Toen het IMF in 1983 voor de tweede keer moest ingrijpen in Portugal, was ik 26 jaar. Het waren zware tijden: aan de ingang van de fabrieken in de buitenwijken van Lissabon wapperden zwarte vlaggen, en wij vroegen ons ontsteld af hoe je door kon gaan met leven en werken, terwijl er al maandenlang geen salarissen meer waren uitbetaald. In die tijd ging ik een keer lunchen in café Martinho de Arcada [in Lissabon] met een onverbeterlijke optimist. Hij maakte toen deze simpele opmerking, die ik nooit vergeten ben: “Heb je gemerkt dat onze generatie het toch wel beter heeft dan de generatie van onze ouders, ondanks alle problemen waar we nu mee te maken hebben? Denk maar eens aan hoe het was toen wij klein waren…

Hij had gelijk. En onze ouders hadden al een beter leven dan hun eigen ouders. Als ik echter kijk naar de generatie van mijn kinderen en ook naar de daaropvolgende generatie, die van de allerjongsten, dan voel en dan weet ik dat die verbetering zich niet langer zal doorzetten. En dat komt omdat wij alles verknoeid hebben, of in ieder geval omdat wij eraan meegewerkt hebben om alles te verknoeien. Maar misschien ligt de schuld nog eerder bij degenen die iets ouder zijn dan ik, bij de eerste lichting babyboomers, die de afgelopen dertig jaar de meeste machtsfuncties hebben bekleed. Eén ding is zeker: de toekomst die wij binnenkort aan onze jongeren zullen nalaten, is niet bepaald benijdenswaardig. En dat terwijl de huidige tijd voor hen in veel opzichten al ondraaglijk is.

500 euro-generatie

Wij zijn hen de ´500 euro-generatie´ gaan noemen, omdat de meesten van hen, ondanks een afgeronde studie, geen baan konden vinden die meer opleverde dan het minimumloon. Tegenwoordig is het nog erger. Bijna een op de vier jongeren vindt simpelweg geen werk (bij afgestudeerden aan het hoger onderwijs loopt dit zelfs op tot 30 procent). Van de jongeren die wél een baan hebben, werken er veel in een callcenter, aan de kassa in een supermarkt of als taxichauffeur, terwijl ze een universitaire studie hebben gevolgd en prachtige diploma´s hebben. Als beloning ontvangen ze recibos verdes ['groene reçu´s', oorspronkelijk bedacht om zelfstandigen mee te betalen, maar inmiddels algemeen in zwang gekomen en het symbool geworden van de onzekerheid in Portugal]. Het is een magere beloning, die voortaan zels nog zwaarder door de staat zal worden belast. Ze blijven lang bij hun ouders wonen, stellen hun leven uit tot later en springen van rechts naar links, omdat ze bang zijn zich ergens op vast te leggen.

Toen [de Portugese rockzanger] Rui Veloso dertig jaar geleden een beeld van mijn generatie schetste met het lied A rapariguinha do shopping [Het meisje in het winkelcentrum], legde hij de nadruk op de oppervlakkigheid van eenvoudige lieden die tot elke prijs de sociale ladder wilden beklimmen: “Energiek en goed gekleed/Daalt zij de roltrap af/Met een magazine over borduren/Een stralende blik/Fris geurende oksels/Rood gestifte lippen/Altijd een goed verzorgd kapsel/Zwaar opgemaakt met mascara en eyeliner…”. Als de groep Deolinda tegenwoordig het publiek in de concertzalen van Lissabon en Porto opzweept, dan is dat in een compleet andere stijl: “Ik ben van de generatie zonder salaris/En daar schaam ik mij niet voor/Wat kan ik toch stom zijn/Want het gaat slecht en het wordt er niet beter op/Ik mag al blij zijn dat ik een stage heb…” En zo is het: je mag van geluk spreken als je een stage hebt, als je alleen maar voor een maaltijdbon werkt, of als je een beurs kunt aanvragen voor een postdoctorale cursus, nadat je er al een hebt gehad voor een eerdere studie, terwijl je geen enkel uitzicht hebt op een baan.

Beroofde generatie

Zij zijn de beroofde generatie. De generatie die wij beroofd hebben. Laten we eerlijk zijn en toegeven dat wij er in één generatie de rijkdommen van twee generaties doorheen hebben gejaagd, als het al niet meer is: om te beginnen in het revolutionaire vuur van na 25 april [1974, de datum van de staatsgreep die een einde maakte aan de dictatuur in Portugal], vervolgens in de euforie van de toetreding tot de EEG [in 1986] en tot slot in dat waanzinnige, tot mislukken gedoemde consumentisme dat ontstond door de toetreding tot de eenheidsmunt en dat werd aangewakkerd door de lage rentestand. Onze schulden – zowel de staatsschuld als de particuliere schulden – zijn al drie keer zo hoog als het bbp. Maar wij zijn niet degenen die ervoor moeten opdraaien; we schuiven ze af op de generatie na ons.

