Maandag komt de Oezbeekse dictator Islam Karimov naar Brussel voor ontmoetingen met de Raad van de Europese Unie, de voorzitter van de Europese Commissie Barroso en de Navo. Een groter contrast dan dat tussen de egards voor een Karimov en de pariastatus waarmee andere (en niet eens ‘ergere') dictators als de Witrus Loekasjenko werden bedacht, is moeilijk denkbaar.

Dood van een marktkraamster

De media besteedden er destijds nauwelijks aandacht aan. Maar in maart 2007 had Oezbekistan een eigen versie van Mohammed Bouazizi, de jonge Tunesische werkloze die zichzelf in december van vorig jaar in brand stak. Hadisja Aripova, een weduwe en moeder van twee, was marktkraamster in de stad Jizak. Ze stak zich wanhopig in brand nadat haar goederen door de politie in beslag waren genomen. Net als Bouazizi haalde Aripova het niet. Ze werd 38. Dat Aripova's gruwelijke einde niet tot grootschalige protesten leidde zoals in Tunesië had een reden: amper twee jaar voordien werden in Andizjan, een andere Oezbeekse stad, honderden betogers neergeschoten door Karimovs elitetroepen. Als afrader kon dat tellen. De agenten die Aripova hadden aangepakt werden geschorst. Maar de maatschappelijke toestanden die het voorval in de hand werkten zijn nog steeds kenmerkend voor het Oezbekistan van Karimov.

Karimov kwam in 1989 aan het hoofd van de communistische partij van wat toen nog Sovjet-Oezbekistan was. Sinds de onafhankelijkheid eind 1991 leidt hij een van de onguurste politiestaten in Eurazië. De sleutelsectoren van de economie, van katoen en aardgas tot en met lokale markten, zijn in handen van de presidentiële familie, haar entourage en hun provincie-satrapen, die de staatsinstellingen en justitie ook misbruiken om hun monopolies te versterken. ‘De politiestaat en de machthebbers van de Sovjet-Unie zijn hier nog', zei een plaatselijke kennis ooit. ‘De sociale verwezenlijkingen die het Sovjet-communisme bracht zijn verdwenen.' De meerderheid van de bevolking leeft in een realiteit die veel toeristen die zich vergapen aan de historische architectuur van Samarkand niet te zien krijgen, en de goed omkaderde delegaties van buitenlandse excellenties evenmin.

Na de slachting in Andizjan stelde de EU een wapenembargo in en kregen verschillende kopstukken van de veiligheiddiensten een Europees inreisverbod. Maar dat werd nauwelijks ernstig genomen. Nu komt de baas dus zelf. Het is verleidelijk om meteen over ‘grondstoffen' te beginnen. Oezbekistan heeft immers aardgas en olie. De echte omvang van die bodemrijkdommen maakt deel uit van een rookgordijn dat het regime al jaren optrekt om de buitenwereld in de waan te laten dat die Oezbekistan en zijn regime op termijn meer nodig heeft dan omgekeerd. Oezbekistan behoort wel tot de grootste katoenproducenten ter wereld. Het regime is vooral belangrijk in de zogenaamde oorlog tegen de terreur.

Ha, de islamisten

Net als Ben Ali in Tunesië, geniet Karimov stilletjes het voordeel van de twijfel omdat hij er ten minste ‘de islamisten' onder houdt. Echte, en even vaak vermeende, islamisten en dissidente moslims maken het gros uit van de politieke gevangenen in het land. Dat het islamisme in Oezbekistan een puur verzinsel is van het regime, zoals sommigen beweren, is ook niet waar. Maar de gewapende islamistische groepen die sinds eind jaren negentig af en toe manifesteerden vonden nauwelijks steun onder de bevolking. Veel geviseerden van Karimovs ‘antiterreurbeleid' zijn moslims die genoeg hebben van de sociale toestand en het machtsmisbruik of moslims die het regime gewoon ‘te praktizerend' vindt. Eén les uit Tunesië die ooit van toepassing zou kunnen zijn voor Oezbekistan is, dat moslims ook wel eens oprecht gefrustreerd en woedend kunnen zijn zonder dat er een mondiaal islamistisch complot achter zit.

Het grondgebied van Oezbekistan en de grensstad Termez vormen ook een schakel in een bevoorradingsroute voor de westerse coalitietroepen in buurland Afghanistan. Zo worden onder meer de Belgische en Duitse troepen in Kunduz en de basis van Bagram via Oezbekistan bevoorraad. Niet dat de samenwerking met het Oezbeekse regime van een leien dakje loopt. Het regime buit zijn strategisch belang maximaal uit, zeker nu de konvooien via Pakistan in toenemende mate het mikpunt zijn van de guerrilla.

Dat de EU, en het Westen in het algemeen, door ‘constructieve samenwerking' een positieve invloed kunnen hebben op het regime wordt door de bevolking en de opinie in Oezbekistan en Eurazië nauwelijks nog ernstig genomen. Ook al zitten sommige EU-kringen binnenskamers verveeld met Karimovs komst en zal er wat obligaat gewriemel zijn over de mensenrechten, hij wordt ontvangen. Zijn regime zal niet nalaten om dat in zijn propaganda te verdraaien tot een knieval en erkenning. Sommigen speculeren dat Karimov, die 73 is, binnen afzienbare tijd vanzelf het loodje legt en dat men intussen best contact houdt met Oezbekistan. In dat opzicht valt de houding tegenover Karimov nog te plaatsten. Veel hangt af van hoe de machtwissel, die er vroeg of laat in Oezbekistan zal komen, zal verlopen. Karimov kan het nog jaren uitzingen en is een meester in het in de luren leggen van buitenlandse belanghebbenden, wat trouwens meer zegt over laatstgenoemden dan over Karimov. Kan de EU even realistisch omgaan met de gevolgen als de dingen toch niet lopen zoals ze hoopte?