"De ene dag volledig achter een dictatuur staan om de volgende dag de democratische beweging te steunen, is geen gemakkelijke overstap. De Franse regering laat zich daarom de afgelopen dagen met de nodige verwarring en schaamte uit over de Jasmijnrevolutie", schrijft Libération.

Voor Le Monde werd de Franse diplomatie, "gedwongen zich aan te passen aan een hele reeks gebeurtenissen waardoor men werd overvallen", in een moeilijke situatie gebracht. Zo moesten de diplomaten op 15 augustus tot twee uur 's middags wachten, dus tot vierentwintig uur na de overhaaste vlucht van Ben Ali, voordat het Elysée zich voor het eerst aan de kant schaarde van degenen die democratie eisten.

En "pas een dag na de Amerikanen" eiste Frankrijk de onmiddellijke organisatie van vrije verkiezingen in zijn voormalige protectoraat. Het moet gezegd worden, stelt de krantdat "alle voorgangers van Sarkozy ook al blijk gaven van welwillendheid, om niet te zeggen een extreme voorzichtigheid, ten opzichte van dit voormalige Franse protectoraat".

"Om hun afwachtende houding tijdens het bloedige optreden van de politie in Tunesië goed te praten", gaat Le Monde verder, legde de Franse regering via een persbericht een verklaring af over "een vaag omlijnd concept" van "niet ingrijpen in de binnenlandse aangelegenheden van een soevereine staat".

"De regering zit in een lastig parket", merkt Libération op. De hoofdschuldige volgens pers en politici: minister van Buitenlandse Zaken Michèle Alliot-Marie, die op 18 januari voor het Franse parlement moet verschijnen om tekst en uitleg te geven over het onsamenhangende diplomatieke beleid in zowel Tunesië als in Ivoorkust. Aan het begin van de Tunesische opstand had ze nog voorgesteld "de knowhow van onze veiligheidsdiensten in te zetten" om "te verzekeren dat er veilig gedemonstreerd kan worden".

"Michèle Alliot-Marie krijgt het extra zwaar omdat er binnen de regering niemand opstond om haar te steunen", merkt Libération op. Terwijl de linkse oppositie spreekt van "cynische diplomatie" erkent minister van Defensie Alain Juppé dat "wij de omvang van de verontwaardiging van de publieke opinie over het politionele en dictatoriale regime ongetwijfeld hebben onderschat".

"De Franse regering doet er sindsdien alles aan om weer op koers te raken", vindt La Croix. Maar het dagblad denkt ook dat "het aan Europa is het stokje over te nemen. Het hoofd van de diplomatieke dienst van de EU, Catherine Ashton, dat heeft dat al gedaan door te beloven dat de EU Tunesië zal steunen bij de voorbereiding en organisatie van de verkiezingen om van het land 'een stabiele democratie' te maken. Daarna, en misschien wel op korte termijn, zou aan het nieuwe Tunesië een 'verdergaande status' kunnen worden toegekend zodat de landen aan weerszijden van de Middellandse Zee als gelijkwaardige partners hun band kunnen verstevigen."