In 2002 werd Italië door de lire verlaten. Honderdveertig jaar goede en trouwe dienst uitgewist door een jonge, ambitieuze munt die we met 17 andere landen moesten delen. Tegenwoordig dwepen alleen mensen met heimwee naar het verleden en verzamelaars nog met de munt. De eurogeneratie – de jongeren die met de nieuwe munt zijn opgegroeid – weet soms zelfs niet van het bestaan ervan.

Denkt u dat ik overdrijf? Luister dan maar eens naar de 13-jarige acteur Federico Russo. "Kun je me wat vertellen over de lire, Federico?" "Dat is geld van vroeger". "Maar heb je er dan nooit over horen praten op school, thuis of bij je grootouders?" "Nee, nooit".

"Ze vinden volstrekt gewoon wat in feite een enorme overwinning was"

"Dat wekt geen verbazing", legt Stefano Caselli, leraar aan de Bocconi-universiteit in Milaan, op geruststellende toon uit. Vanuit maatschappelijk oogpunt kan dit verschijnsel vergeleken worden met dat van internet. "Tegenwoordig bestaan er drie generaties naast elkaar: zij die in het stenen tijdperk opgroeiden, degenen die zich hebben aangepast, en de mensen die geboren zijn met de euro. De eurogeneratie kan zich zelfs geen euroloze wereld meer voorstellen en vraagt zich niet af hoe het voor de euro was. De nieuwe generatie versterkt de mondialisering en vormt zelfs een stabiliserende factor: de generatie die is opgegroeid met de lire zorgt voor prijsverstoringen omdat ze twee onvergelijkbare tijdperken met elkaar blijft vergelijken. Daarentegen dringen de jongeren de inflatie terug omdat ze niet aan vergelijking doen."

Tegenwoordig rekent bijna niemand meer terug naar lires, ouderen daargelaten. Soms worden de prijzen van een taxirit nog wel eens met elkaar vergeleken: "Vroeger kostte een rit van Malpensa naar Milaan 70.000 lire (ongeveer 35 euro)*; tegenwoordig betaal je 85 euro...*". Om te worden gevolgd door steeds neerslachtigere beschouwingen over dalende salarissen en de stijgende kosten voor levensonderhoud.

"Wij zijn gewend geraakt aan de euro: het is net zoiets als het leren rijden met een automatische versnellingsbak of in een auto met het stuur rechts. Na een poosje denk je er zelfs niet meer over na", voegt Luigi Campiglio, professor Economisch Beleid aan de Katholieke Universiteit van Milaan daaraan toe. "Voor mijn studenten is het zelfs nog eenvoudiger: ze kunnen zich het zakgeld in lires dat ze van hun grootouders kregen, nog maar nauwelijks herinneren. Ze reizen vaker, velen van hen nemen deel aan het Erasmus-programma. Ze vinden volstrekt gewoon wat in feite een enorme overwinning was: van het ene naar het andere land kunnen gaan zonder gehinderd te worden door politieke of bureaucratische obstakels. En de keuze om te gaan werken in Frankrijk of Duitsland lijkt in niets meer op de emigratiegolven van vroeger".

Overal in Europa gebeurt hetzelfde

Paolo Legrenzi, professor aan de Ca' Foscari-Universiteit van Venetië, onderzocht de psychologische effecten die de invoering van de euro op de Italianen had. "Dit is een zeer uitzonderlijke gebeurtenis in de geschiedenis van de mensheid. En nog uitzonderlijker omdat er overal in Europa hetzelfde gebeurde. Helaas voor ons viel de invoering samen met de grootste economische recessie sinds de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast werd de euro ervan beschuldigd te hebben gezorgd voor prijsverhogingen. De mensen die terugverlangen naar de lire willen zich niet herinneren hoe laag hun koopkracht destijds was, en hoe vaak er wel niet gedevalueerd werd. Jongeren daarentegen, staan positief tegenover de euro. Deze generatie is het gelukkigst en ziet geen problemen".

De jongeren uit de eurogeneratie, tussen de nul en vijfentwintig jaar oud, zijn "de mensen die negen jaar geleden geen budget hoefden te beheren. Terwijl degenen die over hun eigen geld beschikten, de euro tijdens de overgang zeker vergeleken met de lire. Om zich vervolgens snel aan de nieuwe munteenheid aan te passen".

"Tegenwoordig treurt de Italiaanse consument niet langer om de oude munt", merkt Ivano Daelli van consumentenorganisatie Altroconsumo op. Jongeren laten zien wat wel het grootste voordeel is: de euro en internet zijn uitstekende instrumenten voor prijsvergelijkingen, het beoordelen van producten en dienstverlening, en voor het opvragen van informatie. Slechts een kleine maatschappelijke groep heeft nog problemen met de eenheidsmunt: ouderen.

Ze troosten zich misschien met de gedachte dat de door hen zo betreurde lire tegenwoordig niet meer zou bestaan. Zoals de economisch historicus Pietro Cafaro het uitlegt: "Vroeger zongen we: als ik eens duizend lire per maand kon verdienen... Zouden we dat omrekenen naar de huidige koers, dan zijn duizend lire duizend euro moeten zijn. Maar het verschil is enorm omdat de koopkracht van nu onvergelijkbaar is met die van toen."