Het is nogal een groot woord, maar toch is het precies alsof we ons voorbereiden op een oorlog. Voor Italië is dit een soort tweede oorlog tegen Libië [die eerste brak uit in 1911 ten tijde van de Italiaanse kolonisatie van Libië].

Alsof ze een lange neus maken naar de geschiedenis vliegen C130-vliegtuigjes af en aan om over en weer mensen te evacueren: Tunesiërs worden uit Lampedusa gehaald en Italianen uit Tripoli. Want van beide zijden van de Middellandse Zee neemt iedereen die kan vluchten de benen om nooit meer terug te keren. Oorlogsschepen stomen op naar het kanaal van Sicilië om zich te voegen bij de kleine vloot die hier al aanwezig is. En op alle luchtmachtbases is de hoogste alarmfase afgekondigd. Kortom, we zijn in de hoogste staat van paraatheid.

De zee afturen in afwachting van de vijand

En ondertussen turen we de zee af, in afwachting van de vijand. Maar er klopt iets niet aan deze oorlog, want de vijand kan zich toch niet vermommen als een vloot gammele bootjes propvol illegalen? In de nacht van dinsdag op woensdag arriveerden bij windkracht 5 nog eens 250 extra vluchtelingen op het Italiaanse eiland. Ze hebben 60 zeemijl afgelegd vanaf de Tunesische stad Sfax. Lampedusa bevindt zich precies halverwege de Tunesische en de Siciliaanse kust. De dag ervoor zijn sommigen er ondanks de storm en alarmfase rood toch in geslaagd om voet aan land te zetten.

Ze hebben hun kleren laten drogen, hun schoenen weer aangetrokken en naar de eerste de beste bar getogen om iets warms te eten. Het opvangcentrum voor illegalen – dat nog maar net weer leeg was – heeft wederom zijn maximum van 1000 personen bereikt: de helft van de week ervoor toen het 2500 mensen opving. De illegalen komen en gaan in groten getale. Iedereen kan op zijn klompen aanvoelen dat deze situatie niet kan voortduren. “Vooral als de zee kalm is”, moppert Cono Callipò, directeur van het centrum, “want als de zee kalm is en Khadaffi zich overgeeft, dan zal alles wat we tot nu toe hebben gezien, totaal verbleken bij wat nog zal komen”.

Lampedusa heeft inderdaad al heel wat meegemaakt. In de hoofdstraat en de zijstraten van het centrum wemelt het permanent van de Tunesiërs. Ze bezoeken en masse de bars, supermarkten en vooral de winkeltjes waar ze hun mobiele telefoons kunnen opladen. De aanpak die tot nu toe werd beleden (dat wil zeggen om de migranten niet in het opvangcentrum op te sluiten) bleek tot op heden goed te werken, maar na een week wordt het geduld van de eilandbewoners toch zwaar op de proef gesteld. In veel bars wordt koffie voortaan in kartonnen bekertjes geserveerd “want”, wordt ons verteld in de Bar de l'Amitié van de oude Don Pino, “de stamgasten weigeren te drinken uit kopjes waaruit de vluchtelingen gedronken hebben”.

Kinderen komen bijna niet meer buiten. Alle deuren zitten op het nachtslot en kleine meisjes worden altijd door een volwassene begeleid, zelfs al hoeven ze maar 100 meter te lopen. Het geduld van de bewoners begint op te raken en ze piekeren over de cijfers waarmee ze de godganse dag om de oren worden geslagen. Dan weer uit Rome, dan weer uit Brussel. Tienduizenden. Honderdduizend. Misschien wel 300.000. De cijfers lopen sterk uiteen, maar zelfs de meest optimistische schattingen duiden op een ramp.

"wij hebben de vluchtelingen nog nooit in de steek gelaten"

Dino De Rubeis, de rijzige burgemeester van Lampedusa, zegt: “Jullie hebben het zelf gezien, wij zijn hier en wij hebben de vluchtelingen nog nooit in de steek gelaten. We hebben ze overal ondergebracht, we hebben hele nachten doorgebracht op de pier, we hebben ze sigaretten aangeboden... Maar Lampedusa redt het niet alleen. We hebben hulp nodig.

De Rubeis trekt een zuur gezicht bij de persberichten die nieuwtjes bevatten die zijn goedkeuring niet kunnen wegdragen. Zo doet de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen de oproep om “migranten niet tegen te houden”, de Europese Unie vraagt Italië om het idee los te laten om inwoners van de Maghreblanden over het hele continent te verspreiden en de Italiaanse regering – die het ook allemaal niet meer weet – overweegt om op Sicilië gigantische tentenkampen op te slaan. De mannen turen de horizon af en bidden om slecht weer.

Hun smeekbede voor een onstuimige zee en rukwinden van 40 knopen is verhoord. En bij de ontscheping leek het even op Normandië met rukwinden uit het noordwesten, koude regenvlagen en een ijzige wind die iedereen aan huis gekluisterd hield. Het is goed voor de oorlog, maar slecht voor het eiland, want de boot die het gebied vanaf Porto Empedocle bevoorraadt, kan niet uitvaren.

Ook de vliegtuigen zijn niet beter af. Gisteren zijn twee vluchten die een groep immigranten zouden vervoeren, geannuleerd vanwege het slechte weer. Zo staan de zaken ervoor in de voorpost van Italië en Europa, in afwachting van de aangekondigde invasie uit de Maghreblanden. In de bars en eettentjes waar de mensen hun toevlucht hebben gezocht tegen de regen en de wind, worden verhalen en anekdotes verteld in wonderlijke accenten.

De mensen denken aan wat er halverwege de jaren tachtig is gebeurd, toen Khadaffi twee raketten afvuurde op de militaire basis van de Amerikanen op het eiland. Het doel werd op een paar kilometer na gemist. Er wordt gesproken over de bizarre aspecten van deze oorlog, die veel weg heeft van een andere oorlog die al sinds lange tijd woedt tussen de vissers van het Italiaanse Mazara del Vallo en de Libische en Tunesische kustbootjes. De trawler Clair de Lune redde dinsdagnacht veertig Noord-Afrikanen uit zee. Nu precies een jaar geleden werd ditzelfde schip gecontroleerd en in beslag genomen door de schepen van Khadaffi vanwege binnendringing in territoriale Libische wateren… Kortom, de oorlog is niets nieuws onder de zon.