Op 13 juni 2011 was het alweer een jaar geleden dat in België parlementsverkiezingen werden gehouden, en dat hebben we geweten. Voor de zoveelste keer werden we er aan herinnerd dat de Belgen nog altijd zonder regering zitten, dat geen enkel ander land zo lang zonder regering heeft gezeten, en wat erger is, dat het nog wel een tijdje zonder regering zal zitten.

Eén ding ontbrak echter in al die onheilstijdingen: de vraag of het niet stilaan tijd wordt voor een boedelscheiding. Als Vlaanderen en Wallonië met elkaar getrouwd waren geweest, dan waren ze allang uit elkaar gegaan. Sinds in de jaren zeventig het regionaliseringsproces in gang werd gezet, volgen de conflicten over de verdeling van bevoegdheden elkaar in snel tempo op. Zelfs een therapeut zou er radeloos van worden.

Maar in internationale betrekkingen gelden andere maatstaven dan tussen twee mensen. Scheidingen hebben er nooit goed in de markt gelegen, niet alleen omdat ze de stabiliteit aantasten, maar ook omdat de meesten onder ons vinden dat verschillen van taal of identiteit geen voldoende reden zijn om uit elkaar te gaan. Separatistische bewegingen kunnen in het Westen doorgaans op weinig sympathie rekenen.

Als vrienden uit elkaar gaan

Maar soms kan het gewoon niet anders. En dan rijst de vraag of het niet beter is om als vrienden uit elkaar te gaan in plaats van te blijven bekvechten tot het ogenblik gekomen is dat de gevolgen niet meer te overzien zijn.

Zoals bij de meeste huwelijken liet ook in het geval van België niets een scheiding voorzien. Wat de Vlaams-nationalisten ook mogen beweren, België was bij zijn ontstaan allesbehalve een kunstmatig land.

Zelfs de discriminatie van het Nederlands kon de relatie tussen Vlamingen en Walen niet aantasten. Met de totstandkoming van aparte deelstatenwerd een proces in gang gezet dat niet meer te stuiten was. Sindsdien is de taalgrens een taalmuur geworden.

Zelfs als er straks een oplossing uit de bus komt, is het gewoon wachten op de volgende crisis. Dat het beter is om in een dergelijk geval uit elkaar te gaan, bewijst het voorbeeld van Tsjechoslowakije. Ook dat was een land waarvan iedereen zich afvroeg waarom het zonodig uit elkaar moest vallen. Net zoals de Vlamingen en de Walen leken de Tsjechen en de Slowaken voor altijd bij elkaar te horen.

Tweederangsburgers

Ondanks de wederzijdse beschuldigingen – van de Slowaken dat ze als tweederangsburgers werden behandeld, van de Tsjechen dat ze steeds weer voor de rekeningen moesten opdraaien – leek niets na de val van het communisme een opdeling van hun land te voorspellen. In tegenstelling tot de Vlamingen en de Walen spraken de inwoners van Tsjechoslowakije min of meer dezelfde taal; Belgische toestanden waren hun vreemd.

Maar dat belette de leiders van beide landsdelen niet om enkele jaren na de Fluwelen Revolutie een 'fluwelen scheiding' door te voeren. Amper een week nadat het Slowaakse parlement de onafhankelijkheid had uitgeroepen, was de zaak beklonken. Op 31 december 1992 hield Tsjechoslowakije formeel op te bestaan. Volgens de betrokken politici waren de tegenstellingen onoverbrugbaar geworden.

Lang niet alle inwoners waren daar gelukkig mee, integendeel. Volgens opiniepeilingen was een meerderheid van de Tsjechen en Slowaken zelfs tegen. Maar betreurd hebben ze hun scheiding niet. Zelfs de Slowaken, het zwakke broertje, hebben er economisch niet onder geleden. Als inwoners van een onafhankelijke staat staan ze beter hun mannetje dan toen ze afhankelijk waren van het geld van de Tsjechen. Maar de belangrijkste winnaar van de scheiding zijn de onderlinge relaties. Die zijn vandaag veel beter dan toen Tsjechen en Slowaken landgenoten waren.

De fluwelen scheiding zou dan ook een voorbeeld moeten zijn voor België, waar de communautaire problemen veel groter zijn dan in het voormalige Tsjechoslowakije. Voor een economische crisis hoeft niet gevreesd te worden. In tegenstelling tot de Tsjechen en de Slowaken in 1992 beschikken de Vlamingen en de Walen over het vangnet van de Europese eenheidsmarkt. Ook het probleem Brussel, dat tegelijk een apart gewest en hoofdstad van Vlaanderen is, hoeft een scheiding niet in de weg te staan. Daarvoor dient dan maar een Belgische oplossing bedacht worden, zeker in een tijd waarin het begrip territorialiteit flexibel is geworden, geen onoverkomelijke opdracht.