Het is een goede dag voor Europa, of liever gezegd: het was een goede avond. Het akkoord over de bankenunie, dat gisteren laat in de avond in Brussel werd bereikt, is een belangrijke stap vooruit voor de Europese integratie. Een akkoord dat de goede richting opgaat, al is het nog niet compleet.

Het akkoord moet de spaarders en de markten geruststellen en een Europese bankensector consolideren die nog steeds een groot aantal achterblijvers telt. In de puinhopen van de aardbeving uit 2008 zijn de Verenigde Staten er sneller in geslaagd hun banken weer te herstructureren. Maar op fundamentelere wijze maakt de bankenunie de architectuur compleet van een eurozone waarvan de crisis heeft aangetoond dat deze net zo wankel als breekbaar is.

Met de begrotingsharmonisatie, de Europese solidariteitsfondsen, en binnenkort misschien de coördinatie van het economisch beleid [van de eurolanden, red.], geeft de bankenunie vorm aan een monetaire unie. En dat werd tijd. Met de bankenunie moet het verband tussen bankencrisis en soevereine schuld doorbroken worden. En dat moet bereikt worden door de besmettingseffecten te voorkomen die ervoor hebben gezorgd dat banken die op rampzalige wijze zijn beheerd – in Athene, Dublin, Madrid en Cyprus – landen op het randje van een faillissement hebben gebracht en het overleven van de hele eurozone in gevaar hebben gebracht.

Soevereine sprong

Het akkoord van afgelopen woensdag is een compromis tussen het zuiden en het noorden van de eurozone en moet door de Europese staatshoofden en regeringen worden goedgekeurd waarna het wordt onderworpen aan een stemming in het Europees Parlement. Het geeft de bankenunie twee taken: toezicht op de banken en het oplossen van de bankencrises.

Het eerste hoofdstuk is het meest radicale en vernieuwende. Het bankentoezicht is niet meer in handen van de nationale regelgevende instanties, maar wordt toevertrouwd aan de Europese Centrale Bank (ECB), de best presterende EU-instelling, die direct toezicht gaat houden op zo’n 130 risicobanken.

De Griekse, Ierse of Spaanse voorbeelden laten de onverantwoordelijkheid zien van bepaalde nationale regelgevende instanties, of zelfs de totale afwezigheid van regels

Dat is een soevereine sprong die de EU in lange tijd niet heeft gekend. En die is zeker welkom en bovendien logisch binnen eenzelfde monetaire zone. Ten slotte is deze sprong meer dan gegrond, want de Griekse, Ierse of Spaanse voorbeelden laten de onverantwoordelijkheid zien van bepaalde nationale regelgevende instanties, of zelfs de totale afwezigheid van regels...

Langzaam herstel

Het hoofdstuk over het oplossen van de bankencrises – de herkapitalisatie of de verordening een bank failliet te laten gaan – is minder vernieuwend. Dit hoofdstuk wordt gekenmerkt door het Duitse wantrouwen van alles wat lijkt op een ‘overdracht’ binnen de eurozone. Duitsland wil niets weten van een overheidsfonds dat beheerd wordt door een van de Europese instellingen – de Europese Commissie stond hiervoor kandidaat – om een bank in moeilijkheden directe hulp te bieden.

In feite blijven we in het nationale kamp. In ieder betreffend land moet de bankensector overvloedig middelen hebben voor de oprichting van een crisisafwikkelingsfonds. Deze waarborg zal geleidelijk worden ingevoerd en uiteindelijk pas echt in 2026 eerlijk verspreid zijn, dan moet het 60 miljard euro in de pot hebben.

En zo vordert het langzame herstel van de eurozone. Het akkoord van gisteren gaat gepaard met de terugkeer naar de markten van Spanje en Ierland. Alles is nog fragiel, maar het gaat de goede kant op.