"Willkommen im Lovestory". Als je indertijd door Dubí reed, een dorp in Noord-Tsjechië, kon je niet om het verlichte bord met groene en gele neonletters om dat midden in het dorp stond. Het hing boven de etalage waarachter altijd enkele meisjes met hun heupen stonden te wiegen, het verlichtte al jaren de straat. Tijdens het hoogtepunt van zijn ontwikkeling telde de stad Dubí, symbool van de grensprostitutie, niet minder dan vijftig bordelen. Nu zijn er nog maar vier. Ze leiden een kwijnend bestaan. Waarschijnlijk gaan ze binnenkort dicht. Ongeveer een maand geleden is het bord veranderd. Nu staat er: “Drogist, schoonmaakmiddelen”. Achter de etalage zijn de meisjes van plezier vervangen door shampoos en op een bord staat dat de winkel onlangs is geopend. Sinds vorig jaar is het aantal nachtclubs en prostituees aan de Tsjechische grens sterk gedaald. De financiële crisis heeft klanten gekost die hoofdzakelijk uit de Duitse en Oostenrijkse grenssteden kwamen. Het is het einde van een tijdperk. Bijna twintig jaar lang hebben bovendien de Tsjechische dorpen alles in het werk gesteld om een einde aan de prostitutie te maken. Sinds de afgelopen maanden worden het langzaamaan weer gewone dorpen.

De opening van een snelweg over de grens die de meeste buitenlandse chauffeurs nu nemen, was een eerste klap voor de plaatselijke prostitutie”, legt de burgemeester van Dubí, Petr Pípal, uit. “Dankzij een onlangs genomen besluit kunnen we bovendien identiteitscontroles uitoefenen onder bezoekers van de nachtclubs. Dit blijkt efficiënt te zijn. De economische crisis heeft de rest gedaan – er komen geen klanten meer op zoek naar bordelen".

Politie en deskundigen die zich met de sekshandel bezighouden, bevestigen dat de meeste prostituees van de grensstreek verder naar het westen zijn getrokken – richting Duitsland en Spanje. Bovendien kwamen de meeste meisjes die in Dubí of Rozvadov hun lichaam verkochten niet uit Tsjechië. De meesten waren Roemeens of Bulgaars. Hana Malinová, van de belangenvereniging Rozkoš bez rizika ["Plezier zonder gevaar"] merkt op: “Met de toetreding van hun landen tot de Europese Unie kunnen ze nu op het hele continent vrij reizen. Ze zijn dus vertrokken naar de plaats waar het meeste geld valt te verdienen”. De stichting begeleidt al jaren prostituees.

Er zijn nog maar weinig bordelen open zoals seksclub Kiss, Venezia of Libido. Nachtclub Sauna is alleen nog in het weekend open. “Ik herinner me de tijd dat er alleen al in Dubí 400 prostituees waren”, vertelt een chef van de zedenpolitie voor de streek Noord-Bohemen. “Nu zijn er nog maar een stuk of twintig, dertig, ongeveer vier per bordeel”. Degenen die blijven verdienen minder dan voorheen, hooguit 40 euro voor een uurtje seks, ofwel iets meer dan ongeveer duizend kronen. De prostituees die hun diensten rechtstreeks op straat aanbieden vragen maar de helft. “Ik heb vaak niet eens één klant per dag”, vertrouwt Ilona een prostituee van 28 jaar, ons toe. Ze zegt dat ze vroeger in een van de bordelen van Dubí werkte en nu liever ‘tippelt’ op de weg tussen Dubí en Teplice. Zo is ze “dichter bij de klanten” zegt ze.

De exploitanten van bordelen zijn veranderd. De uitbaters zijn geen Bulgaren meer of mannen uit voormalig Joegoslavië, maar plaatselijke ‘ondernemers’. Volgens de chef van de zedenpolitie “toont dat aan hoezeer de seksmarkt in Dubí een crisis doormaakt. Als er nog steeds veel geld werd verdiend, dan waren de Bulgaren en Albanezen uit Kosovo wel gebleven”. De burgemeester van Křimov is het duidelijk met hem eens: “De klanten waren voor 99% Duitsers. Maar dat is afgelopen. Er zijn nog maar drie van die clubs open, tegenover twintig indertijd. Het is een duidelijk gevolg van de financiële crisis”.