Hoe zullen de kosten van de Mexicaanse griepepidemie uitvallen? En hoe kunnen we deze binnen de perken houden? In de klassieke benadering van de kosten die ziekten met zich meebrengen, staan twee elementen centraal.

Allereerst zijn er "directe" kosten voor de behandeling van zieken: bezoek aan een arts, een kuur met medicijnen en ziekenhuisopname. Deze kosten zijn afhankelijk van het aantal ziektegevallen en de ernst van deze gevallen. Daarnaast is er sprake van "indirecte" kosten die de ziekte zelf met zich meebrengt: verlies van productiviteit door ziekteverlof of vroegtijdig overlijden, en verlies van welbevinden door het lijden van besmette personen, hetgeen moeilijker in te schatten is. Bij veel aandoeningen kunnen de totale kosten met deze benadering redelijk goed in kaart worden gebracht.

Maar in het geval van besmettelijke ziekten wordt hiermee slechts een gedeeltelijk beeld van de situatie geschetst.

Als we alleen de kosten van een vaccinatieprogramma hoeven vast te stellen, zou de klus eenvoudig kunnen worden geklaard. Maar bij de kosten van preventie moeten ook kosten worden meegewogen die voortvloeien uit een verandering in individuele gedragspatronen door angst voor de ziekte. Een epidemie kan weliswaar gepaard gaan met een beperkt aantal ziektegevallen, maar de bevolking kan zó snel en massaal reageren dat de economie ernstig uit balans raakt.

De SARS-epidemie (een ernstige aandoening aan de luchtwegen, Severe Acute Respiratory Syndrome) die in 2003 uitbrak in een aantal Aziatische landen (en in Canada) biedt in dat opzicht wijze lessen. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zijn er destijds namelijk 8.096 personen ziek geworden, waarvan er 774 zijn overleden. De directe en indirecte kosten van SARS waren in de desbetreffende landen verwaarloosbaar. De angst voor de epidemie daarentegen heeft tot vergaande individuele reacties geleid, die vaak werden gevoed door ongegronde geruchten: bijna 10 procent van de bevolking van Peking heeft zijn heil gezocht op een plaats buiten de hoofdstad; bezoeken aan toeristische attracties en tentoonstellingen en de bezettingsgraad van hotels kelderden met 80 procent; voor het openbaar vervoer, reisbureaus en restaurants bedroeg de omzetdaling tussen de 10 en 50 procent. In de landen waar de ziekte het meeste voorkwam (Hongkong, Singapore en Taiwan) is de totale productie door dit plotselinge instorten van de vraag naar diensten afgenomen met 1 à 2 procent van het BNP.

De geschiedenis zal zich niet op dezelfde wijze herhalen. Wel staat vast dat de Mexicaanse griepepidemie (H1N1) over een paar weken, wellicht al in september, krachtig zal toeslaan op het noordelijk halfrond. Dan zal iedereen met man en macht en misschien met buitensporige voorzichtigheid proberen niet besmet te raken. Ondernemingen zullen de bedrijfscontinuïteit trachten te waarborgen door werknemers thuis te laten werken; toeristische uitstapjes en zakenreizen zullen worden uitgesteld of geannuleerd; mensen zullen met de auto gaan reizen en het openbaar vervoer massaal links laten liggen; concert- en tentoonstellingszalen zullen leeg blijven, evenals restaurants…

Kortom, ook wanneer het aantal ernstige ziektegevallen betrekkelijk laag blijft, kan de economie door ongecoördineerde, individuele reacties worden ondermijnd en zal de productieve activiteit negatief worden beïnvloed. Wanneer mensen op eventuele verstoringen vooruitlopen, kunnen investeringen teruglopen en kunnen zich omvangrijke internationale kapitaalverschuivingen voordoen: zo is de peso in Mexico al abrupt in waarde gedaald…

Dergelijke paniekreacties kunnen worden voorkomen door duidelijke voorlichting met objectieve informatie. Niets moet worden verhuld of overdreven. Berichtgeving over de volksgezondheid moet geloofwaardig zijn, want alleen zo kan worden voorkomen dat een milde epidemie een crisis bovenop de huidige crisis stapelt doordat zich losse geruchten verspreiden of mensen overdreven angstreacties van elkaar overnemen.