De financiële problemen in Griekenland luidden een algemene Europese crisis in. Is het mogelijk dat de EU, ruim een jaar later, misschien wel beter uit de crisis tevoorschijn komt? Wat een paar maanden geleden onwaarschijnlijk leek, wordt nu niet meer geheel uitgesloten.

Het concurrentiepact dat Duitsland, met steun van Frankrijk, tijdens de Europese Raad die op 4 februari in Brussel plaatsvindt, aan de Europese partners zal voorleggen, zou wel eens een belangrijk moment in de Europese eenwording kunnen betekenen.

Merkel als overtuigd voorstandster van de Europese gedachte

Hoewel de zeer Franse term “economische regering” door Berlijn niet in de mond wordt genomen, komt het daar in feite wel op neer. Het pact voorziet in een reeks maatregelen in de 17 eurolanden (het liefst wordt de gehele Unie betrokken). Die maatregelen zouden betrekking hebben op een onderlinge afstemming van loonkostenbeleid, belastingwetgeving voor ondernemingen, aanpassing van de pensioengerechtigde leeftijd, staatsschuld, enz.

Wie zich nog herinnert hoe terughoudend bondskanselier Angela Merkel zich in het voorjaar van 2010 opstelde ten aanzien van hulp aan Athene, kan slechts onder de indruk zijn en tevreden vaststellen dat de Duitse regering van standpunt is veranderd.

Duitsland sluit zich niet langer af van de buitenwereld. Integendeel, Merkel wil een stuwende rol spelen bij het versterken van de economische en monetaire Unie. Dat zij zich afficheert als overtuigd voorstandster van de Europese gedachte verdient respect. Haar initiatief roept niettemin een aantal vragen op.

Kanttekeningen

In de eerste plaats kan de inhoud van het concurrentiepact worden betwist. Dat het voor de overheidsfinanciën wenselijk is om pensioenstelsels op elkaar af te stemmen mag duidelijk zijn, maar dat de concurrentiepositie van een land verbetert door de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen naar 67 jaar, zoals Duitsland stelt, kan worden betwijfeld. Duitsland, dat verweten kan worden dat het geen minimumloon kent, moet oppassen dat zijn pact uiteindelijk niet slechts een middel blijkt te zijn dat social dumping in de hand werkt.

Tweede kanttekening: door bij het aanpakken van de crisis het voortouw te nemen laten Duitsland en Frankrijk zich weinig gelegen liggen aan de Europese Commissie, die slechts de rol van deskundige krijgt toebedeeld. In sommige gevallen kan de Frans-Duitse daadkracht heilzaam werken. Op middellange termijn is het echter gevaarlijk om de Commissie een deel van haar voorrechten af te nemen.

Derde kanttekening: de concurrentiepositie van de EU is meer dan de som van de concurrentiepositie van de afzonderlijke lidstaten. Dat is nu juist het hele principe van de Europese eenwording. Waar blijven de grote Europese infrastructurele plannen, met name op energiegebied, waarmee de Unie haar concurrentiepositie zou kunnen versterken? Verdienen die niet ook een plaats in het pact?

Ondanks deze kanttekeningen kunnen we echter alleen maar blij zijn dat politici de handen ineenslaan en zich niet beperken tot het blussen van brandjes. Dit conceptpact vormt een goed uitgangspunt voor de zo noodzakelijke coördinatie van het economische beleid in de eurozone.