Na de Britse verkiezingen staat in de komende maanden het referendum over het EU-lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk volop in de schijnwerpers. Dat verdringt het andere belangrijke onderwerp van het begin van dit jaar, het mogelijke vertrek van Griekenland uit de eurozone als gevolg van de verkiezingsoverwinning van Syriza, naar de achtergrond. Beide kwesties hebben één ding gemeenschappelijk: het betreft nationale verkiezingen die de tongen losmaken… veel meer dan de laatste Europese verkiezingen.

Parlements- of presidentsverkiezingen zijn altijd cruciale momenten voor de burgers van een land. Vanuit Europees gezichtspunt zijn ze ook erg belangrijk, omdat mogelijk een nieuwe gesprekspartner zal aanschuiven bij de Europese Raad, de plaats waar de vertegenwoordigers van de lidstaten elkaar ontmoeten. Dat is des te meer van belang omdat de voornaamste politieke besluiten van de Europese Unie tegenwoordig binnen de Raad worden genomen. En dat geldt vooral nu de Commissie zich niet wil laten omvormen tot een regering die verantwoording moet afleggen aan het Europees Parlement.

Toen in Frankrijk François Hollande werd gekozen, kopte de Franse pers: "Hij wil Europa van richting doen veranderen." Dat gebeurde ook met Alexis Tsipras in Griekenland. Toen lazen we: "Europa moet veranderen." De Europese Unie zal uiteindelijk altijd veranderen, maar dan wel in het langzame tempo van de internationale democratie waarvoor we allemaal onze toestemming moeten geven. Welbeschouwd heeft er in Europa geen enkele politieke revolutie plaatsgevonden. Zelfs niet toen Angela Merkel werd herkozen.

Nationale verkiezingen niet koersbepalend

Het klopt dus niet dat nationale verkiezingen bepalend zijn voor de koers van Europa, maar bij de Europese burgers wordt die indruk wel gewekt. Alsof er iets gebeurt waardoor een geheel nieuwe situatie ontstaat. In de media wordt bijna meer gesproken over de Britse en Griekse verkiezingen dan over de Europese verkiezingen van vorig jaar. En het publiek zat er met zijn neus bovenop. Het verlangen naar een alternatief Europa werd verwoord door kiezers van een ander land. Met als grote voordeel dat iedereen er een eigen draai aan kon geven. Zo werd in Frankrijk de overwinning van Syriza ter uiterste linkerzijde door het Front de Gauche (Links Front) en ter uiterste rechterzijde door het Front National van Marine Le Pen toegejuicht. Beide partijen beweerden dat we te maken hadden met “een overwinning van de Europese volken op Brussel”. Het was een beetje als in Ierland in 2008, nadat de kiezers het Verdrag van Lissabon hadden verworpen. Maar toen de Ieren vervolgens uiteindelijk toch voor stemden, was er niemand die de overwinning van de Europese volken opeiste.

Het is interessant deze politieke strijd waarbij anderen onze standpunten voor het voetlicht brengen, te volgen. Tegelijk is het jammer dat er op het Europese toneel geen echte politieke strijd plaatsvindt. Europa betekent namelijk niet dat we uitsluitend in nationaal verband over Europa spreken. De Europese democratie kan geen genoegen nemen met 28 nationale discussies, die bovendien over meerdere jaren worden uitgesmeerd. Dat de Britten zelf mogen beslissen of ze nog steeds zin hebben in het Europese avontuur, lijkt een juiste manier van doen (al waren er vreemd genoeg heel veel Britten die de Schotten bij voorbaat hun eigen keuze wilden ontzeggen).

Dat de Grieken besluiten dat Europa socialer moet worden of de Duitsers dat de weg van bezuinigingen moet worden ingeslagen, is geen democratie. Het zou zo veel eenvoudiger zijn als de kiezers van al onze landen tezamen tijdens Europese verkiezingen hierover een beslissing zouden nemen. In plaats daarvan accepteren we dat onze toekomst tijdens besprekingen binnen de Europese Raad achter gesloten deuren wordt bepaald. Weliswaar zitten daar onze gekozen vertegenwoordigers aan tafel, maar zij hebben geen duidelijk mandaat wat betreft het beleid dat Europa moet voeren. Dit zouden we op nationaal of lokaal niveau niet accepteren.

Hollande kwam belofte niet na

Onder het voorwendsel dat de nationale soevereiniteit wordt gerespecteerd, weigert de EU de Europese soevereiniteit volledig tot haar recht te laten komen. Daardoor respecteren we evenmin de wil van de burgers van elke lidstaat. Zelfs aan de nationale soevereiniteit wordt dus afbreuk gedaan: François Hollande had beloofd dat hij in 2012 opnieuw over het begrotingsverdrag zou onderhandelen. Daar is niets van terechtgekomen, omdat Frankrijk binnen de Europese Raad dezelfde status heeft als alle andere landen en het begrotingsverdrag daarom noodgedwongen uit een compromis is voortgevloeid. De verkiezing van Hollande had een effect van 1 op 28 en niet meer dan dat.

Stel dat alles in Europa was veranderd op het moment dat Syriza aan de macht kwam: in welk opzicht zou dat democratisch zijn geweest vanuit het perspectief van de Europese burgers die in andere landen wonen? Wij accepteren dat tijdens nationale verkiezingen wordt bepaald welke richting een land opgaat. Het wordt hoog tijd dat we ons op EU-niveau dezelfde houding aanmeten waar het Europese vraagstukken betreft. Niet enkele nationale, maar alle Europese burgers behoren over onze gezamenlijke toekomst te beslissen.

Dit artikel is uit het Frans vertaald door Jan Messchendorp.