Eerst Tunesië, toen Egypte en nu Libië. Sinds twee maanden is de Europese Unie getuige van de golf van protesten die de Arabische wereld overspoelen. Zij vraagt zich af wat haar rol hierin is en waar dit alles op uit zal draaien. De Europese aarzeling krijgt iets tragisch nu het regime van Muammar Khadaffi zijn eigen volk op gewelddadige wijze onder de duim houdt.

Europa is afhankelijk van het regime van Khadaffi

"'Revoluties zijn de locomotief van de geschiedenis', schreef een zekere Karl Marx 160 jaar geleden. Een mooi beeld. Vooral wanneer we naar de Europeanen kijken, die momenteel vanuit de derde klasse van de laatste wagon de turbulente reis van de Arabische wereld volgen", schrijft Der Standard. "Tot nu toe hebben ze niets beters kunnen bedenken dan hun zorg uitspreken. [Maar] in Libië is de retoriek van verbijstering niet langer afdoende."

Het Oostenrijkse dagblad vertelt ons op welke gebieden Europa afhankelijk is van het regime van Khadaffi: energie, handel, samenwerking tegen immigratie uit het zuiden. De krant stelt vast dat Europa probeert zijn belangen ter plaatse veilig te stellen en dat het geen financiële drukmiddelen, militaire middelen of een gecoördineerde aanpak voorhanden heeft om de problemen op te lossen.

Een Marshall-plan voor de zuidelijke Middellandse Zeelanden, waar de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken Franco Frattini om heeft gevraagd, zou pas op zeer lange termijn effect sorteren, net als de miljarden die Catherine Ashton voor de betrokken landen in haar koffertje heeft zitten. Dat geldt ook voor Algerije en Marokko, waar soortgelijke belangen op het spel staan. "Als de conducteur om hun treinkaartje vraagt, moeten de Europeanen toegeven dat zij als zwartrijders deze gebeurtenissen gadeslaan. Dat is niet alleen maar pijnlijk. Europa zal politiek gezien een zeer hoge boete betalen", aldus Der Standard.

Niets doen is de slechtste optie

Feit is dat de Europeanen zich in een onmogelijke positie bevinden, constateert Gazeta Wyborcza. Wat betreft Libië kunnen ze zich alleen nog maar afvragen: "Wat is erger. Pest of cholera?" schrijft het Poolse dagblad. "Moeten wij nog langer een getemde terrorist steunen en de illusie koesteren dat de demonstranten na enkele hervormingen naar huis terugkeren en dat dit regime, dat met ijzeren hand regeert, plaats zal maken voor een bewind dat pluralisme hoog in het vaandel heeft staan? Of moeten wij Khadaffi afschrijven en zijn opponenten financieel of zelfs militair steunen? Europa zit in een impasse. Enerzijds kan het niet werkeloos toezien hoe huursoldaten van Khadaffi mensen in de rug aanvallen. Anderzijds is het bang dat de leegte na Khadaffi nog erger is."

*Gazeta Wyborcz**a* voegt daaraan toe: "*Het probleem is dat niets doen de slechtste optie is. Europa staat namelijk voor zijn grootste uitdaging sinds de ineenstorting van het voormalige Joegoslavië. Dit wordt een enorme test voor de status van Europa in de wereld en het biedt het continent een kans om zijn 'soft power' en zijn dialoogvaardigheden in te zetten. Daarom moet Europa een partnerschapsprogramma voorstellen en deze rebellerende regio hulp aanbieden*."

Nieuwe spelregels voordat er een nieuw bloedbad wordt aangericht

Allereerst moet de EU "nieuwe spelregels bekendmaken voordat er een nieuw bloedbad wordt aangericht", bepleit Jordi Vaquer, directeur van CIDOB, een centrum voor bezinning op de internationale betrekkingen, in El País. Volgens hem moet de EU "alle overeenkomsten opschorten zodra er ook maar een vermoeden bestaat dat er stelselmatig geweld wordt gebruikt" tegen de bevolking, en "de bankrekeningen bevriezen van iedereen die een belangrijke post bekleedt" in deze regimes. Andere noodzakelijke maatregelen: "terugroepen van de ambassadeurs voor overleg, opschorting van de verzending van materialen die voor repressieve maatregelen kunnen worden ingezet of het verlenen van steun aan processen tegen degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan misdaden tegen de menselijkheid."

Helaas, zo stelt Jordi Vaquer, "spreiden de EU-landen in tijden van crisis altijd een weifelende houding ten toon", want "zoals Libië belangrijk is voor Italië, zo is Marokko dat voor Spanje, Algerije voor Frankrijk, Oman voor het Verenigd Koninkrijk en Jordanië voor vrienden van Israël als Duitsland". Toch kan volgens de directeur van de denktank "alleen een van te voren afgesproken stellingname, die automatisch geactiveerd wordt tegen iedere regering die een spiraal van gewelddadige repressie in gang zet, Europa uit zijn schandelijke verlamming verlossen".

Schizofrenie van de Froissartstraat

Het is nodig dat de lidstaten hun tegenstrijdigheden aanvaarden of daarboven uitstijgen. In het geval van Libië is dat vooral de taak van Italië. "In Europa noemen we dat de schizofrenie van de Froissartstraat", zegt La Repubblica. Het Italiaanse dagblad vertelt hoe vertegenwoordigers van Italië zich bij de ingang van de Europese Raad in welwillende termen uitlaten over de dictators die in het beklaagdenbankje zitten. En hoe ze vervolgens in de Raad samen met de anderen vóór resoluties stemmen waarin dezelfde dictators worden veroordeeld. Dat is gebeurd met Mubarak en Loekasjenko en dat gebeurt nu met Khadaffi. Italië moest de onderdrukking in Libië wel veroordelen, maar verzette zich tegen de sancties die Finland aan Tripoli wilde opleggen.

Echter, volgens La Stampa "zijn de huidige betrekkingen met Khadaffi niet uitsluitend te wijten aan Berlusconi. Als handelspartner is Libië altijd door alle Italiaanse regeringen in de watten gelegd. Wij hebben mensen en geld in Libië en voor onze energie, handel en investeringen zijn wij van dat land afhankelijk. Wanneer Khadaffi valt, kan dat voor ons ook wel eens de ondergang van een systeem betekenen".