Wie heeft er meer recht op Europees geld? De Arabische revolutionairen of de Oost-Europese opposanten? Die discussie trekt een diepe breuklijn tussen de oostelijke en zuidelijke Europese lidstaten. Eind van de week pogen de Europese ministers de ruzie te ontmijnen. Het recente voorstel van zes Zuid-Europese landen om financiële steun over te hevelen van de oostelijke naar de zuidelijke buurlanden van de Europese Unie, veroorzaakt grote onrust in de Centraal-Europese hoofdsteden.

Frankrijk, Spanje, Griekenland, Slovenië, Cyprus en Malta vinden dat ‘het niet te verantwoorden is’ dat Egypte uit het EU-budget voor steun aan de buurlanden nauwelijks 1,80 euro per inwoner krijgt en Tunesië slechts 7 euro tegenover een klinkende 25 euro voor Moldavië. Bovendien is de pot voor het zuiden al zo goed als leeg.

De zuidelijke EU-landen dragen de zwaarste last van de vluchtelingenstroomdie de Arabische revoluties op gang brengen. Wat daar gebeurt is van cruciaal belang voor Europa, redeneren de zuiderlingen en hun medestanders. Dat geldt ook voor wat er aan onze oostgrens gebeurt, repliceren de Centraal-Europeanen, die de cijfers van de zuiderlingen overigens aanvechten. Ze wijzen erop dat enkele ‘bevroren conflicten’ op Europa’s oostflank voor constante spanning in die regio zorgen. Op het Global Security Forum in Bratislava bleek vorige week ten overvloede hoe allesoverheersend de angst voor Rusland in de ex-communistische EU-lidstaten is.

Regimes in Centraal-Azië zijn bijzonder fragiel

De oorlog tussen Rusland en Georgië over Zuid-Ossetië in 2008 heeft hier een groot trauma veroorzaakt. “En nu staat Nagorno-Karabach op ontploffen”, vreest Oksana Antonenko van het International Institute for Strategic Studies in Londen. Ze ziet er dezelfde voortekenen als destijds in Zuid-Ossetië. Bovendien zijn de regimes in Centraal-Azië bijzonder fragiel. "Er loeren daar grote gevaren, zeker als de Amerikaanse troepen weg zullen zijn uit Afghanistan. Ik ben zeer pessimistisch", zegt ze.

De ministers van Buitenlandse Zaken van Georgië en Moldavië zongen op het Forum de lof van de Europese steun bij de modernisering van hun landen. En de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken, Janos Martonyi, gaf alvast een schot voor de boeg van zijn zuidelijke Europese collega’s: "De steun aan het Zuiden mag niet ten koste gaan van hulp aan het Oosten."

Hiermee is de toon gezet voor de vergadering van 10 maart. Stefan Füle, de EU-Commissaris verantwoordelijk voor het Nabuurschapsbeleid, poogde de Centraal-Europeanen gerust te stellen. "Sommigen stellen voor dat de EU volledig zou focussen op het Zuiden. Neen, ons engagement tegenover het Oosten blijft onveranderd."

Binnen de bestaande begroting is het niet gemakkelijk om geld van de ene post naar de andere over te hevelen. "Toch zijn we er in geslaagd om voor Tunesië 17 miljoen euro extra te vinden. Bovendien bestuderen we hoe het bestaande pakket van 80 miljoen voor de periode 2007-2013 doeltreffender kan worden besteed. Voor Egypte is het denkwerk nog niet afgerond. Maar we zoeken samen met de monetaire instellingen naar een nieuwsoortige aanpak", aldus Füle.

Wat is het einddoel van het nabuurschapsbeleid?

Het Nabuurschapschapsbeleid kampt evenwel met meer dan geldproblemen. De twee polen van het beleid verschillen nogal van insteek. In de Arabische wereld werden regimes onderstut om ervoor te zorgen dat de olie bleef vloeien en de gelukzoekers buiten werden gehouden. In de oostelijke landen werd vooral samengewerkt met het maatschappelijke middenveld en de politieke oppositie.

Hoewel: de oostelijke buurt begint, door de terugval in democratie in landen als Wit-Rusland, stilaan erg op het Zuiden van voor de revoluties te gelijken. Füle verontschuldigde zich onlangs uitdrukkelijk voor de jarenlange Europese steun aan dictators.

In de toekomst zal het dus anders moeten. Het Nabuurschapsbeleid is een instrument om een einddoel te bereiken. Maar wat is dat einddoel? Dat is vandaag niet echt duidelijk, geeft Füle toe. Lidmaatschap van de EU? Toegang tot de Europese markt? Of simpelweg ervoor zorgen dat de buren geen bedreiging voor de EU vormen?

Bovendien zal het geld in het nieuwe Nabuurschapsbeleid van na de evaluatie anders moeten worden toegekend. ‘ We moeten heel klare doelstellingen formuleren zoals respect voor de rechtstaat, democratie, goed bestuur of hulp in de strijd tegen terrorisme. Hoe meer een partner deze doelen benadert, hoe meer hulp hij krijgt.’ De nieuwe slagzin voor Europa’s beleid tegenover zijn naaste buren luidt: ‘ Meer voor meer’.