Net als duizenden andere Finnen heb ik de nieuwjaarsnacht in Tallinn gevierd. Dat deed ik dit jaar al voor de 10e keer op rij en dit keer was de euro het voornaamste gespreksonderwerp. "Welkom bij de club van de landen die betalen voor het luxe leventje van de Grieken en anderen", zeiden Finnen tegen hun Estse buren. Het besluit van Estland om toe te treden tot de eurozone is genomen in een gunstige periode, nog voordat de EU had besloten om spilzieke landen te steunen.

Met de invoering van de euro is Estland uitgegroeid tot het meest westerse land in het noorden van Europa. Finland is geen lid van de NAVO, Zweden is geen lid van de NAVO en evenmin toegetreden tot de eurozone, Noorwegen maakt geen deel uit van de EU noch van de eurozone. De Noren verdedigen hun olie-export en de Zweden hun banken. Voor Estland zijn de stappen naar het Westen onvermijdelijke mijlpalen om zich van het Oosten los te maken.

Een haastige overstap naar de euro en een volgzame bevolking

Maar nu de euro is ingevoerd, begint de routine van voren af aan. De Estse staatsbegroting is keurig op orde, dus daar kan de media niets interessants over melden. De haast waarmee Estland de overstap naar de euro heeft gemaakt, heeft wel voor euforie gezorgd bij de ministers van Financiën van alle lidstaten. De Estse regering heeft de salarissen namelijk zonder enige aarzeling bevroren en als gevolg daarvan zijn burgers niet eens de straat op gegaan.

De opsteller van het Finse bezuinigingspakket, M. Setemäki, moet haast wel dromen van een dergelijke volgzame bevolking. In Finland zullen bezuinigingsmaatregelen niet zo gemakkelijk kunnen worden doorgevoerd als in Estland, en tijdens de algemene verkiezingen van komende lente kunnen we dan ook flinke politieke verschuivingen verwachten.

Geen vakbonden of oppositie

Dat Estland zijn bevolking een draconisch bezuinigingsplan heeft kunnen opleggen, is vooral te danken aan het feit dat er in dit land geen vakbonden zijn en evenmin een oppositie op Europese grondslag. Alleen onderwijzers hebben geprotesteerd tegen de verlaging van hun salaris en zij hebben voor elkaar gekregen dat de regering rekening houdt met hun eisen. Daaruit blijkt overigens hoeveel waarde Estland hecht aan onderwijs.

Ten tweede heeft de oppositie in Estland zichzelf de das omgedaan door ambivalente relaties aan te gaan met de lastige Russische buur. Tot slot durven de media de regering niet al te zeer uit te dagen, uit angst dat ze zullen worden beschouwd als aanhangers van Edgar Savisaar, de burgemeester van Tallinn, die dicht bij de Russische premier Vladimir Poetin staat.

Ook al is er in Estland geen sprake meer van onderdrukking, toch vinden we ook vandaag de dag in de politieke cultuur nog altijd signalen die doen denken aan de Sovjet-Unie, waardoor we die indruk zouden kunnen krijgen. Het feit dat er geen oppositie is, maakt het niet gemakkelijker voor Estland om dichter bij Europa te komen.

Heel Europa volgt op dit moment dezelfde weg als Estland: de euro is slechts een stukje papier. Aan dit stukje papier is een gemeenschappelijk economisch beleid gekoppeld. Daar zijn nauwelijks alternatieven voor. We stevenen af op een federale staat en als zich geen nieuwe economische catastrofes voordoen, dan zouden we daar ook in moeten slagen. De kleine landen hebben de keus: aan boord blijven of niet. Toch levert mee blijven doen in dit spel meer op dan op de kade blijven staan kijken hoe de boot weg vaart.