De wind die in de Straat van Gibraltar waait, voert een stank als van rotte eieren naar Punta Europa, in het uiterste zuiden van het schiereiland. Die geur is afkomstig van de schepen die in de baai van Algeciras voor anker liggen en via grote leidingen met elkaar verbonden zijn. "Dat is de gaslucht die vrijkomt wanneer de tankers stookolie naar de schepen overhevelen. Het is een penetrante en onaangename geur, maar men zegt dat het niet schadelijk is", vertelt een inwoner van Gibraltar.

Met zijn raffinaderij, zijn chemische industrie, zijn warmtekrachtcentrale en zijn marinebasis met Britse onderzeeërs vormt de baai van Algeciras een ware ecologische tijdbom. In Europa is het gevaar van olielozingen op deze plek het grootst en bovendien hebben we hier te maken met de vierde bunkerplaats ter wereld (waar brandstof van het ene naar het andere schip wordt overgebracht). Meer dan 106.000 boten, waaronder 5.000 olietankers (10 procent van het mondiale verkeer), varen jaarlijks door de Straat van Gibraltar. "Er is hier sprake van een stilzwijgende olievlek van continue lozingen" constateert Patricia Navarro, een openbare aanklager in Cadiz die zich bezighoudt met milieuvraagstukken.

Een groot tankstation op zee

In de loop der jaren is in de baai bij ongevallen een gigantische hoeveelheid olie in het water geloosd, maar de lekkages tijdens het bunkeren zouden voor nog grotere schade zorgen. "Wat vervuiling betreft, handelt Gibraltar volstrekt onverantwoord. Hier geldt het beginsel dat de vervuiler betaalt, niet", zegt Navarro verontwaardigd.

Het is alsof Gibraltar de vier windstreken en alle zeeën van Europa toeroept: "Kom hierheen, bij ons is stookolie 20 procent goedkoper en wij brengen de olie over van schip naar schip. Dat is Gibraltar: een groot tankstation tussen de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee."

Deze oproep heeft onmiskenbaar gevolgen gehad. Tien jaar geleden werd er nog geen miljoen ton stookolie in de baai overgeheveld. Eind 2009 was die hoeveelheid vervijfvoudigd. Volgens Greenpeace wordt twee derde van de stookolie in de wateren van Gibraltar gebunkerd en de rest in de Spaanse wateren.

Elke dag komen hier tientallen bevoorradingsschepen met een capaciteit van maximaal 300.000 ton brandstof voor anker liggen. Wie op localizatodo.com kijkt [een site waarop schepen en vliegtuigen in de Spaanse wateren en het Spaanse luchtruim kunnen worden gelokaliseerd], ziet dat de baai van Algeciras een toevluchtsoord is geworden voor de oneindige stoet van schepen die in de Straat van Gibraltar voorbijtrekken.

Meestal kun je enkele geïsoleerde schepen waarnemen die vanuit het oosten komen en zich met lage snelheid langs de kust voortbewegen. Zij staan in de rij voor de drijvende tankstations en al wachtend maken ze een tochtje in de wateren van Spanje en Gibraltar. Daarbij maken zij gebruik van wat men in maritiem jargon het ‘recht van onschuldige doorvaart’ noemt, dat wil zeggen het recht om de wateren van een ander land te doorkruisen zolang dat maar snel gebeurt, zonder te stoppen en zonder dat het desbetreffende land schade wordt berokkend. Gezien de effecten van het bunkeren is het twijfelachtig of deze schepen de steden Algeciras, La Línea en San Roque geen schade toebrengen. En deze steden zijn door industriële activiteiten al ernstig verontreinigd.

"De meeste vervuiling in de baai wordt veroorzaakt door Gibraltar"

Elke keer dat een patrouille van de Guardia Civil [marechaussee] schepen op ‘onschuldige doorvaart’ nadert, wordt hun door een Brits schip echter de doorgang geblokkeerd. Dat stelt de procureur-generaal van Algeciras, Juan Cisneros. Naar zijn zeggen heeft Gibraltar volgens het Verdrag van Utrecht geen territoriale wateren, maar de kolonie doet alsof dat wel het geval is, en in de praktijk tolereren de Spaanse autoriteiten deze houding.

"De meeste vervuiling in de baai wordt veroorzaakt door Gibraltar" zegt hij met nadruk, "omdat de controle op het Spaanse grondgebied strenger is. Gibraltar legt geen sancties op aan schepen die de Europese normen aan hun laars lappen, en wel om dezelfde reden dat het geen sancties oplegt aan het witwassen van geld: het is een belangrijke bron van inkomsten." Volgens hem kan er beter rechtstreeks met Londen worden onderhandeld omdat we de Britten "ten minste op de Europese regelgeving kunnen aanspreken".

Voorwendsel om de zeggenschap over Gibraltar op te eisen

De reactie van de premier van Gibraltar, Peter Caruana, komt erop neer dat bunkeren weliswaar meer risico's met zich meebrengt dan de installaties op het land, maar dat het schiereiland de internationale en Europese "wetten nauwgezet naleeft". Volgens hem vormen de Spaanse beschuldigingen een voorwendsel om de zeggenschap over Gibraltar op te eisen.

De EU heeft het bunkeren niet verboden, maar verlangt wel dat strikt de hand wordt gehouden aan de veiligheidsvoorschriften op dit gebied. Op dit punt en wat betreft het gebrek aan justitiële samenwerking staan de autoriteiten van het schiereiland tegenover de Spaanse openbare aanklagers die met milieuvraagstukken zijn belast.

De autoriteiten van Gibraltar zijn van plan een nieuwe zone ten oosten van het schiereiland in te stellen om nog meer stookolie te kunnen verkopen. Dat deze zone tot het natuurpark van de Straat van Gibraltar behoort en dat zij beschermde soorten herbergt, lijkt hen koud te laten.

"Ze willen hun bevoorradingscapaciteit opschroeven naar 400.000 ton en daarom willen ze een nieuwe dijk aanleggen op basis van het Nederlandse systeem waarbij terrein op het water wordt veroverd", vertelt Antonio Muñoz Secilla van de milieuorganisatie Verdemar.

Volgens hem maken deze initiatieven van Gibraltar deel uit van het spel dat de kolonie speelt: het schiereiland wil meer ruimte, meer schepen en meer commerciële activiteiten en het is erop uit om de maritieme soevereiniteit te versterken, die het zich heeft toegeëigend en die door Spanje niet wordt erkend.

Omdat de autoriteiten van Gibraltar en Spanje op milieugebied niet samenwerken, hebben de milieuorganisaties Agaden en Ecologistas en Acción-Verdemar de banden met hun collega's in Gibraltar aangehaald. Allemaal zeggen ze dat aan beide zijden van de grens de economische en politieke belangen zwaarder wegen dan de problemen van de bevolking.