“Vijfentwintig jaar na het einde van de Koude Oorlog ziet Europa zich geconfronteerd met een nieuwe reeks bedreigingen”, waarschuwt Le Monde. Naast de “instabiliteit in Oekraïne” noemt de krant ook “de cybercriminaliteit” en “het terrorisme in het Nabije Oosten” als risicofactoren. Het dagblad schrijft:

De aanslagen in Parijs van 7 en 9 januari hebben ons op meedogenloze wijze een moderne versie van dit gevaar getoond. Moslimterrorisme is grensoverschrijdend, het rekruteert in het hart van Europese samenlevingen en wil geen grondgebied, maar volkeren in zijn macht hebben.

De huidige situatie is voor velerlei uitleg vatbaar, meent de krant, want het “onderscheid tussen oorlog en vrede vervaagt. ‘Bevroren conflicten’ zijn synoniem geworden voor oorlogen zonder slotsom”. Volgens Le Monde zou de EU een antwoord op deze gevaren moeten vinden, maar dat is lastig omdat de lidstaten “geen autonomie willen opgeven op het gebied van defensie en veiligheid”. De Franse krant schrijft over een “gebrek aan een gezamenlijke strategie” en citeert de Europese denktank ECFR die spreekt van een “kakofonie, een gebrek aan doelstellingen [...] en gedeelde ambitie” op Europees niveau.

EU meer gericht op ‘soft power’

Daar komt bij dat EU meer gericht is op ‘soft power’ en minder op defensie. De krant preciseert dat:

de huidige trend overduidelijk is: Europa geeft steeds minder geld uit aan veiligheid, terwijl Azië en Rusland juist meer aan deze sector uitgeven. De defensie-uitgaven zijn [in 2013 ten opzichte van 2012, red.] in West- en Centraal-Europa met 2,4 procent gedaald en zelfs met 7,8 procent in de VS, terwijl Rusland een groei van 4,8 procent liet zien.

Le Monde benadrukt dat de EU wel een “belangrijke rol in de onderhandelingen met Iran over het atoomprogramma en in de Balkan” heeft gespeeld en “zijn er andere positieve voorbeelden, zoals bijvoorbeeld de samenwerking van de geheime diensten”.

De krant sluit het artikel af met een citaat van de Amerikaanse diplomaat Henry Kissinger: “In buitenlands beleid omarmt [de EU] universele idealen, zonder dat zij over de middelen beschikt om deze af te dwingen, en kosmopolitische identiteit die tegenstrijdig is met nationale loyaliteit.”