Als we ons net buiten de moderne hoofdstad van Reykjavik op een weg begeven die ons door steppes voert met maanachtig landschap, rokende kraters, woest spugende geisers en een naar rotte haaien ruikende zeewind, hebben we niet bepaald het gevoel dat we in Europa zijn. De IJslanders zelf waren hier trouwens ook niet van overtuigd, tot het IJslandse parlement besloot het lidmaatschap van de EU aan te vragen omdat het land aan de afgrond staat en door de ineenstorting van de banken sinds 2008 aan het infuus van het IMF ligt. De ministers van Buitenlandse Zaken hebben de aanvraag tot toetreding zojuist aan de Europese Commissie doorgegeven.

Iets ten zuiden van IJsland ligt een ander eiland in de Atlantische oceaan, dat iets Europese aandoet en het lot van IJsland in zijn handen heeft: Ierland. Gezien het onvoorspelbare karakter van de dichters van dit Keltische land, zullen de IJslanders tot 2 oktober in onzekerheid verkeren. Op die dag zullen de Ieren zich voor de tweede keer per referendum uitspreken over het Verdrag van Lissabon. Dit Verdrag voorziet niet alleen meer democratie en efficiëntie, maar stelt de Europese Unie ook in staat om zich uit te breiden.

Zonder het Verdrag van Lissabon zit uitbreiding met IJsland, Ierland, Kroatië, Turkije of andere kandidaten er niet in. De reden is juridisch en politiek van aard. Voor Frankrijk en Duitsland is dit namelijk een principekwestie. “Geen uitbreiding zolang het Verdrag van Lissabon niet van kracht is”. Pierre Lellouche, [Frans] staatssecretaris Europese Zaken, heeft dit standpunt nog eens herhaald in Brussel op 27 juli.

De volgende dag bracht hij een bezoek aan beide landen. Deze twee aparte Europese eilanden hebben meer met elkaar gemeen dan hun vaderlandsliefde -zo typerend voor eilanders- en hun verhouding met de Verenigde Staten. Allebei zijn ze in recordtempo overgegaan van misère naar rijkdom, totdat de wereldwijde economische crisis hun financiële speculaties en hypotheeksector een genadeklap toediende.

De Keltische tijger

Ierland, met zijn 4,4 miljoen inwoners, was ooit het armste land van Europa en was aan het eind van de jaren ’80 het op één na rijkste land van de EU geworden, na Luxemburg. Ierland kreeg daardoor ook wel de bijnaam “de Keltische tijger” en had deze opleving te danken aan zijn toetreding tot de Europese Gemeenschap in 1973. Maar doordat de Ierse economie leunde op buitenlandse investeringen (aangetrokken door gunstige belastingwetgeving) en op het florerende onroerend goed, kreeg de Tijger de volle laag toen de economische crisis zich aandiende. Ierland was dan ook het eerste EU-land dat de recessie beleefde.

IJsland, met 320.000 inwoners, had net als Ierland hoge armoedecijfers maar in het midden van de jaren ’90 werd het eiland een van de rijkste landen ter wereld dankzij zijn hoogstaande industriële sector, zijn visserij en zijn bankinvesteringen. IJsland stond op de vijfde positie van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) en op de eerste plaats op de Index voor Menselijke Ontwikkeling van de VN. In het najaar van 2008 stond de stuitende omvang van de IJslandse investeerders als een paal boven water: de activa waren elf keer zo hoog als het BNP. IJsland is het enige geïndustrialiseerde land waarvan de banksector failliet is gegaan, en het eerste land dat sinds de crisis hulp heeft gevraagd aan het IMF (Internationaal Monetair Fonds). De woede van de bevolking ontaardde bijna in een volksopstand.

Van "netto-ontvanger" naar "netto-betaler"

Nu het Ierse referendum over twee maanden zal plaatsvinden, varen beide eilanden een verschillende koers. IJsland, dat al aandeel neemt in het merendeel van de verworvenheden van de EU, wil graag zo snel mogelijk toetreden. Ierland, dat al fors is begunstigd door de EU (60 miljard euro EU-gelden) heeft in 2008 “nee” gezegd tegen het Verdrag van Lissabon, net op het moment dat het land niet meer “netto ontvanger” maar “netto betaler” is, en is argwanend ten opzichte van uitbreiding. Volgens openbare opiniepeilingen zou het merendeel van de Ieren de aankomende keer “ja” stemmen voor het Verdrag van Lissabon, maar door andere, door politieke partijen georganiseerde, peilingen, wordt dit tegengesproken.

Pierre Lellouche heeft geprobeerd zich afzijdig te houden van de campagne in Dublin. In 2008 hadden de Ieren het de Europese leiders niet in dank afgenomen dat zij zich hadden bemoeid met hun zaken. Met zijn dubbele bezoek aan de twee eilanden wilde hij de Ieren duidelijk maken waar de IJslanders al van overtuigd zijn: dat de Europese Unie sterk genoeg is om de crisis het hoofd te bieden. Op 2 oktober zullen 3 miljoen Ieren het lot van 500 miljoen Europeanen bezegelen. Als ze “nee” zeggen, zullen niet alleen de IJslanders hiervan te lijden hebben. Zij zouden het wel eens kunnen opvatten als een late wraakneming tegen hun voorouders de Vikingen, wiens slaven indertijd afkomstig waren uit… Ierland.