In een dorpje in Transsylvanië, dicht bij Sighisoara, verzamelen de inwoners zich elke avond in het enige café daar, om te wachten tot het vee van de weilanden terugkeert. Roemenen, wat Saksen en een paar zigeuners nemen plaats op wat lege bierkratten. Enkele jongere zigeuners dansen op een melodie die op de achtergrond klinkt. Plotseling stoppen de kinderen met spelen en rennen naar een man toe die op een fiets dichterbij komt : ”M’neer Williammee, M’neer Williammee !” De man, die een witte baret draagt en een bril met ronde glazen, glimlacht hen toe. Een gemompel stijgt op vanuit het groepje dorpelingen : ”Daar is onze Engelsman weer die zijn zigeunerin komt bezoeken”. De man heet William Blacker. Hij is 46 jaar geleden geboren ergens in het zuiden van Engeland, maar hij is diep geworteld geraakt in Transsylvanië, een streek waar hij per ongeluk terecht kwam. Sinds negen jaar leeft hij hier en heeft een kind van drieënhalf, de vrucht van een liefdesgeschiedenis met een jonge zigeunerin uit het dorp.

Hij is al lang ingeburgerd, spreekt bijna foutloos Roemeens. Een dag uit zijn leven op het Roemeense platteland lijkt in niets op de dagen van zijn vrienden in Engeland. Hij bewerkt het veld met de zigeuners, maait het gras met een zeis of wit de oude Saksische huizen. ‘s Avonds schaakt hij met de oudjes van het dorp. Soms gaat Blacker op bezoek bij zijn ex-vriendin, Marishka, het zigeunerinnetje voor wie hij hiernaar toe is verhuisd : ”Toen ik terugkwam van een reis naar Engeland was ze zwanger. In het begin dacht ik dat het niet van mij was, maar zoals u ziet lijken we op elkaar als twee druppels water”, zegt William en neemt Constantin in zijn armen, het jongetje heeft zijn lach en blauwe ogen geërfd. Het kind woont met zijn moeder in het huis van haar familie van zigeunermuzikanten, vlakbij het huis van Blacker.

Van Berlijn naar Satu Mare

Slechts een paar dagen na de revolutie van december 1989 zette ik voor het eerst voet op Roemeense bodem. Ik had Engeland verlaten met het plan om Berlijn te bezoeken, de Muur was net gevallen”, vertelt de Engelsman. Het nieuws over de Roemeense revolutie op de televisie en het lezen van een paar artikelen over beschilderde kloosters waren genoeg om hem verder oostwaarts te lokken. Hij is door Tsjecho-Slowakije en Hongarije getrokken en van daaruit in Roemenië gekomen. Hij overnachtte in Satu Mare (grote stad in de regio Maramures, in het noorden van het land), in een hotel zonder elektriciteit. De volgende ochtend was hij stomverbaasd : ”Er stonden paarden met karren op het centrale plein van de stad. Zo moest de wereld eruit zien, vond ik.” Als journalist en schrijver had de Brit India en Zuid-Amerika op zijn lijstje staan, maar Roemenië fascineerde hem als geen ander land. ”Ik had de romans van Thomas Hardy en Tolstoj gelezen en toen ik in Roemenië kwam dacht ik ‘Wauw, nu kan ik dat allemaal met eigen ogen zien’”.

In 1996, toen hij niet meer alleen wilde kijken naar de boeren, maar wilde leven als een van hen, is William Blacker verhuisd naar een plaatsje dichtbij Satu Mare, ”voordat het Westen hier ook zou komen”. Gedurende de vier jaar die hij doorbracht met de boeren van Maramures heeft hij bruiloften en begrafenissen meegemaakt, feesten en varkensslachtingen: ”Ik heb geleden, gehuild en gelachen”. Maar Blacker heeft zich altijd aangetrokken gevoeld door het zigeunerleven in Transsylvanië. In zijn boek, Along the enchanted way : a Romanian story (‘Langs de betoverde weg : een Roemeens verhaal’), dat net in Engeland is verschenen, beschrijft hij de zigeuners als een volk dat het principe van het ‘dolce far niente’ in de genen heeft. Als mensen die hemels kunnen zingen en dansen en die vinden dat het leven te kort is om het zwoegend door te brengen.

De Engelsman reist al een tijdje op en neer tussen Maramures en het dorpje in Transsylvanië waar hij nu woont. Zijn leven in het dorp Halma (een fictieve naam die in het boek wordt gebruikt) heeft wel wat weg van een televisieserie. Hij heeft een pamflet geschreven over de deplorabele staat waarin de Saksische huizen zich bevinden, nadat ze zijn verlaten door de oorspronkelijk Duitse bevolking die is weggetrokken in de jaren ‘90, en heeft geld verworven voor de renovatie ervan. In die tijd leidde hij de stichting ‘Mihai Emnescu’, die gefinancierd werd door Prins Charles.

Pride and Prejudice in het Roemeens

Het was pas later dat hij Marishka heeft leren kennen en dat ze een Saksisch huis hebben betrokken. Het was niet belangrijk dat Marishka maar tot de vijfde klas op school heeft gezeten en dat hij een diploma had van een prestigieuze Engelse universiteit. Hij heeft haar overgehaald om te gaan lezen. ”Ik heb haar een Roemeense vertaling gegeven van ‘Pride and Prejudice’. Al na een paar dagen begon ze commentaar te leveren : ‘Wat is die Darcy arrogant zeg !’, zei ze. Maar terwijl ze las, werd het boek steeds dunner. Ze gebruikte de gelezen pagina’s om het vuur mee aan te steken!

Marishka en William zijn nooit getrouwd. Maar ze stuitten wel op de kwaadwillendheid van enkele inwoners van het Roemeense dorp, die geprobeerd hebben haar weg te houden van het ”schorem van de maatschappij”. Nu lijken die dagen vergeten. De gemoederen zijn gekalmeerd en niemand spreekt slecht over hem. ”U moet weten dat het een geweldige man is. Hij is nooit wantrouwend geweest jegens zigeuners”, zegt Marishka.

Twintig jaar nadat hij ervoor heeft gekozen om in een voormalig communistisch land te wonen, lijkt zijn keus niet meer zo excentriek. Soms vraagt Blacker zich af hoe zijn zoon zal leven tussen de zigeuners: ”Mijn zoon is half zigeuner, half Engels. Voorlopig ben ik blij dat hij hier woont”. En hij herinnert zich de reactie van zijn ouders: ”Zij sprongen geen gat in de lucht. Ik was dertig en ze wilden dat ik een fatsoenlijke baan vond. Ik heb verschillende keren moeten uitleggen dat ik me hier goed eenvoudigweg goed voelde. Dit is de goede plek voor mij. Het is misschien te verklaren uit het feit dat ik ben opgegroeid in het zuiden van Engeland, op het platteland,”denkt hij. ”Ik wilde weer op zo’n mooie plek wonen”.