Wij wilden alles: goede salarissen, die alsmaar stegen, en de zekerheid van een baan; een hoofdwoning en een tweede huis; een auto voor ieder lid van het gezin; een mobiele telefoon en een plasmascherm; werktijdverkorting en zo vroeg mogelijk met pensioen. Wij dachten dat dat allemaal mogelijk was, en toen men ons vertelde dat het níet mogelijk was, gedroegen we ons als een schelp die zich ondanks de beukende golven vastklemt aan zijn rots: wij klampten ons des te harder vast aan de posities dat we bereikt hadden. We gingen over ´verworven rechten´ praten. Steeds feller eisten wij het onmogelijke, zonder dat we bereid waren er iets tegenover te stellen. Het waren de ´veroveringen van april´.

´Hotel mama-generatie'

En kijk nu eens naar het land dat wij onze jongeren nalaten. Als ze een huis willen, dan moeten ze het kopen, omdat wij tientallen jaren voorbij hebben laten gaan zonder dat we in staat waren een fatsoenlijke huurwet op te stellen: wij laten de stadscentra nog altijd verpauperen en lokken de jongeren naar de buitenranden van de steden. Als ze een baan willen, komen ze er niet tussen, ook al zijn ze beter gekwalificeerd en hebben ze een veel betere opleiding: er zijn al te veel mensen die een levenslange aanstelling hebben gekregen.

Deze jongeren hebben weliswaar een universitaire studie afgerond, maar weten dat er bij dit soort werkgevers geen perspectieven voor hen zijn. Als zich een kans voordoet om in een onderzoekcentrum te werken, dan reageren ze onmiddellijk. Maar dat komt maar zelden voor en dan zijn er zo veel sollicitanten. Ze hebben ook overwogen om in het onderwijs te gaan, maar gezien de demografische ontwikkeling en de daling van het aantal leerlingen hebben ze daar uiteindelijk van afgezien. Ze droomden van een carrière als advocaat, maar op dit moment houdt zelfs de advocatuur de deur voor hen gesloten. Wat blijft er dan nog voor hen over? De vrijdagavonden en de gedachte dat er morgen weer een dag is…

Kijk ook eens naar hoe wij hun pensioenen hebben afgepakt, waarop ze in theorie ooit recht zouden moeten hebben: in de hervorming van de pensioenstelsels uit 2007 van José Vieira da Silva [destijds minister van Arbeid en Solidariteit] is bepaald dat de huidige jongeren later een pensioen krijgen dat in het gunstigste geval slechts de helft bedraagt van de voorziening waarop de oudste generatie nu aanspraak maakt. Zij hebben zich dit nog nauwelijks gerealiseerd – maar hoe kun je ook verwachten dat de ´hotel mama-generatie' nu al nadenkt over wat hen over dertig of veertig jaar te wachten staat?

´Zo kan het niet langer-generatie'

Deze generatie heeft misschien allang begrepen dat zij geen beter leven krijgen dan hun ouders, althans niet op zo´n spectaculaire manier als de verbetering tussen het leven van hun ouders en dat van hun grootouders destijds. Dat is de reden waarom deze generatie niet geïnteresseerd is in de afgezaagde politieke discussies, zich niet laat misleiden door de steeds maar terugkerende retoriek, en niet gelooft in degenen die hen al jaren lang de hemel op aarde beloven.

Al deze omstandigheden kunnen ertoe leiden dat deze generatie zich gaat inzetten voor het enorme veranderingsproces waar Portugal doorheen moet –je kunt zelfs stellen: het proces waarin het land zichzelf opnieuw moet uitvinden. Portugal moet niet langer een gesloten samenleving zijn die door belangen en kliekgeest in een strak keurslijf wordt gedwongen; Portugal moet zich openstellen voor zijn onderdanen, en vooral voor degenen die de meeste ambitie, verbeelding en vastberadenheid aan de dag leggen. Zij zijn namelijk de vertegenwoordigers van een ´zo kan het niet langer-generatie' die simpelweg ´iets´ wil worden. Want de grootste stommiteit is om níet te veranderen, en dat is iets wat zij goed begrepen hebben.