<!--

@page { margin: 0.79in }

P { margin-bottom: 0.08in }

-->

Het is een van de grootste schandalen van onze tijd: in veel arme landen zijn fabrieken wanhopig bezig grote hoeveelheden goedkopere, levensreddende Tamiflu te produceren maar nu wordt gezegd dat dat niet mag. Waarom niet? Omdat rijke farmaceutische bedrijven hun patenten willen beschermen, en daarmee hun winst willen veiligstellen.

Om er iets van te begrijpen moeten we beginnen met een publiek geheim. De World Health Organisation (Wereldgezondheidsorganistie) waarschuwt al maanden dat als de varkensgriep zich uitbreidt naar de arme delen van de wereld, er honderdduizenden mensen zullen sterven. Maar er is ook tegen de regeringen van die arme landen gezegd dat ze moeten stoppen met de grootscheepse productie van Tamiflu, het enige middel dat er is om de ziekteverschijnselen tegen te gaan. En daar zit veel meer achter.

Onze regeringen kiezen er al jaren voor een vreemd systeem om de ontwikkeling van geneesmiddelen te laten floreren. Het meeste werk van wetenschappers om een geneesmiddel op de markt te brengen gebeurt in universitaire laboratoria die door de overheid met ons belastinggeld gefinancierd zijn. De farmaceutische bedrijven komen er over het algemeen pas laat in het ontwikkelingsproces aan te pas, en betalen een deel van de dure, maar weinig creatieve eindstadia, zoals de benodigde chemicaliën en proefonderzoeken. Daarvoor krijgen ze jarenlang de exclusieve rechten in handen van de fabricage en de winst van het geneesmiddel.

Generieke kopieën voor stervende burgers

Het gevolg is vaak dodelijk. De farmaceutische bedrijven die het patent voor het geneesmiddel tegen Aids in handen hebben, stapten naar de rechter om de Zuid-Afrikaanse regering te verbieden stervende burgers te redden door voor $ 100 per jaar [per patiënt] generieke kopieën te maken die net zo werkzaam zijn. Ze wilden dat de regering de volle $ 10.000 per jaar betaalde [per patiënt] om het merkproduct te kopen – of niets. De publieke opinie was zo ontzet dat er een concessie aan de algemene regels voor commercialisering werd toegewezen. Er werd besloten dat in gevallen van grote nood voor de volksgezondheid, arme landen generieke geneesmiddelen konden maken – precies hetzelfde product, maar zonder de merknaam – of de patentgelden aan farmaceutische bedrijven betalen.

Er toen kwam de varkensgriep. Volgens de nieuwe regels kunnen de arme landen zoveel generieke Tamiflu maken als ze willen. Bedrijven in heel India en China zeggen dat ze klaar staan. Maar Roche, het bedrijf dat het patent in handen heeft, wil dat de mensen de merkversie kopen. En de WHO lijkt achter Roche te staan. De WHO, die het beste kan beoordelen wat een grote noodtoestand is waardoor de regels voor patenten kunnen worden doorbroken, heeft de volgende boodschap: Maak geen gebruik van de mazen in het net.

Hoe zal dat aflopen? James Love van Knowledge Economy International, dat campagne voert tegen het huidige patentsysteem, zegt: "Arme landen hadden beter voorbereid kunnen zijn. Als er een pandemie is, zal het aantal sterfgevallen veel groter zijn dan nodig".Het argument waarmee grote farmaceuten dit systeem verdedigen, is simpel en klinkt in eerste instantie redelijk: we hebben grote bedragen nodig voor ‘onze’ geneesmiddelen zodat we meer levensreddende middelen kunnen ontwikkelen. Maar een onderzoek van Dr. Marcia Angell, de voormalige redacteur van de New England Journal of Medicine, zegt dat slechts 14 procent van hun budget naar de ontwikkeling van geneesmiddelen gaat – meestal het niet-creatieve, laatste deel. De rest gaat naar marketing en winsten. En zelfs van die 14 procent verspillen farmaceutische bedrijven heel veel geld aan het ontwikkelen van ‘me-too’-geneesmiddelen die precies hetzelfde doen als reeds bestaande geneesmiddelen, met maar één ander molecuul, dat hun in staat stelt een nieuw patent aan te vragen.

3 miljard aan lobbyisten en politieke 'bijdragen'

Wij ondervinden allemaal nadeel van dit slechte functioneren. Neelie Kroes, de EU-commissaris mededinging, concludeerde onlangs dat Europeanen door dit "verdorven" systeem 40 procent meer betalen voor hun geneesmiddelen dan nodig. En waarom houden we het dan aan, als het zo slecht is? Omdat farmaceutische bedrijven, die de afgelopen tien jaar alleen al in de VS meer dan 3 miljard dollar hebben gespendeerd aan lobbyisten en politieke ‘bijdragen', ervoor zorgen dat het systeem in hun voordeel blijft uitpakken.

Er is een betere manier om geneesmiddelen te ontwikkelen, zoals voor het eerst geopperd door Jozef Stiglitz, de winnaar van de Nobelprijs voor economie: de regeringen van het Westen zouden een prijzenfonds van vele miljarden dollars moeten oprichten waaruit wetenschappers worden betaald om geneesmiddelen en vaccins voor ziektes te ontwikkelen, en de hoogste prijzen zijn bestemd voor ziektes waar miljoenen aan sterven, zoals malaria. Zodra de prijs is uitbetaald, vervallen de rechten om het middel te gebruiken aan het publieke domein. Het geneesmiddel kan door iedereen en overal worden gemaakt.

De financiële stimulans zou dezelfde blijven maar met humanitaire voordelen en het zou een einde maken aan de onredelijkheid van het huidige systeem. Hoewel het niet goedkoop is – 0,6 procent van het BNP – zou zo’n plan op de middellange termijn ons allemaal een fortuin besparen, omdat zorgsystemen niet langer enorme premies aan farmaceutische bedrijven zouden hoeven te betalen. De kosten van de geneesmiddelen zouden flink omlaag gaan en tientallen miljoenen mensen zouden zich eindelijk geneesmiddelen kunnen permitteren.

Pogingen om het huidige systeem te veranderen worden echter geblokkeerd door de farmaceutische industrie en hun lobbyisten. Het idee medische kennis te misbruiken zodat slechts weinig mensen ervan kunnen profiteren is ongetwijfeld een van de meest groteske misstanden van onze tijd, een ziek systeem dat we af moeten schaffen. Pas dan kunnen we de geest verspreiden van Jonas Salk, de wetenschapper die het poliovaccin uitvond, maar weigerde er patent op aan te vragen, en gewoon zei: "Het zou zoiets zijn als patent aanvragen op de zon".