Volgens rapporten van westerse militaire inlichtingendiensten is Kosovo's premier Hashim Thaçi een van de "grootste vissen" van de georganiseerde misdaad in zijn land. Uit de als 'geheim' aangemerkte NAVO-documenten blijkt dat de Verenigde Staten en andere westerse mogendheden die de regering van Kosovo steunen, al verscheidene jaren bijzonder goed van zijn criminele connecties op de hoogte waren. Ook wordt daarin een andere vooraanstaande Kosovaarse politicus genoemd die banden zou hebben met de Albanese maffia.

De als 'USA KFOR' aangeduide documenten bevatten gedetailleerde informatie over georganiseerde criminele netwerken in Kosovo, die is gebaseerd op rapporten van westerse inlichtingendiensten en informanten. Er wordt beschreven hoe criminele bendes geografisch over Kosovo zijn verspreid en tevens worden gegevens over vermeende familiebanden en connecties met het bedrijfsleven verstrekt. Naar verwachting zal de Europese Raad morgen officieel om een onderzoek vragen naar beweringen dat Thaçi aan het hoofd stond van een "maffia-achtig" netwerk dat tijdens en na de Kosovo-oorlog in 1998 en 1999 wapens, drugs en menselijke organen smokkelde.

Banden topfiguren UÇK met georganiseerde misdaad

De beschuldigingen van betrokkenheid bij orgaanhandel werden geuit in een officieel rapport van mensenrechtenrapporteur Dick Marty, dat in december vorig jaar werd gepubliceerd. In zijn verslag betichtte hij Thaçi en diverse andere topfiguren van het Kosovaarse Bevrijdingsleger (UÇK) ervan banden te onderhouden met de georganiseerde misdaad. In het rapport wordt eveneens gezegd dat Thaçi "op gewelddadige wijze regie voerde" over de heroïnehandel. Tevens lijkt het de zorg te bevestigen dat zijn kring van intimi leiding gaf aan een bende die Servische gevangenen vermoordde om hun nieren op de zwarte markt te verkopen.

Vanaf het einde van de Kosovo-oorlog tot 2008, toen het zichzelf officieel onafhankelijk van Servië verklaarde, was Kosovo een VN-protectoraat. Thaçi, die vorige maand als premier werd herkozen, kreeg veel steun van de NAVO-landen. Zijn regering reageerde afwijzend op het rapport van Marty en stelde dat het een onderdeel vormde van een Servische en Russische samenzwering om de kersverse staat aan het wankelen te brengen.

Haliti, "de machtige man achter Hashim Thaçi"

De onlangs gelekte documenten zijn echter afkomstig van KFOR, de NAVO-vredesmacht die verantwoordelijk is voor de veiligheid in Kosovo. KFOR-militairen hielpen tijdens de Kosovo-oorlog in 1999 een eind te maken aan de etnische zuiveringen door de Servische troepen van Slobodan Milosevic. In de documenten wordt Thaçi genoemd als een van de drie "grootste vissen" in kringen van de georganiseerde misdaad. Dat geldt ook voor Xhavit Haliti, vroeger hoofd logistiek voor het UÇK en nu een trouwe bondgenoot van de premier. Uit de inlichtingenrapporten van de NAVO komt naar voren dat Haliti nog een andere rol heeft dan die van prominent politicus: hij zou een kopstuk van de georganiseerde misdaad zijn die een Tsjechisch 9 mm-pistool bij zich draagt en grote invloed op de minister-president uitoefent.

In een van de rapporten wordt Haliti omschreven als "de machtige man achter Hashim Thaçi", die nauwe banden onderhoudt met de Albanese maffia en de geheime dienst van Kosovo, KShiK. Haliti zou eind jaren negentig "min of meer" een fonds voor de Kosovo-oorlog hebben "beheerd" en persoonlijk van het fonds geprofiteerd hebben voordat het geld op was. "Vervolgens zocht Haliti zijn toevlucht tot de georganiseerde misdaad waarin hij op grote schaal actief werd", meldt het rapport. Haliti is "sterk betrokken bij prostitutie en wapens- en drugssmokkel". Hij fungeert ook als politiek en financieel adviseur van de premier maar is volgens de documenten aantoonbaar "de echte baas". Voor zijn reizen in het buitenland gebruikt Haliti een vals paspoort omdat hij in verscheidene landen op een zwarte lijst staat, waaronder de Verenigde Staten. Zijn naam wordt in verband gebracht met de vermeende intimidatie van politieke opponenten in Kosovo en twee moorden eind jaren negentig.

Een van de slachtoffers was een politieke tegenstander die “dood bij de Kosovaarse grens" werd gevonden, kennelijk na een ruzie. In een beschrijving van de andere moord – op een jonge journalist in Tirana, de Albanese hoofdstad – wordt de naam van de premier eveneens genoemd, maar er wordt geen schuldige aangewezen. Wel zou Haliti ermee te maken hebben. Het rapport vervolgt: "Het gaat om Ali Uka, een verslaggever in Tirana, die de onafhankelijkheidsbeweging steunde maar er in zijn artikelen wel kritiek op leverde. In 1997 werd Uka op gruwelijke wijze verminkt met een fles en een schroevendraaier. Zijn huisgenoot was destijds Hashim Thaçi."

Moorden, opsluiting, afranselingen en ondervragingen

Ook in het rapport van Marty wordt Haliti genoemd als een van de trouwe bondgenoten van Thaçi die tijdens en onmiddellijk na de oorlog opdracht zouden hebben gegeven tot "moorden, opsluiting, afranselingen en ondervragingen". In sommige gevallen zouden ze er als verantwoordelijke zelfs persoonlijk bij aanwezig zijn geweest. Haliti was niet bereikbaar voor commentaar. In een vraaggesprek vorige week met de nieuwssite Balkan Insight hekelde hij echter het rapport van Marty en betitelde het als "politiek". Het zou bedoeld zijn om "de UÇK in diskrediet te brengen".

"Ik was niet verrast door het rapport. Ik heb deze kwestie jarenlang gevolgd en de inhoud van het rapport is politiek", zei hij. Maar hij accepteerde wel dat de Europese Raad waarschijnlijk een resolutie zal aannemen waarin de door de EU gesteunde rechtsstaatmissie in het land, EULEX, wordt verzocht een onderzoek in te stellen.

In reactie op de aantijgingen in de inlichtingenrapporten van de NAVO zei een woordvoerder van de Kosovaarse regering: "Deze beschuldigingen circuleren al meer dan tien jaar en in het rapport van Dick Marty worden ze nog eens dunnetjes overgedaan. Ze zijn gebaseerd op geruchten en op onjuiste informatie die de Servische inlichtingendienst doelbewust naar buiten heeft gebracht. Niettemin heeft de premier opgeroepen tot een onderzoek van EULEX en herhaaldelijk aan de rechtshandhavingsinstanties zijn volledige medewerking toegezegd om deze schandalige en lasterlijke beschuldigingen tegen het licht te houden. De Kosovaarse regering blijft steun geven aan de versterking van de rechtsstaat in Kosovo en wij zien uit naar de samenwerking met onze internationale partners zodat we ervoor kunnen zorgen dat de ontwikkeling van Kosovo niet gepaard zal gaan met criminaliteit."