Vijfentwintig jaar geleden riep de radioactieve wolk uit Tsjernobyl die over Europa trok, tal van vragen op over de giftige uitstoot en de reikwijdte hiervan over duizenden kilometers. In die tijd was West-Duitsland vrijwel volledig afhankelijk van kernenergie en kolen om zijn groeiende economie van energie te voorzien. Een kleine groep ondernemingen had het monopolie op de energiemarkt en had de meeste plaatselijke netwerken in handen.

De anti-kernenergiebewegingen, die in de jaren tachtig zeer actief waren, genoten toen een zekere steun van het volk. Maar de machtige Duitse energiebedrijven boden de consument toen nog niet de mogelijkheid om voor een andere energiebron dan kernenergie te kiezen.

Voor Ursula Sladek, moeder van vijf kinderen in de kleine Duitse gemeenschap Schönau im Schwarzwald, was de ramp in Tsjernobyl een wake-up call voor de gevaren van kernenergie. Net als haar buren maakte zij zich zeer ongerust over de onderzoeksrapporten waarin melding werd gemaakt van radioactieve straling op speelplaatsen, tuinen, binnenplaatsen van scholen en landbouwgronden.

Niet meer buiten spelen

Het dagelijks leven van de familie Sladek stond volledig op zijn kop. Ze konden geen lokaal geteelde en geproduceerde voedingsmiddelen meer eten en de kinderen konden niet meer buiten spelen. Ursula en haar man verenigden zich met andere ouders om een systeem uit te denken waarmee de afhankelijke positie van hun gemeenschap ten aanzien van kernenergie kon worden teruggebracht.

De groep zette een project op poten dat tien jaar zou gaan beslaan. Doel was om het lokale elektriciteitsnetwerk aan te kopen en in tweede instantie ervoor zorgen dat alle Duitsers konden kiezen voor veilige en duurzaam geproduceerde energie.

Van ongeruste ouder is Ursula Sladeck uitgegroeid tot hoofd van een van de eerste Europese energiemaatschappijen die groene energie produceren. Haar bedrijf bestaat nu twintig jaar en levert tegenwoordig energie aan meer dan 100.000 huishoudens en ondernemingen in heel Duitsland.

Kernenergievrije zone

In eerste instantie richtten Sladek en haar partners een 'kernenergievrije zone' in de regio van het Zwarte Woud op. De inwoners werden geïnformeerd over de problemen in verband met de productie van elektriciteit. Het eerste gevolg was een aanzienlijke afname van de energieconsumptie in de streek.

In 1991 moest het bedrijf KWR, operator van het elektriciteitsnetwerk van Schönau, zijn vergunning bij de lokale overheid verlengen. Sladek en haar compagnons zetten een landelijke actie op touw om geld in te zamelen om het netwerk aan te kunnen kopen. De campagne leidde tot twee referenda waarin de burgers besloten om het beheer van het netwerk aan de Sladek-groep toe te vertrouwen.

Met de opbrengst van bijna 6 miljoen Duitse mark (ongeveer 3 miljoen euro) kon Sladek het netwerk van KWR kopen. Met haar groep richtte zij toen

Elektrizitätswerke Schönau (EWS),die energieleverancier werd, en in 1997 kwam het beheer van het netwerk van Schönau in haar handen.

Sinds het begin was het de doelstelling van EWS om een toekomst van duurzame energie in Duitsland te bevorderen door financiële steun toe te kennen aan gedecentraliseerde producenten van energie uit hernieuwbare energiebronnen, bijvoorbeeld voor zonnepanelen, kleine hydro-elektrische projecten, windenergie en biomassa.

Zonder winstoogmerk

De energiemaatschappij functioneert als een organisatie zonder winstoogmerk en telt momenteel meer dan duizend mede-eigenaren die een klein dividend ontvangen. De winst wordt hoofdzakelijk opnieuw geïnvesteerd in installaties voor het produceren van energie uit hernieuwbare energiebronnen. De Duitse regering heeft nu ook oog gekregen voor de duurzaamheidsidealen van EWS en heeft zich ten doel gesteld om alle energie voor 2050 groen te maken. Sladek hoopt voor 2015 één miljoen klanten binnen te halen.

Het voorbeeld van de coöperatieve vereniging van Ursula Sladek toont aan dat er alternatieve oplossingen bestaan om de risico's van kernenergie uit te bannen. Maar deze oplossingen zullen nooit uit de koker van grote investeerders komen die alleen maar op snelle winsten gefocust zijn. De afhankelijkheid van kernenergie terugbrengen kost tijd en daarvoor is de directe en actieve betrokkenheid van burgers nodig. Vooral van degenen die zich net als Ursula zorgen maken over de toekomst van hun kinderen.