in de praktijk werden de besluiten ingegeven door de wisselende vijandschappen en allianties tussen Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië. Rotsvast in het Europese project geloven, is nooit eenvoudig geweest.

Een stemming van behoudzucht en bekrompenheid overheerst

In Italië lagen de hypocrisie en het opportunisme er duimendik bovenop: Europa bood een retoriek van piëteit en vooruitgang waardoor een echte discussie nooit van de grond kwam. De Europese instellingen kon de schuld in de schoenen worden geschoven van de harde economische beslissingen die zwakke coalitieregeringen anders nooit genomen hadden. Fondsen konden worden geplunderd en als de Europese regels in de weg stonden, werden ze gewoon genegeerd. Ondanks dat Italië hoog opgeeft van zijn pro-Europese gezindheid, beschouwt het zichzelf net als elk ander land als een afzonderlijke entiteit, die Europa als melkkoe gebruikt. Het egoïsme lijkt zelfs toe te nemen naarmate meer soevereiniteit wordt ingeleverd. Op dit punt is het Verenigd Koninkrijk tenminste nog eerlijk: het heeft zijn cynische houding nooit onder stoelen of banken geschoven. De afstand die Blair en Brown altijd tot de euro hebben bewaard – "wij doen mee zodra ons dat in economische zin iets oplevert" – lijkt misschien op intelligent pragmatisme, maar is niet goed voor de ziel en zelfs niet voor de markten. Het is beter een idee enthousiast te omarmen of uit principe af te wijzen want dan veranderen economische omstandigheden en wordt allerhande positief gedrag gestimuleerd.

Waar vandaag in Europa de macht ligt, is niet duidelijk en dat beïnvloedt elk aspect van ons leven. Geen enkel land dicht zichzelf een beslissende stem op het wereldtoneel toe en geen enkele instelling verwoordt de collectieve wil. Dappere visies en radicale veranderingen krijgen geen kans. Niemand is verantwoordelijk omdat niemand daartoe het vermogen heeft. Er heerst een stemming van behoudzucht en bekrompenheid: laten we koste wat kost onze bevoorrechte manier van leven in stand houden; laten we pakken wat we pakken kunnen, zolang dat nog mogelijk is. Kijk maar eens naar de lobby van van automobilisten wanneer de prijs van benzine ook maar met één cent omhooggaat. Dat weerspiegelt precies de kern van de zaak. Het is een sfeer van ontkenning. Realiteiten als klimaatverandering worden op verstandelijk niveau onderkend, maar in de praktijk genegeerd. Zij bestaan in een aparte dimensie waar wij geen macht over hebben. Wat we wel kunnen, is tegen prijsstijgingen ageren. Niets mag onze levensstandaard aantasten.

Zelfgenoegzaamheid is hardnekkig en laat diepe sporen na

Dit alles heeft onder meer tot gevolg dat de intelligentste en meest bezielde geesten, jong of oud, niet langer een loopbaan in het openbare leven ambiëren. Op zijn hoogst doen ze af en toe aan een brave protestbijeenkomst mee. Ze trekken zich echter grotendeels terug in hun privéleven en beschouwen het collectieve domein als verloren. Dat talenten de publieke dienstverlening de rug toekeren, is het teken bij uitstek van decadentie. Er komt wat goede kunst uit voort. Maar het bevrijd ons niet uit onze gevangenis.

Toch is het belangrijk om optimistisch te blijven. Misschien zullen de urgente problemen waarmee we te kampen hebben, ons uit onze schaamteloze apathie wakker schudden. Wat voor Europa zou ik in de toekomst willen zien? Allereerst een Europa dat zichzelf ziet als een gemeenschap met als grondslag een gedeelde visie, een Europa dat met enthousiasme de wereld wil veranderen en niet krampachtig vasthoudt aan de bestaande orde, een Europa met een onverschrokken en positieve instelling dat zich niet laat leiden door angst en negativisme. Zo'n gemeenschap zal een manier vinden om zichzelf politiek te uiten, zelfs via het doolhof van instellingen die momenteel vanuit een onduidelijke machtsstructuur opereren. Wellicht kan een dergelijke gemeenschap zelfs zo aantrekkelijk worden dat immigranten enthousiast integreren en niet langer met tegenzin naast ons leven.

Hoe kan een dergelijke mentaliteitsverandering worden bewerkstelligd? Ik heb geen idee en koester weinig hoop. In ieder geval moeten Europeanen voor eens en voor altijd de gedachte uit hun hoofd zetten dat zij op de een of andere manier superieur zijn, dat in hun cultuur het summum van menselijke beschaving en artistieke ontplooiing is bereikt. Deze zelfgenoegzaamheid is hardnekkig en laat diepe sporen na. Nog belangrijker is dat afstand wordt genomen van het idee dat het leven bestaat in het assertief vergaren van materiële bezittingen waarvan je samen met een lieve partner in een kast van een huis kunt genieten. Uiteindelijk betekent het volgens mij een totaal andere kijk op wat welzijn inhoudt en op hoe het leven kan worden geleefd. Openheid, vrijgevigheid en verdraagzaamheid lijken hierbij van fundamenteel belang. Maar ik kan nu beter stoppen met mijn verlanglijstje. Alleen al het noemen van deze ideeën voelt zo onnozel en nutteloos. Het gaat niet gebeuren. Door over de toekomst van Europa te spreken, dreig je in een ernstige depressie te raken.