Hij heeft duizenden kilometers afgelegd en lot in de handen gelegd van de mensensmokkelaars die hem enkele weken geleden van Somalië naar Oekraïne en vervolgens Roemenië hebben gebracht. Kasim, 29, vertelt niet veel over zijn lange tocht als migrant. Net als alle 50 immigranten die eind juni in het vluchtelingencentrum in Somcuta Mare, een gemeente in noordwest Roemenië, verbleven, droomde hij van West-Europa, het paradijs waarvoor iemand bereid is alle mogelijke risico’s te nemen. De economische crisis, de werkloosheid, de moeite die het kost om in het Westen carrière te maken? “Ga maar eens een paar dagen naar Somalië, dan ziet u wel dat dat allemaal niets voorstelt”, legt hij uit. “In Europa hebben we in ieder geval een overlevingskans en dat is voor ons genoeg”.

Het ideaalbeeld van het Westen bestaat nog steeds, maar de kandidaten voor immigratie komen wel eens voor verrassingen te staan. Het netwerk van mensensmokkelaars had Kasim beloofd hem voor een groot bedrag naar Duitsland te brengen. Maar de Somaliër strandde in een dorp ergens ver weg in Roemenië… en het verbaasde hem al snel dat niets leek op de beelden van Duitsland die hij op televisie had gezien.

Ze spreken ons allemaal in het Duits aan”, vertelt Vasile Alb, de burgemeester van Somcuta Mare lachend. “Als we hier een Afrikaan of Aziaat zien aankomen dan weten we al dat hij "Guten Tag" zal zeggen”. Op het terras in het dorpscentrum, waar de serveerster een jonge Ethiopische is, spreken de dorpelingen vrijuit. ‘Behalve op televisie had ik nog nooit een neger gezien’, erkent de oude Nicolae. “In het begin vertrouwde ik ze niet. Maar je went eraan, en ach... die Afrikanen zijn prima, ze werken en doen niet moeilijk”.

Officieel zijn er 65.000 naar Roemenië geemmigreerd, een cijfer dat alleen maar stijgt. Deze nieuwe stroom immigranten – Afrikanen, Indiërs, Afghanen, Irakezen – wordt ter plaatse geregeld dankzij het opvangcentrum van de gemeente Somcuta Mare. De Roemeense staat zorgt voor onderdak, maaltijden en wat kleding, maar het zakgeld blijft beperkt tot 80 eurocent per dag, de prijs van een fles vruchtensap. Om rond te komen werken ze wat voor boeren in de omgeving.

Sinds de aansluiting van Roemenië bij de Europese Unie (EU) in 2007 heeft het land te kampen met een tekort aan arbeidskrachten, 3 miljoen Roemenen zijn immers op de West-Europese arbeidsmarkt gaan werken. Maar de status van lidstaat van de EU maakt Roemenië aantrekkelijker voor immigranten. “In het begin keken de boeren me een beetje scheef aan”, geeft Kasim toe. “Maar ik begrijp het wel, ze hebben nog nooit negers gezien. Nu zijn ze blij als ze me zien komen om te werken. Eigenlijk vind ik het best hier en ik wil me hier wel voorgoed vestigen”.

Elke ochtend gaat Kasim naar de boerderij waar hij koffie drinkt, een beetje speelt met het zoontje van de boer die hem Roemeens leert om zich vervolgens naar de koeien te begeven. 's Avonds na het koeienmelken vertelt hij verhalen over zijn moederland in het beetje Roemeens dat hij machtig is. Onlangs heeft hij een relatie gekregen met een Roemeens boerenmeisje. Zo lijkt hij zijn lot weer in eigen handen te hebben genomen.