Een Roemeens-Canadees bedrijf aast op het kostbare metaal dat onder de grond van Rosia Montana in Roemenië verborgen ligt. In de ogen van milieubeschermers is de natuur echter de echte schat van de regio, die koste wat het kost beschermd moet worden. In afwachting van de afloop van de juridische strijd proberen de laatste bewoners hun dorp leefbaar te houden.

In Rosia Montana gaat begin deze zomer het gerucht dat er een vrouw uit het dorp zwanger is. Dit nieuws haalt de enkele voormalige [kolen] mijnwerkers uit hun lethargie, die al koffiedrinkend hun dagen slijten op het kleine dorpsplein in de hoop dat er iets gebeurt. Het grote nieuws dringt zelfs door tot Ioji Vlăgnean, een stokoude dove en blinde man. Hij staat wankel op onder het portaal van het voormalig casino waar voordat de communisten arriveerden de mijndirecteuren hun goud verspeelden, en bekijkt het pleintje aandachtig vanachter een dik vergrootglas. Alleen een wonder had hem uit zijn verstarring kunnen halen.

Ioan Moduna is het nieuws komen brengen, maar niemand gelooft hem. Maar wanneer opzichter Gruber, toch een vertrouwensman, het nieuws bevestigt, beginnen ze allemaal te speculeren: is het een meisje of een jongen? Wanneer is ze uitgerekend? De doofblinde wiebelt met zijn hoofd en maakt ondeugende gebaren met zijn handen op zijn buik, alsof hij het was die het eerste, en waarschijnlijk enige kind van 2009 in Rosia Montana op de wereld moest zetten.

Een plein, twee non-profitorganisaties

Het pleintje waarop de mannen nu genoeg te kletsen hebben, wordt omringd door de kantoren van twee non-profitorganisaties: de één tegenstander van de goudwinning, de andere voorstander. Wanneer er een nieuw gezicht in het dorp verschijnt, komen de activisten van beide zijden tevoorschijn en proberen de ongelukkige aan zijn jasje te trekken, net zoals de winkeliers vroeger gedaan zouden hebben om iemand hun winkeltje binnen te lokken. Vervolgens worden de argumenten van beide kanten uit de doeken gedaan.

De firma Rosia Montana Gold Corporation (RMGC) [een joint-venture tussen het Canadese Gabriel Resources en het Roemeense staatsbedrijf Minivest] heeft 80% van het dorp opgekocht. Voor de aanhangers van exploitatie staat het gehucht toch al aan de rand van de afgrond. Volgens hen zal het op goud gebouwde dorp verdwijnen, en zal alleen het historische centrum overblijven. De inwoners hebben het dorp verlaten. Ze hebben hun huizen en grond verkocht en zijn naar elders vertrokken, of ze wonen nog in hun reeds verkochte woningen in afwachting van hun verhuizing naar een nieuw dorp. De anderen, de milieubeschermers, voorspellen een apocalyptisch tafereel, waarbij het dorp in een zee van cyaankali zal worden gedoopt.

Tot vandaag was de geboorte van een kind geen onderwerp van gesprek, laat staan dat het tot emoties leidde. Robert Ştefan Mălan, het laatste kind dat op 24 december 2008 in het dorp geboren werd, zit nu met de lantaarn van zijn overgrootvader in het gras te spelen. Zijn vader en grootvader waren mijnwerkers. "Hij wordt geen mijnwerker, dat is een ding wat zeker is", zegt zijn vader. "Maar wat erger is, is dat ik niet weet wat hij dan wel worden zal, want hij heeft geen toekomst".

Werloze mijnwerkers

Horaţiu Mălan woont in een flatgebouw. De buren hebben hun appartement verkocht en zijn naar de stad verhuisd. Ook hij verkocht zijn flat, maar hij blijft hier totdat zijn nieuwe huis in Alba Iulia klaar is. In de stad zal zijn situatie dramatisch zijn: 45 jaar, werkloos, getrouwd, een kind: "Wie wil er in de stad een mijnwerker aannemen? Waarvan moet mijn gezin leven?". Net als hij zijn er nog 125 mijnwerkersfamilies die naar de stad vertrekken met hetzelfde dilemma dat hen al sinds de sluiting van de mijnen [vooral kolen] eind 2006, bezighoudt: waar zullen ze van moeten leven? Heeft de stad al niet genoeg aan zijn eigen werklozen?

In Rosia Montana zijn de enigen die nog een salaris ontvangen de politieagenten, de enkele leraren die zijn achtergebleven om net te doen alsof ze de kinderen in de zo goed als verlaten school nog wat bijbrengen, en de ambtenaren op het gemeentehuis, dat overigens ook al werd opgekocht door de Gold Corporation. Zoals alle mijnwerkers die werkloos achterbleven na de sluiting van de mijnen door de Roemeense overheid, zou Mălan eindelijk wel eens willen beginnen met het winnen van het goud dat er nog is. "Laat die milieubeschermers alsjeblieft ophouden met die lulkoek", zegt hij. "Ze hebben een hagedis onder een boom gezien en laten ons sterven om het beest te kunnen redden. Laat ze in plaats daarvan de hagedis verhuizen, zodat wij het goud kunnen opgraven."