Wat het defensiebeleid betreft, zijn de Europeanen ruwweg verdeeld in NAVO-aanhangers en Gaullisten. De eerste groep denkt dat het oude continent zich niet kan verdedigen zonder de Verenigde Staten. Daarom zou de vorming van een Europees leger – paradoxaal genoeg – onze veiligheid in gevaar brengen, omdat het de NAVO zou ondermijnen. De Gaullisten (vernoemd naar de vroegere Franse president Charles de Gaulle) beweren juist dat de Amerikaanse hegemonie binnen de NAVO schadelijk is voor Europa, omdat de Verenigde Staten Europa een Amerikaans geopolitiek perspectief opdringen. Dat is de reden waarom Frankrijk zich veertig jaar lang afzijdig heeft gehouden van de commandostructuur van de NAVO.

Hoewel er in alle EU-verdragen melding wordt gemaakt van de vorming van een gemeenschappelijk Europees leger, is dit nooit uitgevoerd omdat de NAVO-aanhangers de boventoon voerden in het debat over de Europese veiligheid. Het idee dat het verbond met de Verenigde Staten het belangrijkst was heeft gezegevierd, waardoor Washington zijn nucleaire paraplu kon ontvouwen in Europa. Als gevolg daarvan verviel het oude continent in militaire lethargie, vooral na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.

Integratie: de vlucht naar voren

Vanuit militair oogpunt lijkt integratie voor Europa de natuurlijke weg te zijn. De Europese landen die lid zijn van de NAVO besteden jaarlijks bijna 200 miljard euro aan hun respectieve legers. Dat is drie keer zoveel als Rusland, dat zijn militaire uitgaven de afgelopen jaren verdubbeld heeft. Toch staat dit enorme bedrag niet automatisch voor kwalitatief hoogstaand materieel. Een simpele constatering: Europa maakt gebruik van negen modellen gevechts- en aanvalsvliegtuigen, terwijl de Verenigde Staten er slechts vier hebben; de marinemacht van de EU-lidstaten bestaat uit zestien verschillende modellen fregatten, terwijl de US Navy er slechts één heeft.

Een dergelijke verscheidenheid aan militair materieel betekent hogere kosten op het gebied van ontwerp, ontwikkeling van projecten en onderhoud, om nog maar te zwijgen van de coördinatieproblemen die zich in geval van oorlog kunnen voordoen.

Christian Mölling van het Duitse Instituut voor Internationale en Veiligheidszaken (SWP) is van mening dat de Europeanen de werkelijkheid niet onder ogen willen zien. Aan de ene kant willen ze geloven dat ze in militair opzicht onafhankelijk zijn. Maar aan de andere kant zijn ze niet in staat zichzelf te verdedigen, omdat ze er de middelen niet voor hebben.

Omdat ze tot elke prijs onafhankelijk willen blijven, willen ze niet méér samenwerken, of dat nu in NAVO-verband of door middel van Europese initiatieven is. Gevolg: Europa verliest op militair gebied aan gewicht, waardoor de onderlinge afhankelijkheid alleen maar toeneemt. Volgens de aanhangers van deze visie moet de oproep van Juncker de Europeanen dan ook wakker schudden en stimuleren om in actie te komen.

De tegenstanders van deze visie hebben het over een nieuwe poging tot 'versnelling' van de Europese integratie, die tijdens de economische crisis haar vaart verloren had. Volgens Charles Grant van het Centre for European Reform gaat het hier om een methode die al meerdere keren is gebruikt en waarbij gekozen wordt voor de vlucht naar voren om de apathie te doorbreken.

De geschiedenis van het Europese leger roept die van de euro weer in herinnering: voordat de euro in 1999 werd ingevoerd, waarschuwden veel critici dat de eenheidsmunt alleen zou kunnen werken als de EU één enkel economisch beleid had. Voorstanders van de euro betoogden dat zo'n economisch megabeleid juist door de euro tot stand zou worden gebracht. Als we kijken naar de gebeurtenissen van de afgelopen jaren en naar de economische situatie in de zuidelijke EU-landen, dan moeten we wel constateren dat de sceptici gelijk hadden: de euro heeft niet bijgedragen aan de 'vlucht naar voren'. Integendeel zelfs – de munt heeft de eenheid van Europa ondermijnd. Een soortgelijk scenario staat Europa mogelijk te wachten als het kiest voor militaire integratie.

Moeten wij ons leven geven voor Gibraltar?

Er borrelen steeds meer vragen op. Welke kant zal een Europees leger kiezen als de Spanjaarden in conflict komen met de Britten over Gibraltar? Wat gebeurt er als Argentinië de Falklandeilanden binnenvalt? Wordt Europa verplicht Frankrijk bij te staan als dat land zijn zaken in Mali gaat regelen? En hoe zit het met Turkije, dat wel deel uitmaakt van de NAVO, maar niet van de Europese Unie? Wat doen we met landen die officieel neutraal zijn, zoals Oostenrijk en Zweden? Hoe zullen de betrekkingen tussen militair Europa en de Verenigde Staten en de NAVO er dan uitzien?

Jonathan Eyal van het Britse Royal United Service Institute vindt het voorstel van Juncker zelfs gevaarlijk voor Europa, omdat er een signaal van uitgaat aan Moskou dat er een zekere spanning tussen Europa en Amerika bestaat. Hierdoor zou het Kremlin een wig kunnen drijven tussen de westerse bondgenoten.

De centrale vraag luidt: hoe stelt Juncker zich het bevel van dit leger voor, zonder een gemeenschappelijk buitenlands beleid? Gaat het Europees Parlement over de tactische besluiten van dit Europese leger debatteren, zoals de Duitse Groenen voorstellen? Deze vraag staat temeer centraal, omdat het kan gaan over besluiten die essentieel zijn voor het bestaan van bepaalde landen. In het geval van de euro zijn de regeringen overeengekomen om een deel van hun soevereiniteit af te staan in ruil voor concrete voordelen, zoals toegang tot de gemeenschappelijke markt. Het meest cruciale verschil is echter dat gemeenschappelijke economische besluiten niet zo urgent zijn en kunnen worden aangevochten als ze als onjuist worden beschouwd. Als het gaat om het bevel van een Europees leger, en zeker in geval van een gewapend conflict, is die mogelijkheid er niet. De commandant van het Europese leger zou dan in zekere zin de baas van het continent zijn.

Maar al deze strategische vragen krijgen een louter theoretische dimensie, als we bedenken dat het doel dat Juncker met de vorming van een Europees leger had, geenszins was om de veiligheid van de Europese Unie te waarborgen, maar om de overheidsfinanciën van de lidstaten op orde te brengen. Na het – nu al historische – interview met Juncker legde zijn woordvoerder uit dat er dankzij deze legermacht jaarlijks zo'n 120 miljard euro kon worden bezuinigd. Het voorstel van de Commissievoorzitter is politiek gezien dermate onrealistisch, dat de budgettaire motieven automatisch aan geloofwaardigheid winnen. Maar het is moeilijk te zeggen welke van deze twee opties erger is voor Europa.

Vertaald uit het Frans door Nelleke Foppen.