Laten we wel wezen: we kunnen de situatie vanuit verschillende gezichtspunten bekijken. En als we de situatie vanaf het eiland Lampedusa bekijken, dan is het eenvoudigst, zoals altijd, ook het meest opzienbarend. Hier zijn we getuige van een spektakel met echte acteurs dat gaat over de voorspelling in de statistieken van de toekomstige stromen migranten: de invasie van de islamitische wereld en de mensen uit de Maghreb in het rijke Europa.

In Lampedusa is dat al begonnen: vanuit het zuidwesten, dat wil zeggen uit het opstandige Tunesië, zijn in drie dagen tijd meer dan 3.000 mensen aan land gegaan op dit eiland dat zelf nauwelijks meer dan 5.000 inwoners heeft. Aan de andere oever, zijn vanuit de havenstad Zarzis nog meer boten vertrokken en aangezien de zee zeer kalm blijft, wordt er verwacht dat over een paar dagen het aantal immigranten het bewonersaantal van het eiland overschrijdt. Het is dus een soort generale repetitie op beperkte schaal van wat er zou kunnen gebeuren op de zeer korte termijn. Een generale repetitie met Italië als toneel, maar die feitelijk heel Europa aangaat.

De regering heeft de humanitaire noodtoestand afgekondigd. Met ferries en vliegtuigen, die voor 30.000 euro per vlucht worden gehuurd, tracht het eiland een deel van deze mannen, die de nationale onrusten zijn ontvlucht en op het eiland zijn aanbeland, over te brengen naar andere opvangplekken. Het is een groots gebaar, maar het zal nog moeilijk worden om het ritme van deze aankomsten lang vol te houden. De burgemeester van Lampedusa, Bernardino De Rubeis, heeft al drie nachten niet geslapen en probeert zijn reputatie op te vijzelen (hij werd in 2009 aangehouden en verhoord wegens corruptie). Hij beweert in het vuur van de actie: “U ziet, we doen wat we kunnen. Lampedusa vlucht niet voor zijn verantwoordelijkheden. Overal klinkt commentaar, maar ik vraag me steeds af: waar in ‘s hemelsnaam blijft Europa?

Infiltranten van Osama bin Laden

In de nacht van 11 op 12 februari zijn er weer 600 Noord-Afrikaners aan land gegaan, die zo goed mogelijk onderdak moeten krijgen in allerlei overheidsgebouwen. Volgens de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken, Maroni, zouden er onder de migranten best infiltranten van Osama bin Laden kunnen zijn. Een serieus risico. Hoe onbegrijpelijk is het dan dat er in dit geval niet meer dan zeven of acht carabinieri zijn om deze honderden mannen, die op een kluitje op de kade staan, het hoofd te bieden. De paar andere carabinieri zijn druk bezig om de mannen naar elders over te brengen of naar verschillende eerstehulpposten, waarbij ze gelukkig worden geholpen door een clubje welwillende vrijwilligers.

Het nieuws dat van de andere oever van de Middellandse Zee komt overwaaien, biedt nauwelijks voer voor optimisme. Het regime in Tunesië is gevallen, in Egypte ook. In Algerije heerst opstand en zelfs ‘vriend’ Gaddafi slaapt minder rustig in zijn tent. Er is een crisis aan de gang, met onduidelijke ontwikkelingen, die zeker niet te voorspellen zijn. Maar wat er aan de overzijde van de Middellandse Zee gebeurt, lijkt steeds meer op het onweerstaanbare dominospel, waarmee twintig jaar geleden het ene na het andere socialistische regime omviel. Het idee dat een paar tirannen in de Maghreb een dam vormden tegen de stromen migranten naar het rijke Europa, gaat ten onder in de boze menigten en de burgeroorlogen. Lampedusa bevindt zich op een steenworp afstand van deze landen in opstand en betaalt de prijs. Toch is het absoluut een illusie te denken dat het probleem hier, op dit eiland, kan beginnen en ook weer kan worden opgelost.

Lampedusa doet in zijn eentje wat het kan

Tarek is een Tunesiër met een kapsel als Jimi Hendrix, die al lang in Italië woont en die de carabinieri helpt bij het onmogelijke werk om zojuist aangekomen nieuwelingen te identificeren. Hij werkt voor een humanitaire organisatie, heeft ook al twee nachten geen oog dicht gedaan en legt de kwestie duidelijk uit: “Bijna niemand van de mensen die ik heb ondervraagd wil in Italië blijven. Ze zeggen dat ze vooral naar Frankrijk of Duitsland willen. Ze beginnen hun reis in Lampedusa omdat dit stukje Europees grondgebied het dichtst bij is, maar geen haar op hun hoofd die eraan denkt om hier te blijven.”

In de tussentijd doet Lampedusa in zijn eentje en binnen de grenzen van de eigen mogelijkheden wat het kan. Alle minibussen van het openbaar vervoer van het eiland zijn geconfisqueerd door de burgemeester om de Tunesiërs van de kades te halen en ze naar alle mogelijke opvangadressen te vervoeren. De grote kranen en karren van het eiland die voor het slepen en hijsen van vissersboten worden gebruikt dienen om de in beslag genomen bootjes van de Tunesiërs uit het water te halen en op vrachtwagens te laden, die ze op de openluchtvuilstort midden op het eiland opstapelen. De bakkers werken een slag in de rondte om deze duizenden onverwachte gasten van brood te voorzien. Een ander teken van vrijgevigheid: er worden gratis sigaretten uitgedeeld aan iedereen die wil. En dan te bedenken dat dit eiland voor deze invasie nog in opstand was! Stakende vissers, hoteleigenaren op oorlogspad. Hier kost diesel voor vissersboten immers het dubbele vergeleken met de rest van Italië.