Sinds 11 september 2001 vonden er wereldwijd 16.000 bomaanslagen plaats, telt de hoofdredacteur Gabor Steingart van Handelsblatt. Daarbij vielen 110.000 doden. Meestal waren dat moeders, vaders en kinderen, en veel minder vaak soldaten. Dit is de reden waarom Steingart zich met hand en tand verzet tegen de strijd tegen het terrorisme die de Verenigde Staten voert, overigens zonder grote steun van de Europeanen.

"Kun je je verheugen over de executie van een man? Het korte antwoord is nee. Een langer antwoord zou zijn: in dit geval wel, omdat met de gewelddadige dood van Osama bin Laden de hoop ontstaat dat deze moord de moord op vele anderen voorkomt. Niemand weet wat God van een dergelijk argument zou denken. De politieke en militaire vasthoudendheid van de Verenigde Staten in hun strijd tegen het terrorisme heeft succes gehad. Hoewel de grootste wereldmacht heel wat heeft moeten inleveren op economisch gebied, nam het land de leiding in een ontoegankelijk gebied, de Pakistaanse grens, toen al zijn bondgenoten het hazenpad kozen. Dat pad leidde overigens niet naar schuilplaatsen in de bosjes op de Pakistaanse hoogvlakten die de Europese bondgenoten van de Verenigde Staten zelfs nooit bereikten. Zij verstopten zich liever in de rododendrons rond de Reichtsag, Downing Street en het Elysée".

"Deze oorlog moet gewonnen worden", sprak Barack Obama zelfs al voordat hij het Witte Huis binnenging, herinnert Steingart zich. Europa viel hem zeker vol enthousiasme bij. Maar, zo stelt hij, in plaats van naar de boodschap te luisteren, bespreken de landen van het oude continent de organisatie van de terugtrekking van hun soldaten uit Afghanistan.

"De Verenigde staten streden in hun eentje en hoeven dus de eer van het opsporen en elimineren van Bin Laden met niemand te delen: Amerika, gefeliciteerd! Je DNA van eerste wereldmacht is ongeschonden. De dollar doet het slecht en de begrotingssituatie is gespannen, maar het leger verkeert in optima forma. Duitsland mag dan wel de beste auto's produceren en China de goedkoopste Kerstmannen ter wereld, op veiligheidsgebied zijn de Verenigde Staten oppermachtig. Die veiligheid is een product dat afschuwelijk duur is en er niet altijd even fraai uitziet, maar het mechanisme loopt perfect."

Veiligheidsbeleid is al een hele tijd ook economisch beleid geworden, merkt Steingart op. De bewaking van vliegvelden en communicatieapparatuur, de door de Europeanen zo verafschuwde lichaamsscanners en biometrische paspoorten maken er allemaal deel van uit. Maar volgens hem hebben alleen de Verenigde Staten dat begrepen.

"De Amerikaanse overwinning zou ons als Europeanen tegelijkertijd moeten verheugen en met schaamte vervullen. Ons continent, waarvan de bevolking en economie vergelijkbaar zijn met die van de Verenigde Staten, heeft blijkbaar geen zin om zijn waarden en welvarendheid te verdedigen. Of zich in het algemeen te verdedigen. De meeste Europeanen, en de Duitsers staan daarin niet alleen, weigeren de aard van deze internationale strijd tegen het terrorisme die nu al tien jaar duurt te begrijpen: deze strijd is geen oorlog zoals uit onze geschiedenisboeken. Er is geen oorlogsverklaring en de capitulatie zal nooit getekend worden. De vijand draagt geen helm, geen gevechtsuitrusting, en zou zelfs geen tank kunnen besturen zonder brokken te maken. 's Ochtends hangt hij een bomgordel om en gaat naar de dichtstbijzijnde markt. Deze oorlog kan niet gewonnen worden en mag daarentegen niet verloren worden. Het onbegrip voor deze oorlog lijkt de beste handlanger van het terrorisme te zijn."