Het volk is heen en weer geslingerd tussen nieuwsgierigheid en een gevoel van vermoeidheid en wil weten hoe, waar en hoe vaak? De rechters vragen zich af met wie en wanneer? De zesde vraag, naar het waarom, komt echter nooit aan bod. Waarom gedraagt Berlusconi zich zo? Waarom omringt zo’n vooraanstaand iemand, een regeringsleider, zich met courtisanes en bimbo’s?

Het meest voor de hand liggende antwoord zou zijn: omdat hij dat leuk vindt. Niet zozeer om de seks, die op zekere leeftijd een uitdaging vormt die vergelijkbaar is met bergbeklimmen, als wel om bijval te oogsten en om bewonderd, bewierookt en aanbeden te worden. De choreografie zoals beschreven door de deelnemers [aan zijn feesten] vertoont overeenkomsten met andere situaties waar de gastheer dol op is: bijeenkomsten van jonge aanbidsters, televisieceremonies, Braziliaanse nachten en Russische datsja’s, Sardijnse villa’s en Milanese universiteiten waar hij met open armen wordt ontvangen.

Behoefte aan een"bella figura"

Silvio B. heeft alle kenmerken van een rasechte narcist. Hij wil worden toegejuicht en verafgood. Een van de redenen dat hij een hekel heeft aan journalisten, met uitzondering van de getemde medewerkers van zijn eigen kranten, is dat hun kritische vragen bewijzen dat ze niet van hem houden. En dus onverdraaglijk zijn.

Het nationale exhibitionisme, dat leidt tot die neurotische behoefte aan een “bella figura”, is bij hem tot grote hoogten gestegen en hem die drift geeft die ervoor zorgt dat hij te weinig slaapt en alle voorzichtigheid en gezond verstand overboord zet; die hem ertoe aanzet zijn eigen televisiestations te gebruiken als lokaas en als beloning; die hem ertoe brengt jonge vrouwen voor te dragen, te steunen en te beschermen vanwege hun schoonheid en seksuele aantrekkingskracht en hen tegen alle logica in te verdedigen; die het hem mogelijk maakt zijn ogen te sluiten voor het groteske gedrag van een man die eenzaam rondhangt in nachtclubs en net als in films of boeken op zoek gaat naar vrouwen die zijn verkleed als verpleegster, schooljuffrouw of politieagente.

Iets van Tiberius en Hugh Hefner

Kunstmatig geënsceneerde feesten, complimenten en vleierijen, karikaturale verleidingskunsten, voorspelbare verlokkingen, de illusie van betaalde charme… de zwakheid van B. is menselijk en Italiaans. Dat krampachtig hunkeren naar goedkeuring is echter niet nieuw. De symptomen, welbekend binnen het zakelijk imperium en de partij waarvan Silvio B. respectievelijk “Dottore” en “Presidente” is, drongen twee jaar geleden al door tot het publieke domein.

De deelname destijds aan de achttiende verjaardag van Noemi Letizia in een buitenwijk van Napels vertoonde alle kenmerken van een extreme vorm van exhibitionisme. De verbijstering bij de genodigden: daaraan kon die rijke, machtige man die avond geen weerstand kon bieden. Het effectbejag bij zijn reizen, ontmoetingen en successen, zowel in zijn villa in Arcore bij Milaan als in het Palazzo Grazioli, zijn privéverblijf in Rome, vormt hiervan eveneens een bewijs. Sommige mensen hebben een publiek nodig om goed te functioneren. Is dat er niet, dan kopen ze het. Er zit iets van Tiberius (zoals geportretteerd door Suetonius) en van Hugh Hefner (onsterfelijk geworden dankzij Playboy) in Silvio B.

Zo gaan imperiums dus ten onder, met feesten, losbandig gedrag en pogingen om de tijd tot stilstand te brengen, met kunstgrepen die we in de loop der tijd hebben leren kennen. Familie of zakelijke belangen en successen volstaan niet meer. Hij heeft hielenlikkers, bewonderaarsters, zangers en een decor nodig dat zowel spectaculair als melancholiek is. Vooral dat laatste, want voor het verwezenlijken van zijn rol moet hij de melancholie overwinnen. Silvio B. is een eenzame man. Dat zal hij pas begrijpen als hij de macht kwijt is. Dan zullen de prijzen stijgen en hij zal steeds minder vrienden hebben. Wie het goed met hem voorheeft, zou hem dat moeten vertellen, maar misschien is het daarvoor al te laat.