Europa zit in een crisis, maar er hangt gelukkig geen geur van buskruit in de lucht, zoals zestig jaar geleden het geval was. De stevigheid van het Europese project is het gevolg van een jarenlang uiterst nauwkeurig bouwproces, en biedt tegenwicht aan de spanningen en gevoeligheden die er onder de oppervlakte broeien. De huidige situatie is kritisch, niet alleen omdat de economie in moeilijkheden verkeert, maar omdat het samenzijn zijn glans heeft verloren. Hoewel Europa rationeel gezien nog steeds de perfecte optie is, is het vonkje enthousiasme verloren gegaan.

Het probleem is zowel psychologisch en werkelijk. Psychologisch omdat Europa relatief gezien achteruitgaat en het beleid gericht is op het beheersen van de terugval en het verzachten van de klap. De methode die daarvoor gehanteerd wordt, is defensief.

Stervelingen die met een midlifecrisis kampen, worden meestal twee dingen aangeraden: vind een manier om beter om te gaan met stress, laat de alcohol staan, ga aan yoga doen. Of, als alternatief: geef toe dat je niet langer jong bent en zie dit als een kans om de inventaris op te maken en de richting die je leven uitgaat, te veranderen. Verbreed je blikveld, ga reizen, studeren, probeer een nieuwe sport. Kijk hoe je kinderen of kleinkinderen opgroeien.

Europa grijpt steeds terug op de verjongingstherapie

Tot nu toe heeft Europa bovenstaande opties altijd vermeden en wordt er steeds teruggegrepen op de verjongingstherapie: de Unie moet eeuwig jong blijven. Dat was ook de gedachte achter het Verdrag van Lissabon en de klimaatagenda. En zodra het macro-economisch beleidssysteem naar een nauwkeurigere fiscale coördinatie zal worden omgezet, zullen er structurele uitdagingen moeten worden opgelost zoals de veranderende demografieën in de landen.

Hoewel het nooit een slecht idee is om wat aan sport te gaan doen, is het Europa waarvan ik droomde, tevreden met zichzelf. We moeten ons geen illusies maken. Om rampen te voorkomen, zal Europa plaats aan tafel moeten maken voor China, India en andere opkomende machten. Met een dalend aandeel in de wereldpopulatie (in 1900 woonde nog 25 procent van de wereldbevolking in Europa, in 2050 wordt dat percentage op vijf geschat) kunnen we de omvang van onze invloedssfeer eenvoudigweg niet handhaven.

Het zou ook helpen als we ons realiseerden dat we enorm veel kunnen leren van de buitenwereld. De algemene opvatting in Europa is dat innovatie en ondernemerschap moeten zorgen voor groei. Landen als Singapore, Australië en de Verenigde Staten kunnen ons op het gebied van het verbeteren van onze ‘groei’-infrastructuur zoals universiteiten en het te gelde maken van kennis, enorm veel leren.

Terug naar de basis om de kern te ontwikkelen

Dit betekent niet dat we stil moeten blijven toekijken hoe anderen voor het voetlicht treden. We moeten onszelf juist voorbereiden op een lange tocht waaruit de kracht en het uithoudingsvermogen van ons politieke, economische en sociale beleid zal blijken terwijl anderen zichzelf overbelasten en vastlopen. Europa heeft een paar van de beste beleidsmodellen op het gebied van gezondheidszorg en sociaal beleid: dat zal onze sterkste troef worden wanneer anderen in de wereld te maken gaan krijgen met de toenemende verwachtingen van hun volk en electoraat en met de evoluerende demografische trends.

Europa zou terug moeten naar de basis en zijn kern ontwikkelen. Op binnenlands gebied betekent dit allereerst dat de eenheidsmarkt volledig benut moet worden. Als we terugkijken, is dit duidelijk een van de grote Europese successen. Het is echter schokkend om te zien hoeveel obstakels en hindernissen er zijn opgeworpen die ons beletten op kruissnelheid te komen. Meer dan de helft van de Europese ondernemers melden dat zij moeilijkheden ondervinden bij het verkopen van goederen naar andere lidstaten, en dan hebben we het nog niet eens over dienstverlening of kapitaalstromen. Het is tijd om terug te vechten.

Europa kan het ook doen zonder een wereld aan grote ideeën

Die kernagenda betekent ook dat we trouw moeten blijven aan onze waarden en dat we de Europese politieke systemen moeten blijven verbeteren. In tijden van crisis is de staat van de democratie meestal wel het laatste waar mensen zich zorgen over maken. En toch moet er nog veel gedaan worden om de wereld van gemeenschappelijke verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid in Europa te verbeteren. Van de vele manieren waarop Europa zijn invloed kan uitoefenen, is een aantrekkelijk regeringsmodel wel een van de meest duurzame en effectieve. Die methode zouden we in moeten zetten.

Tot slot betekent terug naar de basis ook dat we onze aandacht eerst moeten richten op onze buren en kandidaat-leden. De indrukwekkende vooruitgang die landen als Turkije boeken, is een kans voor de Unie om de invloed op zijn buren te bestendigen. EU-lidmaatschap staat in Ankara nog steeds hoog op de agenda, hoewel het duidelijk niet het enige agendapunt is. De EU zal binnenkort geen nieuwe hoofdstukken meer te bespreken hebben over de toetreding van de moslimmacht. Het moment van de waarheid komt eraan, en als we het missen, zullen we het nog lang betreuren.

Er is niets mis met leven in een toenemend diversifiërende wereld. Toen ik een aantal jaren in Londen gevestigd was, dacht ik aan de opmerking van Dean Acheson dat Groot-Brittannië met het verlies van het Britse Rijk geen rol meer had. Deze opmerking, die nog steeds in het land doorklinkt, zou nu ook op Europa van toepassing kunnen zijn. Maar net zoals Groot-Brittannië het best aardig doet zonder wereldrijk, kan Europa het ook doen zonder een wereld aan grote ideeën.