In Europa gebeuren zoveel verontrustende dingen dat we voor haar toekomst moeten vrezen. Nu de crisis aanhoudt, krijgen we de indruk dat de toestand verslechtert.

Op 23 maart jongstleden werd er alarm geslagen. Op die dag diende de Portugese regering namelijk haar ontslag in nadat het parlement het saneringsplan voor de overheidsuitgaven had verworpen dat door de Europese Unie warm was aanbevolen. Geconfronteerd met een dubbele crisis, zowel economisch als politiek, werd Portugal het derde land in de eurozone dat het afgelopen jaar financiële steun vroeg aan de Europese Unie en aan het IMF. Na Griekenland, dat 110 miljard euro ontving, en Ierland, dat een bedrag van 85 miljard euro aan steun kreeg, staan er ook al andere landen op de lijst en deskundigen vrezen een domino-effect.

We horen vaker spreken over een dramatisch scenario dan dat er een rationele verklaring wordt gegeven. Ik zou dus nu beter een necrologie over de EU kunnen schrijven dan een optimistische analyse van de situatie. Vooral omdat ik van nature niet bepaald optimistisch ben. Toch blijf ik geloven in de EU en daar heb ik zo mijn redenen voor.

Europa houdt de adem in

De Europese Unie is en blijft een efficiënt mechanisme dat in de loop der jaren is ontstaan en geperfectioneerd, dat bijeengehouden wordt door een gemeenschappelijke markt en voor de meeste landen bovendien door een munteenheid. Europese burgers, bedrijven, banken en instanties beseffen het vaak niet, maar zij profiteren van de gemeenschappelijke vooruitgang, net als de buurlanden trouwens. De Europese integratie lijkt in dat opzicht op zuurstof dat we pas op waarde weten te schatten als we het niet meer hebben. Het is onmogelijk om te overleven zonder zuurstof, afgezien dan van het korte moment dat we onze adem kunnen inhouden. En dat is precies wat Europa op dit moment aan het doen is.

De EU en de eurozone kunnen bogen op decennia van Europese consensus en zullen blijven profiteren van een krachtige politieke basis, ondanks het zwakke optreden van bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Nicolas Sarkozy. Of Parijs, Berlijn, Rome of Madrid nu een links- of rechtsgeoriënteerde regering hebben, de koers voor Europa zal daardoor niet veranderen.

Hoewel het populisme van de Europese leiders en het feit dat nationale belangen naar voren worden geschoven duidelijk slecht zijn voor de gezondheid van de EU, brengen ze het voortbestaan van de Unie niet in gevaar. De mate van onderlinge afhankelijkheid tussen de lidstaten, de markten, de politieke partijen en uiteindelijk ook mensen binnen de Unie is zo belangrijk dat de enorme omvang van de kosten van een eventueel uiteenvallen van de EU de politieke en economische elites, maar ook eenvoudige burgers ertoe aanzet om in te stemmen met de nodige inspanningen. Stakingen, blokkades of demonstraties in Brussel van vakbonden die uit heel Europa afkomstig zijn, bieden een soort theater in een vorm van Griekse loutering, hoe kort die ook duurt.

Luiheid van hun ouders

Hun woede wordt veroorzaakt door het feit dat de situatie minder goed is dan een tijdje geleden, dat er geen grote bedragen aan Europese subsidies meer binnenstromen, dat jongeren langer moeten werken en moeten betalen voor de luiheid van hun ouders; een generatie die de noodzaak van sparen voor een betere toekomst heeft genegeerd. De EU, of in elk geval die van vroeger, is welvarend geworden door zich te wentelen in luiheid.

De uitbreiding van de EU naar het oosten in 2004 heeft voor een nieuwe ervaring gezorgd, die goed van pas zou kunnen komen in tijden van bezuinigingen. Ik heb dat onlangs pas ingezien, met dank aan de Estse president Toomas Hendrik Ilves, die een verklaring gaf voor de zeer stoïcijnse houding van de Esten en Letten ten aanzien van de hervormingen, zoals dalingen van salarissen en pensioenen, waarvoor burgers in het Westen de straat op zouden zijn gegaan. “Na alles wat we hebben meegemaakt tijdens het Sovjetsysteem, na de massadeportaties en de repressie, is het voor ons, Oost-Europeanen, ondenkbaar dat we op onze lauweren gaan rusten", beweert hij. Polen, Letten en Esten weten heel goed dat ze met hun toetreding tot de EU een lot uit de loterij hebben getrokken, maar ze weten ook dat niets voor eeuwig wordt gegeven en ook dat voor niets de zon opgaat.

Europa blijft zich aanpassen aan nieuwe voorwaarden, ook al gaan die aanpassingen niet zo snel als we zouden willen. Het reddingsmechanisme voor de eurozone is maar in enkele landen operationeel (in 2013). De effecten van het ‘europact-plus’, dat bedoeld is ter aanmoediging van concurrentie en begrotingsdiscipline, zullen niet direct merkbaar zijn.

In het verleden heeft de flexibiliteit van de Unie er altijd voor gezorgd dat ze verschillende crises te boven kwam. Zelfs al is de mate van onenigheid dit keer niet te vergelijken met de omvang van de veranderingen binnen de Unie, merkt Pawel Swieboda op, deskundige op het gebied van Europese vraagstukken en voorzitter van de Poolse denktank DemosEuropa.

Welvaartsstaat in de ijskas

Europa dringt steeds verder door in het bestuur van de lidstaten. Dat is een nieuwe ontwikkeling. Het in toenemende mate onderling afstemmen van economisch beleid op het terrein van het belastingstelsel, de pensioenen of het begrotingstekort is ongetwijfeld de prijs die we met zijn allen moeten betalen om uit de crisis te komen. Het idee van de welvaartsstaat moet in de ijskast, we zullen harder en langer moeten werken en sparen…

We kunnen er echter op vertrouwen dat de Unie blijft voortbestaan, ook al loopt ze daarbij de nodige deuken op. De EU verandert, wordt vast nog minder happig op verdere uitbreiding en minder uniform op het gebied van het niveau van integratie. De eurolanden zullen ertoe worden gebracht om verder te integreren, wat vroeg of laat een uitdaging gaat vormen voor Groot-Brittannië dat weigert om ook maar enige invloed in te leveren aan de EU-tafel, terwijl het buiten de eurozone wenst te blijven.

De crisis heeft tot gevolg dat Brussel de landseconomieën en openbare financiën van de lidstaten nog strenger gaat controleren en dat er minder EU-middelen beschikbaar worden gesteld. De strijd om de EU-begroting voor de periode 2014-2020 dient zich aan en lijkt hard te worden. Toch heeft het laatste uur voor de EU nog niet geslagen. Daar ben ik van overtuigd, ook al is het beeld van een ineenstortende eurozone, het faillissement van een aantal landen, opstanden en politieke chaos, vanuit het oogpunt van een hoofdredacteur bezien, natuurlijk spectaculairder dan de poging om de lezer te overtuigen van het feit dat Europa deze crisis doorstaat, zoals je een zware griep doorstaat.