Moeten we bang zijn voor eurosceptici? Zullen de Europese instellingen op hun grondvesten schudden door de bonte verzameling van groeperingen die het beleid en het bestaan van de Europese Unie ter discussie stellen en zo veel gewicht in de schaal leggen tijdens de Europese verkiezingen? Het antwoord op beide vragen is: nee.

Eigenlijk zouden we moeten hopen dat de eurosceptici de aankomende verkiezingen winnen en dat de beleidsmakers in zowel de grotere landen als Brussel gaan inzien dat hun ideeën niet in overeenstemming zijn met die van een groot deel van de publieke opinie. Deze woorden komen niet van een euroscepticus, juist niet. Echter, niemand kan ontkennen dat er een kloof bestaat tussen de vele goede verrichtingen van de Europese Unie en het onvermogen van de beleidsmakers, zowel op nationaal als op Europees niveau, om de burgers bij het Europese project te betrekken en het een nieuwe impuls te geven.

De Europese Unie had een geweldige kans om een beslissende stap voorwaarts te zetten, maar ze heeft die laten liggen. De groeiende protestgolf – die de voorstanders van ‘onafhankelijkheid’, zij die hun nationale bevoegdheden niet willen opgeven, verenigt met de tegenstanders van het bezuinigingsbeleid dat is ‘opgelegd’ door Brussel – is het gevolg van de gesloten houding en de blindheid van de elites in de grote crisis.

Deze crisis, eerst financieel en later economisch, is langzaam aangezwollen in Europa. Er was genoeg tijd om de uitkomst ervan te voorspellen en met oplossingen te komen. Daar was echter een gezamenlijke visie voor nodig. Er was een sprankje hoop toen in oktober 2008 tijdens de G8 en G20 Gordon Brown, destijds de minister-president van Groot-Brittannië, een uitweg bood. Maar het idee werd in de kiem gesmoord. Het zwakke beleid van Brown en het feit dat het land niet behoorde tot de ‘inner circle’ van de euro leidden er toe dat het plan om de crisis op een intelligente en evenwichtige manier aan te pakken, mislukte.

Vanaf dat moment is de crisis snel verergerd en kwam Europa, geleid door een bondskanselier zonder visie of historische besef, terecht in een neerwaartse spiraal van nationaal egoïsme. Misschien, als zij bijeenkomsten van dissidenten had bijgewoond in Oost-Duitsland (en Oost–Europa) tijdens haar jaren aan de universiteit, dan zou zij het belang van solidariteit, zelfs op Europees gebied, hebben begrepen. Maar dat is niet het geval.

Lees dit artikel verder in het Engels, Frans of één van de andere talen van VoxEurop.