Een jaar geleden nam Frankrijk het roer van de Europese Unie over en Nicolas Sarkozy stond aan de vooravond van een remarkabel voorzitterschap. Van socialistische zijde werd hem voortdurend voor de voeten geworpen dat hij zich niet sterk maakte voor het Europese sociale model.

Een jaar later hebben we het ergste van de recessie achter de rug en staan sociale kwesties weer op de agenda. Naast het klimaatvraagstuk heeft Zweden de bestrijding van de wereldwijde economische crisis tot speerpunt van zijn voorzitterschap gemaakt. De Zweden willen de nieuwe strategie van Lissabon voor groei en werkgelegenheid, die in 2010 onder het Spaanse voorzitterschap aangenomen zou moeten worden, tot in de puntjes voorbereiden.

In deze context kunnen we niet heen om de vraag of het Zweedse sociale model de zeventwintig lidstaten van de EU uit de misère kan helpen. Kan dit model de crisis bezweren? Ligt hier niet een schitterende kans voor Zweden om voor het voetlicht te treden… en het rampzalige Tsjechische voorzitterschap zo snel mogelijk uit ons geheugen te wissen?

Al een jaar of twintig is het sociale beleid van een aantal lidstaten (zoals België, Frankrijk en Duitsland) in meer of mindere mate geïnspireerd op wat doorgaans het “scandinavische model” wordt genoemd, hoewel men er nog niet in is geslaagd om het Zweedse “paradijs” te imiteren. De cijfers spreken voor zich: in Zweden lag de werkgelegenheidsgraad vóór de crisis op 73%, dus boven het percentage van 70% dat in 2000 in Lissabon was vastgesteld. Zo heeft 71,5% van de vrouwen in Zweden een betaalde baan terwijl dit in België maar de helft is. Is het Zweedse model inderdaad een wondermiddel? “Het is nog te vroeg om te beoordelen of dit model de crisis kan doorstaan” aldus Ernst Erik Ehnmark, rapporteur van het European Economic and Social Committee. De Zweedse automobielindustrie (Volvo, Scania) heeft de dans echter niet kunnen ontspringen.

Volgens Felix Roth, onderzoeker bij het CEPS, een denktank in Brussel, is het simpelweg niet mogelijk om het Zweedse model over te nemen in andere landen. “Dit stelsel vereist omvangrijke sociale uitgaven, wat in veel landen wordt geassocieerd met een lagere economische groei". Het geld dat in de sociale sector wordt gepompt zou volgens hen ten koste gaan van onderwijs omdat er minder middelen beschikbaar zullen zijn die noodzakelijk zijn voor de opleiding van gekwalificeerde arbeiders voor wie volop werk is. In Groot-Brittannië gaan de wetten van de markt boven de verzorgingsstaat, waardoor de discussie over invoering van het Zweedse model hier aan dovemansoren is besteed. Datzelfde geldt voor de nieuwe lidstaten voor wie dit systeem onbetaalbaar is.

Toch is het de kracht van de Zweden dat ze er zonder al teveel staatsbemoeienis in zijn geslaagd om een positieve spiraal te creëren. Werk genereert inkomsten die weer in onderwijs geïnvesteerd kunnen worden, wat weer werk oplevert. Econoom Pierre Reman van de Katholieke Universiteit Leuven somt de kenmerken van het Scandinavische model op: 80% van de werknemers is lid van een vakbond, het werknemersbeleid is gestoeld op overleg tussen de werkgevers en de vakbonden en de actieve verzorgingsstaat helpt werklozen zo snel mogelijk weer aan een baan. Integratie is hierbij het sleutelwoord.

Deze flexveiligheid (vaak geassocieerd met Denemarken) heeft een prijs: de belastingen zijn zeer hoog. In België en in alle andere landen waar strikt wordt vastgehouden aan de begrotingsnormen zal de invoering van een dergelijk model dan ook geen kans van slagen hebben.

Wat kunnen we de komende zes maanden dan wel van Zweden verwachten? “Dat Zweden de strategie van Lissabon, die nu op het klimaat is gericht, weer een sociaal tintje geeft,” verzucht Ernst Ehnmark. Gery Coomans, expert bij de Commissie, gelooft evenmin dat het Europese tijdperk van het Scandinavische model is aangebroken. “Om in tijden van crisis een dergelijk beleid in te voeren, is een vrome wens. De tijd is aan nationale protectionistische maatregelen”. En om met Roosevelt en Obama te spreken: “Don’t waste the crisis”. Laten we met de crisis ons voordeel doen. Maar tot op heden heeft Europa die kans aan zich voorbij laten gaan.