De als ‘kwetsbaar’ gekwalificeerde ontheemden die bij aankomst werden vastgezet in gesloten centra, worden verdeeld over open opvanglocaties. Een daarvan is bestemd voor gezinnen. De barak heet Hal Far en bevindt zich bij het eindpunt van een buslijn, ver van alle winkels en woonhuizen, aan de rand van een verlaten vliegveld.

Hier wonen een dertigtal families in afwachting van internationale bescherming. Het is er vaak vochtig, bloedheet in de zomer en ijskoud in de winter. Dawit, een Ethiopiër van 35 jaar, die met zijn vrouw en dertien maanden oude zoon Tripoli ontvluchtte, is een van de onfortuinlijke bewoners van de hangar. "Ik dank de Maltezer autoriteiten die onze boot redde van de ondergang en die ons hier onderdak hebben geboden", zegt hij ter inleiding. "Maar ik moet zeggen dat deze plek vreselijk is, werkelijk vreselijk. Wij zijn hier met Somaliërs, Ethiopiërs, Eritreeërs en een paar Ghanezen en Algerijnen. Hier zitten alleen families met kinderen. De jongste is anderhalve maand oud. Er is ook een vrouw die bij aankomst is bevallen. Toen het kind geboren moest worden haalden zij haar uit het uitzettingscentrum, maar na de geboorte werd ze weer teruggebracht."

"Iedereen is uitgeput", gaat hij verder. "En waar laten ze ons? In deze hangar, waar alles vuil en gevaarlijk is. Het is hier slecht verlicht: er zijn maar twee tl-buizen in de hele ruimte, in onze tenten zien wij geen hand voor ogen. De vloeren zitten vol olie, afvoerbuizen zijn verstopt, er lopen overal ratten. Dat is allemaal giftig. Baby's stoppen alles in hun mond, wrijven in hun ogen, ze hebben infecties en ze zijn ziek. Ze moeten de hele tijd naar het ziekenhuis. Wij zagen een Italiaanse arts huilen toen hij ze zag. De laatste keer dat ik medicijnen voor mijn zoon moest halen bij de apotheek, moest ik 39 euro betalen. Dit kan niet langer zo. En nu komt de zomer eraan. Met de hitte zal het hier ondraaglijk zijn. Wij zijn dankbaar, maar deze ruimte is niet geschikt om mensen in te laten wonen."

Dawit, die docent Engels is, zegt het nog maar een keer: hij had niet de intentie naar Europa te vertrekken. Hij zag zich gedwongen te vluchten vanwege de gevechten maar ook vanwege het geweld tegen zwarte Afrikanen. Onder de vaders die hetzelfde lot als hij ondergaan bevinden zich een student medicijnen, een IT'er en een vertaler. Sommigen verlieten hun land van herkomst omdat ze daar vervolgd werden en kregen zelfs een vluchtelingenstatus. Allemaal probeerden ze een leven in Libië op te bouwen. En allemaal keken ze de dood in de ogen tijdens hun reis over de Middellandse Zee.

Zieke kinderen

Van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen (UNHCR) tot de ter plaatse aanwezige humanitaire organisaties, verklaart iedereen hetzelfde. In de hangar staan de door het Zwitserse Rode Kruis verstrekte tenten in drie rijen van tien opgesteld. Ongeveer 150 personen, baby's meegeteld, zitten daar vast, ingedeeld naar familie. Rond dit gebouw werden containers neergezet met daarin steeds 16 slaapplaatsen, waarin alleenstaande mannen en vrouwen (gescheiden) zijn ondergebracht.

Céline Warnier de Wailly, lid van de Jesuit refugee service, een vereniging voor juridische en sociale bijstand die de vluchtelingen op Malta helpt, vertelt: "Het ene na het andere kind wordt ziek. Het wordt chronisch en ernstig. Toen de eerste families daar geïnstalleerd werden, was hun eerste reactie dat zij liever teruggingen naar het uitzettingscentrum! Ik zag collega's huilen bij het uitdelen van water, melk, kinderwagens of luiers. En die hebben toch al heel wat ellende gezien!"

Dezelfde deplorabele staat treffen we aan in wat de lokale autoriteiten en vluchtelingen 'Tent Village' noemen, het tentendorp, op een paar honderd meter van de hangar. Er staan grote tenten in de buitenlucht, deels vernield door de februaristormen. Maar zelfs als ze in goede staat zijn, beschermen ze slecht tegen regen en wind, constateert de UNHCR.

Leefomstandigheden voldoen niet

"In de hangar en Tent Village voldoen de leefomstandigheden niet aan een acceptabele norm, vooral voor gezinnen met kinderen", stelt Fabrizio Ellul van de HCR in Malta in de gebruikelijke ambtelijke bewoordingen van een internationale organisatie. "De sanitaire voorzieningen en de leefomstandigheden zijn niet geschikt voor een dergelijk lang verblijf en deze centra werden nooit ontworpen voor kwetsbare personen", voegt hij daaraan toe.

Inderdaad werden er tot nu toe nooit families in de hangar of de tenten ondergebracht. Ze werden zelfs gesloten in de afgelopen maanden toen het aantal boten afnam. Want het migratie-akkoord dat Italië en Libië tekenden, bleek uiteindelijk zijn vruchten af te werpen. "Een jaar lang, met uitzondering van een boot afgelopen juli, arriveerde er niemand meer", vertelt Maria Pisani van de NGO Integra Foundation, specialist op het gebied van asielkwesties op Malta. Ook zij beoordeelt de situatie in Hal Far als ondraaglijk. Vanwege de afgelegen ligging van het centrum spreekt ze zelfs van "gettovorming". "Er werd geen lering getrokken uit voorgaande jaren", vindt ze.

"Er werd niets gedaan om de voorzieningen te verbeteren. In plaats van ervoor te zorgen dat deze mensen zich ter plaatse zouden kunnen installeren en integreren, richten de Maltezer autoriteiten zich volledig op herplaatsing of overplaatsing naar ander Europese of Westerse landen. Dat past beter in hun straatje. De autoriteiten zorgen ervoor dat er te weinig opvangmogelijkheden zijn in stenen gebouwen, om de vluchtelingen ertoe aan te sporen te vertrekken in plaats van te blijven." Anders gezegd: Malta geeft de voorkeur aan noodhulp om te voorkomen dat de nieuw aangekomenen blijven en om zijn Europese partners te dwingen ze op te nemen.