Vorige week kwamen bij de Europese Unie een paar deprimerend bekende verhalen naar buiten: functionarissen die in twee aparte vliegtuigen naar dezelfde bestemming vliegen, terwijl ze de wereld voorhouden dat een reductie van de CO2-emissies hoogst noodzakelijk is; leden van het Europees Parlement die om een verhoging van de begroting vragen en nieuwe belastingen voorstellen om een grotere 'harmonie' tussen de lidstaten van de EU te bereiken, ondanks de bezuinigingen die op het hele continent worden doorgevoerd.

De meeste EU-politici ontberen net als het grootste deel van het EU-beleid legitimiteit, en dat weten ze. Dus toen Tony Blair er vorige week op aandrong dat Europa een 'gekozen president' zou krijgen, verwoordde hij het diepgewortelde geloof van bijna iedere functionaris die is betrokken bij de pan-Europese politieke bureaucratie: dat een grotere eenheid beter is voor iedereen.

Wat maakt het uit dat 'het project' geen steun onder de bevolking geniet. Zelfs het feit dat de kiezers nu hun zorgen uiten over (bijvoorbeeld) de open grenzen tussen de lidstaten van de EU heeft geen enkel effect op de overtuiging van de Eurocraten dat er slechts sprake kan zijn van eenrichtingsverkeer: naar een steeds nauwere unie binnen de EU, en daarom naar de uiteindelijke opheffing van de natiestaat.

Eenwordingsproject met oppervlakkig democratisch vernislaagje

Wat is de basis van dit inzicht dat de natiestaat moet en zal worden opgeofferd aan de Europese autoriteiten? Het komt neer op de schijnbaar onschuldige bewering van Blair vorige week dat het “voor de Europese landen verstandig is om samen op te treden, en hun collectieve gewicht in te zetten om invloed te verwerven.” De vraag hoe de entiteit die zal ontstaan door “samen op te treden” enig legitiem politiek gezag kan verwerven over de natiestaten die deze entiteit vormen wordt echter nooit beantwoord.

Er is een zeer voor de hand liggende reden voor deze oorverdovende stilte: de individuele landen en hun gekozen volksvergaderingen worden door de inwoners van die landen gezien als de enige instellingen voor het maken van wetten die zij zelf hebben gesteund. Het kiezen van een Europese president zal daar geen verandering in brengen. Het zal slechts een oppervlakkig democratisch vernislaagje verlenen aan het eenwordingsproject – terwijl het effect in feite zal zijn dat de enige verbinding tussen de manier waarop wetten worden gemaakt en de wil van het volk zal worden ondermijnd. De wetgeving die uit Brussel komt heeft die verbinding niet. Maar dat is waar het eenwordingsproject op is gebouwd.

Ik kan begrijpen dat de Europese Unie voordelen heeft voor de politici van het continent, die hun handen kunnen leggen op de mooie parafernalia van het ambt: limousines, privéjets, functionarissen die voor je buigen als knipmessen en het bedwelmende gevoel van macht. Maar wat is het voordeel voor de rest van ons?

Vernietiging van onze democratie door hun zelfverheerlijking

De enthousiastelingen beweren dat een verenigd Europa een machtig Europa zal zijn, dat in staat zal zijn betere deals te sluiten over handel en veiligheid. Vrije handel tussen landen heeft inderdaad grote voordelen, maar voor het bereiken daarvan is niets méér nodig dan samenwerking tussen individuele natiestaten. In ieder geval is het niet nodig de natiestaat er voor te vervangen door een supranationale bureaucratie.

En het idee dat een verenigd Europa beter in staat zal zijn de veiligheid en de waarden van zijn inwoners te verdedigen, is een fantasie. 'Europa' beschikt over alle ornamenten die horen bij een gemeenschappelijk defensiebeleid: een defensiebureaucratie, een ministerie van Buitenlandse Zaken en een minster van Buitenlandse Zaken. De operatie in Libië wordt gesteund door de EU.

Maar zoals Robert Gates, de vertrekkende Amerikaanse minister van Defensie, vorige week opmerkte, zijn de Europese landen niet in staat zo'n operatie te organiseren. Voor de bombardementscampagne was “een grote hoeveelheid specialisten, grotendeels uit de VS, nodig.” Na een campagne van elf weken “raken de Europeanen door hun munitie heen, waardoor de VS opnieuw het verschil moet maken.” Dat is gebeurd omdat te veel Europese landen wel van militaire samenwerking willen profiteren, maar niet bereid zijn de risico's en kosten te delen: ze willen gratis meeliften.

Dit is in zekere zin geruststellend, omdat er uit blijkt hoe het eenwordingsproject strandt op de rots van nationaal zelfbelang. In de kern lijkt het om niet veel meer te gaan dan om een manier om de Eurocraten zich belangrijk te laten voelen. Maar de tragedie is dat hun zelfverheerlijking nog steeds kan uitlopen op een vernietiging van onze democratie.