Ik schreef het volgende al een jaar geleden: "De toren van de nieuwste eeuw staat in Antwerpen. 65 meter hoog op het Eilandje, waar vroeger de oude haven nog naar olie rook, de wind naar de zeilen dreef en metalen geluiden maakte. Het Museum aan de Stroom, het MAS in deze moderne tijden van afkortingen en small talk. Antwerpen heeft niet alleen een toren bij maar ook een fenomeen meer. Een stedelijk fenomeen."

Inderdaad, ik ben weg van het MAS, deze Boerentoren van de 21ste eeuw. Hoewel. De eerste wolkenkrabber in Europa heeft ook geen wereldgeschiedenis geschreven. Eric Rinckhout zou wel eens gelijk kunnen krijgen met zijn bijna-verhaal (DM 6/5). Ook om andere redenen.

Terwijl Park Spoor Noord van horizontaal Europees niveau is, is het MAS van verticaal topniveau. Bij dit gebouw krijg je eindelijk het gevoel in een stad met allure rond te lopen, in een metropool, in de wijde wereld tout court. Het MAS mag voor mijn part op zijn Eiffeltorens als stedelijk symbool uitgemolken worden om Antwerpen nog meer op de kaart te zetten. Op koffiekoppen, als frisco, zelfs in een halve bol, die sneeuwt als je schudt. (Dat de architect [Willem-Jan Neutelings, red.] een portretrecht gevraagd heeft en Nederlander is, bewijst de waarde van deze marketingvorm...)

Is Antwerpen mooier geworden? Ja! Eigenlijk bijna. Eén MAS maakt de lente niet. Antwerpen moet consistenter omspringen met kwaliteit. In dezelfde periode (het ontwerp van het MAS dateert van 1999!) mocht Brussel-Noordarchitect Jaspers de Kievitpleinschande en die hogeschooldraak op de kop van de Italiëlei bouwen, verschenen twee steriele woonblokken aan het Kattendijkdok, werd de Zaha Ha(vengebouw)did-vaudeville opgevoerd en werd Richard Rogers schromelijk veel betaald voor een nu al gedateerd en zeker niet duurzaam Justitiepaleis. Het MAS maakt dit bijna goed maar niet helemaal.

Mas que nunca

Is Antwerpen beter geworden? Neen! Het ook hier gezochte Bilbao-effect (zet met één icoongebouw de hele stad op een internationale piëdestal) heeft nooit goed gewerkt op de sociale context van die stad, laat staan de stedelijke problemen opgelost.

Het MAS zal weer wat euforie veroorzaken, de loftrompet over het goede, creatieve en sexy stedelijke leven zal weer uitbundig geblazen worden, Richard Florida zal weer veelbetekenend geciteerd worden. We zouden ondertussen beter moeten weten.

Antwerpen, zoals elke stad in Vlaanderen, in Europa, overal, ziet zijn jonge middenklasse verdwijnen naar de rand, naar de suburbane strook tussen stad en platteland, terwijl de have not's en andere Chinese vrijwilligers als vervangers de goedkope studio's in de stad opzoeken. Antwerpen, zoals elke stad, moet met een (te duur of te slecht) aanbod aan verouderd woonpatrimonium concurreren tegen goedkopere verkavelingen in een systeem, dat weigert de kosten van mobiliteit en ruimteverspilling te verrekenen.

Antwerpen kan een MAS bouwen maar kan bovenstaande problemen niet oplossen. Toch niet alleen. Antwerpen is immers eenzaam als angstig gekeken wordt naar Real-Barça-scores, noodklassen, huisjesmelkers, moedertaalverwarring en andere Arteveldes. Het probleem van Antwerpen en elke andere Vlaamse stad is een probleem van de hogere overheid, die moet stoppen met zijn feestelijk fakegedoe en zijn lege lippendienst over steden zonder de fundamentele keuze pro stad te maken, zonder een daadwerkelijk beleid pro stad te voeren. Vlaanderen moet, om te beginnen, met een Marshallplan een immens pak geld op tafel leggen om de verouderde huizen (ongeveer de helft van elke stad!) energiezuinig en betaalbaar te renoveren, om zo de stad weer van en voor iedereen te maken.

'Mas que nunca' (meer dan ooit, nu of nooit) was de slogan van Barcelona in 1984 om zichzelf te transformeren van dode plek naar levende stad. Er is zwaar geïnvesteerd in deze stad. Laat het MAS van Antwerpen de mas que nunca-motor zijn van een dringend gewenste revival van heel Antwerpen en elke Vlaamse stad, van een extreme make-over tot (niet alleen een mooiere maar ook) een betere stad.