Nadat de regeringen van de EU verbazingwekkend snel aan de Commissie hadden gevraagd het verzoek van IJsland om toe te mogen treden tot de Europese club te onderzoeken, vrezen ze nu een politieke blunder te hebben begaan. Ze hebben namelijk het onprettige gevoel de Balkanstaten er op een weinig charmante manier aan te hebben herinnerd dat ze wellicht tot sint-juttemis voor de deur van de Unie kunnen wachten.

De Europeanen hebben waarschijnlijk genoeg van al die uitbreidingen, maar zijn het erover eens dat IJsland, Noorwegen en Zwitserland – rijke, stabiele en betrouwbare landen – als vanzelfsprekende leden van de Unie moeten worden beschouwd. Over de Balkan, van oudsher het kruitvat van Europa, wordt heel anders gedacht. Het gebied is ook nog eens besmet met de waas van misdaad en corruptie die om Bulgarije en Roemenië hangt, die al lid zijn van de Unie. De politicoloog Daniel Korski van de ECFR (European Council on Foreign Relations) vat de context als volgt samen: "IJsland had eigenlijk allang lid moeten zijn van de EU; de andere landen zijn daarentegen nog op zoek naar hun eigen identiteit". IJsland heeft zich op 23 juli jongsleden kandidaat gesteld en slechts twee werkdagen later kreeg het de instemming van de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU. Het contrast met de ervaring van de kandidaten van de Balkan kon niet frappanter zijn. Macedonië heeft zich in maart 2004 kandidaat gesteld en heeft tot december 2005 moeten wachten voordat de kandidaatstelling werd geaccepteerd; Albanië heeft zich april jongstleden kandidaat gesteld en wacht nog altijd, want de zevenentwintig huidige leden zijn nog aan het onderzoeken of de verkiezingen van afgelopen juni eerlijk zijn verlopen.

Rigoreus, objectief en zonder vriendjespolitiek

De Commissie moet nu beslissen of IJsland aan de toetredingscriteria voldoet: stabiele democratie, markteconomie en in staat om zich te conformeren aan de communautaire verworvenheden. Een pure formaliteit. Het groene licht wordt verwacht in december, ook al beweert de Europese commissaris voor Uitbreiding Olli Rehn dat het onderzoek naar de kandidatuur van Reykjavik "rigoureus, objectief, zonder viendjespolitiek zal gebeuren en zoveel tijd zal vergen als nodig". De regeringen van de lidstaten moeten vervolgens het officiële onderhandelingsproces starten: gezien de al bestaande banden tussen IJsland en de Unie kan dit proces midden 2011 worden afgerond, alhoewel er harde onderhandelingen worden verwacht over de visserij, een sleutelelement van de IJslandse identiteit.

IJsland komt op een lijst waarop al drie andere kandidaten staan, Kroatië, Turkije en Macedonië, ieder met een andere staat van voortgang betreffende de 35 hoofdstukken die het onderhandelingsproces telt. De Macedoniërs wachten op het van start gaan van de onderhandelingen, geblokkeerd door de eisen die de Grieken stellen met betrekking tot het veranderen van de naam van hun land. De Kroaten hoopten die van hen dit jaar af te sluiten, maar kregen te maken met het veto van Slovenië, dat eist dat hun grensgeschillen worden opgelost. Turkije, waarvan de kandidatuur al in 1999 is aanvaard, kon pas in 2005 met de onderhandelingen slechts in 2005 kunnen starten; er zijn elf hoofdstukken geopend maar de acht overige zijn geblokkeerd op verzoek van Cyprus, waardoor het onmogelijk is de onderhandelingen te vervolgen.

Ultranationalistische krachten

Ter vergelijking, als IJsland met de onderhandelingen begint zijn er al 22 hoofdstukken afgerond dankzij het lidmaatschap van de Europese Economische Ruimte en de Schengenruimte. Carl Bildt, de Zweedse minister van Buitenlandse Zaken, het land dat nu het wisselende voorzitterschap van de EU bekleedt, verzekert dat "er geen versnelde procedure voor IJsland bestaat", maar dat het land gewoon profiteert van het lidmaatschap van Schengen en de eenheidsmarkt. Om de gemoederen wat te bedaren stelt hij voor dat er "in het komende najaar een nieuwe impuls gegeven wordt aan het Europees integratieproces van de Balkanstaten". Dat is van groot belang, zowel voor de regio als voor de Unie. Aangezien hetzelfde principe bij de verkiezingen van 2008 in Servië was toegepast, weet men in Brussel heel goed dat het op een kier zetten van de deur naar de EU de ultranationalistische krachten in de Balkanstaten ondermijnt, en dat het sluiten ervan deze juist versterkt. Carl Bildt is bovendien van mening dat "de geloofwaardigheid van de EU in de wereld eveneens afhangt van de manier waarop wij onze eigen problemen oplossen".

De overige landen in de regio, Servië, Montenegro en Bosnië-Herzegovina, zijn voor wat betreft hun betrekkingen tot de Unie allemaal in een ander stadium. Voor Servië zal de eerste toenaderingsfase niet ingaan zolang generaal Ratko Mladic, een van de verantwoordelijken van de massamoord in Srebrenica, niet aan het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag zal zijn uitgeleverd. Bosnië lijdt onder interne verdeeldheid en staat nog altijd onder internationaal toezicht en Kosovo is zelfs nog niet eens erkend door alle landen van de EU. "IJsland hoorde tot 1944 bij Denemarken, het is lid van de NAVO, het is lid van alle clubs", verklaart politicoloog Daniel Korski*. "Het land komt erg laat in de EU, dat verklaart waarschijnlijk dat men spoed zet achter het lidmaatschap. De IJslanders zullen eerder lid zijn van de Unie dan de Kroaten*".