Toen de Italianen werd gevraagd of zij een terugkeer naar kernenergie vanwege de kosten, de tijd en de risico's wilden overwegen, hebben zij deze mogelijkheid voor de tweede keer in een kwart eeuw met een grote meerderheid definitief afgewezen.

Dankzij dit tweede nee tegen kernenergie zal er verder moeten worden nagedacht dan over de onmiddellijke problemen die door het referendum zullen ontstaan. Het is niet voldoende om de overheid of de verantwoordelijken van de energiesectoren te wijzen op de absolute noodzaak voor een ontwikkelingsplan voor alternatieve en duurzame energiebronnen.

Er mag vooral niet vergeten worden dat het de plicht is van de burgers om hun gedrag aan te passen aan de keuze die er gemaakt is, en dat dat veel effectiever zal moeten gebeuren dan in het verleden het geval was. Het ontbreken van afvalscheiding, de waterverspilling, het ongelimiteerde autogebruik, verwarming en airconditioning die continu worden gebruikt: het zijn slechts een paar voorbeelden van gewoontes die tegelijkertijd met de Italiaanse plannen voor kerncentrales zullen moeten verdwijnen.

En het zou ook nuttig zijn te bedenken in welke toekomst de nieuwe generaties wacht, en die afhankelijk is van de beslissing die de Italianen nu hebben genomen. De Italianen zouden er om te beginnen trots op kunnen zijn dat ze het eerste Europese land waren dat nee zei [tijdens een referendum in 1987, red.] en dat nog eens herhaalt. Daarmee wordt een keuze bevestigd waarmee Italië zich op cultureel en strategisch gebied achter Duitsland – en Zwitserland – schaart.

Sarkozy en Merkel begrijpen dat 'duurzaamheid' een markt is

En dankzij die keuze zullen ze wat minder beïnvloed worden door Frankrijk, waarmee ze recentelijk een soort van technologische en industriële overeenkomst sloten om terug te keren naar kernenergie. Wat opvalt is dat de keuze van Duitsland niet alleen werd gedicteerd door de angst voor de actuele ontwikkelingen of door een intellectuele vrees die zijn wortels in hun eigen geschiedenis heeft: het land investeerde voordat ze kernenergie vaarwel zeiden, al minstens twintig jaar lang in duurzame energie en zag het aantal banen in deze sector in de afgelopen acht jaar verdubbelen. Dit kan de Italianen op het gebied van industriële ervaring en beleid zeer van pas komen.

Voor wat betreft Frankrijk, moeten we ons ondanks de 58 reactoren en plannen voor een nieuwe generatie kerncentrales, voor ogen houden dat een groot percentage Fransen na Fukushima en het Duitse besluit heeft verklaard voorstander te zijn van een herziening van het kernenergiebeleid. President Sarkozy die na de ramp in Japan de historische keuze van generaal De Gaulle bleef steunen, creëerde aan het begin van zijn ambtstermijn een groot ministerie van Milieu, dat de opdracht kreeg duurzame energie verder te ontwikkelen en de afhankelijkheid van kernenergie terug te dringen.

Sarkozy, net als Merkel conservatief, begreep dat ook ‘duurzaamheid’ een markt is en de dat de traditionele partijen in de milieu- en anti-kernenergiebeweging een stevige tegenstander zouden kunnen vinden. De kernenergiekwestie is opgenomen in het samenwerkingsprogramma voor de verkiezingen van 2012 dat is opgesteld door de Franse Groenen en waarbij de Socialisten (waarvan de meerderheid pro-kernenergie is) zich hebben aangesloten.

Een kernenergievrij Europa is een utopie

Nationale beleidskeuzes op energiegebied zullen gedomineerd (blijven) worden door een gezamenlijke Europese visie, maar als twee industriële grootmachten zoals Italië en Duitsland, leden van de G8 en medeoprichters van Europa, kernenergie afstoten, is het niet ondenkbeeldig dat deze keuze een flinke aanzet zal zijn tot verandering en een grote invloed zal hebben op de publieke opinie in andere landen. Het zal ook niet ondenkbaar zijn dat deze keuze zich op een dag over het hele oude continent zal verspreiden en op het internationale toneel het leiderschap zal bekrachtigen van een Europa dat op het gebeid van klimaat en milieu al een stap voorloopt op de rest van de wereld.

Zo zal een van de bezwaren die lange tijd in het debat werd aangevoerd, het feit dat er niet van kernenergie kan worden afgezien zolang er vlak over de grens nog kerncentrales staan, teniet worden gedaan. Een kernenergievrij Europa is een utopie, maar de culturele revolutie is in gang gezet en zou binnen nu en een aantal decennia onze toekomst kunnen bepalen. Misschien zal het onderscheid tussen civiel en militair gebruik van atoomenergie niet langer relevant noch noodzakelijk zijn.

Ook mogen we niet vergeten dat het spel over duurzame energiebronnen – tegelijkertijd met dat over vrede, immigratie en grondstoffen – wordt gespeeld op basis van een zo vruchtbare en constructief mogelijke samenwerking met de landen aan de zuidkust van de Middellandse Zee, die op dit moment de onzekere en bochtige weg naar democratie zijn ingeslagen. Het gaat daarbij niet alleen om Libische olie of Algerijns gas, maar over de zon en de woestijn, die de rijkdom der armen en een belangrijk deel van onze toekomst vormen.