Vorige maand maakte ik in het restaurant van het cultureel centrum van Salcininkai, een stad in het uiterste zuidoosten van Litouwen, iets eigenaardigs mee.

Omdat driekwart van de bevolking er uit Polen bestaat, dacht ik in het Pools bediend te worden, maar niets was minder waar. De menukaarten waren er uitsluitend in het Litouws gesteld, een taal die alleen voor Litouwers verstaanbaar is. Pas toen de kelnerin me Pools hoorde spreken, ging ze achter de toonbank een Poolse menukaart zoeken.

Ik dacht dat er van toeval sprake was, tot ik een week later in Letland met een etnische Rus aan de praat raakte. Die vertelde me dat in het stadhuis van Riga informatie ligt in de belangrijkste talen van de Europese Unie, maar niet in het Russisch, de taal die door bijna de helft van de inwoners gesproken wordt. Voor de Russen hebben ze achter de toonbank een apart stapeltje liggen.

Etnische Russen worden beschouwd als een soort vijfde colonne

Als je vraagt waarom dat zo is, krijg je als uitleg dat het Russisch geen officiële taal van Letland is, en bijgevolg ook niet van de EU.

Maar dat verandert natuurlijk niets aan de erbarmelijke manier waarop de Baltische staten hun etnische minderheden behandelen. Vooral in Letland en Estland zijn ze te beklagen. Alleen wie een taalexamen aflegt, kan er staatsburger worden. Bijna twintig jaar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is ongeveer de helft van de etnische Russen er nog altijd statenloos.

En zo kan het gebeuren dat bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in Riga immigranten uit de hele Europese Unie mochten stemmen, maar niet Russen die er geboren en getogen zijn. Een dergelijke toestand zou enkele jaren geleden nog te begrijpen zijn geweest, zeker in Letland, waar minstens een kwart van de bevolking uit etnische Russen bestaat. Ze worden er nog altijd beschouwd als een soort vijfde colonne. Maar zeven jaar na de toetreding van Letland tot de EU en de NAVO wordt het misschien wel tijd voor een correctie van de wetgeving.

De kans op snelle verbetering is echter klein. Van het buitenland is weinig hulp te verwachten. De organisatie die altijd de mond vol heeft over democratische waarden, de Europese Unie, doet of haar neus bloedt zodra de rechten van minderheden in de Baltische staten ter sprake komen. Vorige maand nog meende een woordvoerder van het Europese Hof van Justitie dat Litouwen het recht heeft de naam van zijn Poolse inwoners te verlitouwsen. Voor een goed begrip: in Litouwen zijn zelfs in overwegend Poolse gemeenten Poolse opschriften verboden.

Nogal logisch dat Brussel niet au sérieux wordt genomen

Ook in Letland weigert de Europese Unie een voorbeeld te stellen. Diezelfde Rus, Lets staatsburger overigens, die de bedenkelijke taalpolitiek van het stadsbestuur van Riga aankaartte, werd onlangs door het informatiecentrum van het Europees Parlement in Riga gevraagd een debatavond over de Letse geschiedenis te modereren. Toen puntje bij paaltje kwam, werd hij opeens bedankt voor de moeite. "Niet omdat je een Rus bent, maar omdat je geen Let bent", was de uitleg. Er was een 'echte' Let als vervanger gevonden.

Dat Brussel veel te laks is met de verdediging van elementaire rechten, is de voorbije weken in Hongarije nog eens duidelijk gebleken. Op dezelfde dag dat het parlement in Boedapest een omstreden mediawet goedkeurde, ging de Europese Commissie in op een vraag van de populistische regering om een verbod op de verkoop van landbouwgrond aan buitenlanders met drie jaar te verlengen. En dan staan ze in Brussel verbaasd dat ze nergens au sérieux worden genomen.