Europa is politiek gezien zo zwak! Europa kan niet tippen aan de rijken, of het nu om het Romeinse rijk, het Amerikaanse imperium of het Chinese rijk gaat, die de wereldgeschiedenis hebben voortgebracht, ook niet op historische gronden. Het grootste deel van de tijd was het Europese continent hopeloos verdeeld. Het krachtige effect van historische stempels ijlt nog lang na.

De gunstige en zo succesvolle periode van het Europese eenwordingsproces was dan ook veel te kort om voor altijd een einde te kunnen maken aan deze diep gewortelde erfenis van tweedracht. Aangezien de oprichters van Europa deze erfenis echter uit alle macht wilden neutraliseren, kozen ze voor een massief blok qua opzet van de EEG (en later van de EU).

Weliswaar gold in elk geval tot en met de regeerperiode van kanselier Helmut Kohl de ijzeren regel dat elke lidstaat van de EU even belangrijk moest zijn, ongeacht de omvang van het land. De nieuwe historische constructie moest veel geledingen hebben en egalitair zijn. Maar zoals al wel wordt gesuggereerd door te spreken van een Frans-Duitse motor of van de Karolingische basisopzet van het geheel, was het nieuwe Europa in feite een constructie die werd ontworpen vanuit het centrum. Dit onwrikbare, door Brussel uitstekend vertegenwoordigde centralisme doet de EU-motor sputteren en dat is al een tijdje zo.

Het is vooral te zien in de perifere landen

We kunnen het overal zien, maar vooral in de perifere landen. Een tijdje geleden heeft Hongarije in dit opzicht van zich doen spreken met zijn krachtige ommezwaai onder leiding van de Fidesz-partij van premier Viktor Orban. Het land, dat nog niet zo lang bij de EU-club hoort, speelt zijn Hongaarse troef. De Hongaarse regering slaat een toon van met geschiedenis doordrenkte nationale bewustwording aan, die absoluut niet past bij het verstandige en bestuurlijke Europa naar Brusselse opvattingen.

Hongarije heeft een nieuwe grondwet, die zonder grondwetgevend proces door de regerende meerderheid is opgesteld en aanvaard en vormt daarmee een vreemde eend in de bijt van Europese grondwetten. Een zeer hoogdravende preambule, die druipt van trots op de eigen geschiedenis, verankert de Republiek Hongarije – en daar blijft het voortaan bij! – in de 11e eeuw en verbindt die met keizerskroon, christendom en (kinderrijke) familie. Hongarije laat zien dat er in de periferie van de EU, onder de hoede van de EU en in het keurslijf van de EU ook ruimte is voor andere ideeën dan de Brusselse.

Een plotseling opkomende razernij?

Toch dreigt er ook rampspoed vanuit de braafste lidstaten in Europa. Nederland heeft dat een poosje geleden al bewezen en ook de Finnen hebben zojuist een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan de nieuwe Europese wanorde. De Finnen staan niet bepaald bekend als extremisten, ze hebben decennialang geoefend op een bijzonder systeem voor het doorgeven van het regeerstokje, waarbij drie partijen in een haast regelmatige cyclus om de beurt aan de macht kwamen en waardoor de strijd tussen de grote partijen onderling bijna altijd meeviel.

Elke tegenstander van het moment kon immers de volgende coalitiepartner zijn. Het gaat in het Pisa-Wonderland, ondanks de turbulente tijden bij Nokia, behoorlijk goed. Toch is een luidruchtige partij, die zichzelf 'Echte Finnen' noemt, of preciezer gezegd 'Alledaagse Finnen', erin geslaagd om met eerder rechts- dan linkspopulistische geluiden de derde partij van het land te worden, die nu waarschijnlijk ook zal gaan meeregeren. Is hier sprake van een plotseling opkomende razernij, die ook in de vreedzaamste, meest geciviliseerde families kan uitbreken?

Men was het er snel over eens dat de ruim opgezette noodhulp wel verantwoordelijk moest zijn voor het ontstaan van een dergelijke opstand. Ergens in de onderbuik van elk Europese volk sluimert een nationale eigenzinnigheid, die in de buren eerder dure kostgangers ziet dan bondgenoten. Dat kan wel zo wezen, maar dat is nog geen verklaring. Overal in Europa bestaat in principe de bereidheid om voor een EU, die men als vanzelfsprekend beschouwt, te staan en ook te betalen.

Een variant waarbij de bevolking sterker betrokken is

Europa heeft heus geen hekel aan de Grieken. Maar Europeanen vinden het op den duur niet prettig als de vooruitgang op het gebied van Europees beleid altijd maar wordt gepresenteerd als een machine die zonder alternatieven functioneert en die zo ingewikkeld is dat je een gepokt en gemazelde Brusselaar moet zijn om hem te kunnen bedienen, waar het volk zich beter maar niet mee kan bemoeien.

De filosoof Jürgen Habermas heeft onlangs opnieuw geklaagd over de “erbarmelijke toestand” van de EU. Hij is voorstander van een democratische vernieuwing van de EU en overschat daarbij het vermogen van Europeanen om tot een bewuste wederoprichting te komen. In één ding heeft hij echter wel gelijk: “Het Europese eenwordingsproces, dat altijd al over de hoofden van de bevolking heen werd gevoerd, zit momenteel in een impasse, omdat het niet kan worden voortgezet zonder dat er een omschakeling plaatsvindt van de tot nu gebruikelijke bestuurlijke modus in een variant waarbij de bevolking sterker betrokken is."