De Engelsen hebben dit fenomeen het NIMBY-syndroom genoemd. Deze afkorting staat voor ‘Not In My Back Yard’, Niet in mijn achtertuin. De stap achteruit van de Italiaanse regering in het project om de productie van kernenergie te hervatten, nog maar een paar dagen geleden, is een schoolvoorbeeld van het NIMBY-syndroom.

De problemen in Fukushima lieten zien dat kerncentrales een groot risico op ongelukken met zich meebrengen, waarop men onmiddellijk in het geweer kwam tegen álle centrales. Niet in mijn achtertuin, bouw ze maar ergens anders, maar niet hier, want we zijn er niet gerust op.

Het NIMBY-syndroom heeft echter niet alleen betrekking op kerncentrales of vuilverbranders. Dankzij het NIMBY-Forum – dat een vinger aan de pols houdt bij de milieuprotestbewegingen in Italië – weet men hoever het NIMBY-syndroom in het land reikt. Van de protesten die er zijn tegen de installatie van elektriciteitscentrales gaat het in meer dan 70 procent van de gevallen om biomassa- of waterkrachtcentrales en installaties voor zonnepanelen en windmolens.

Het gaat hierbij om projecten die gericht zijn op het stimuleren van hernieuwbare energie, zodat we minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen. Maar ze worden net zoveel bekritiseerd door spontaan opgerichte commissies van burgemeesters en gemeenteraden als – en daarin ligt de paradox – industriële infrastructuur of installaties, waartegen uiteindelijk maar in 5 procent van de gevallen bezwaar wordt aangetekend.

Duizenden windmolens om drie of vier kerncentrales te vervangen

De NIMBY-kampioenen zijn de burgers, die zich ten opzichte van de traditionele politieke verdeling organiseren in brede bewegingen. Zij zorgen voor meer dan 60 procent van de NIMBY-protesten. Hun beweegredenen zijn duidelijk: ze maken zich ongerust, zijn bang, niet goed geïnformeerd en wantrouwig ten opzichte van de politiek. Maar ook en vooral zijn ze op zoek naar populariteit op de korte termijn.

In feite is het inzetten van het NIMBY-syndroom voor verkiezingsdoeleinden heel gemakkelijk en kan heel gunstig zijn. De koerswijziging van de Italiaanse regering over kernenergie toont duidelijk aan welke resultaten er bereikt kunnen worden door in te spelen op de gemoedstoestand van het volk. [In 2010 besloot de regering de productie van kernenergie te hervatten die in 1987 na een referendum werd stopgezet. Afgelopen maart werd dat programma weer opgeschort.]

Dat is echter geen goed nieuws, vooral voor degenen die hopen dat het afschaffen van kernenergie de ontwikkeling van hernieuwbare energie bevordert. In Italië is het paradoxaal genoeg gemakkelijker een kerncentrale te bouwen dan een windmolenpark met een gelijkwaardige capaciteit aan te leggen.

De reden daarvoor is eenvoudig: om drie of vier kerncentrales te kunnen vervangen, moeten er duizenden windmolens verspreid over het hele land worden geplaatst. In Italië is windenergie op dit moment de enige energiebron die met kernenergie kan concurreren, zowel op kwantitatief als economisch gebied. De kerncijfers: vier kerncentrales van ieder 1600 MW – wat het streven van de huidige regering was – zouden 44 TWh per jaar aan elektrische energie hebben opgeleverd, dit is 15 procent van de Italiaanse nationale productie.

25 keer het Empire State Building

Om dezelfde hoeveelheid energie met behulp van windkracht op te wekken zijn er 12.000 windmolens nodig: apparaten van honderd meter hoog met wieken van 75 meter in doorsnee, waarvoor per molen 1.100 ton beton, staal en aluminium nodig is. En zelfs al wordt slechts de helft gebouwd, en zou de andere helft uit biomassa, zonne-energie of energiebesparing gewonnen kunnen worden, dan nog zouden er 6.000 van deze torens nodig zijn.

Dat betekent 7 miljoen ton beton en staal. Als je weet dat het Empire State Building 275.000 ton weegt, betekent dat dat er 25 van gebouwd moeten worden, verspreid over 2400 vierkante kilometer geschikt gebied dat zich vooral op Sicilië, Sardinië en in Apulië bevindt, waar de opbrengst het veelbelovendst is.

Het probleem van de milieu-impact van de windmolens verontrust ook landen als Denemarken: de locoburgemeester en de inwoners van de wijk Gentofte zijn woedend over de bouw van nieuwe turbines van 150 meter hoog in de Noordhaven van Kopenhagen. Met andere woorden: het is ongetwijfeld mogelijk te leven dankzij hernieuwbare energie.

We moeten uit twee kwaden kiezen

Maar we moeten uit twee kwaden kiezen: of we leren om minder energie te verbruiken – maar dan ook veel minder, want het opgeven van twee of drie gloeilampjes is niet genoeg – of we accepteren dat het milieu wordt aangetast door de aanleg van de windmolens, zonne-energieparken, een groot aantal biomassacentrales, enzovoort. Kortom, we zullen het NIMBY-syndroom moeten overwinnen en accepteren dat hernieuwbare energie niet alleen voordelen heeft.

Als we dat niet doen, zullen regeringen, ongeacht hun politieke kleur, geen andere keuze hebben dan duizenden windmolens, zonnepanelen of biomassacentrales te bouwen tegen de wil van duizenden burgemeesters, locoburgemeesters, milieuactivisten, regionale leiders en andere slimmeriken. In een regionaal georiënteerd land als Italië en bij gebrek aan het kader van een nationaal beleidsplan op energiegebied, zou dat duizenden jaren in beslag nemen.