Aan het einde van de winter begon het zachtjes op te spelen. Maar met elke dag die verstrijkt, wordt de toon steeds krachtiger en dreigender: welke naam er ook aan gegeven wordt – herprofilering, herschikking, looptijdverlenging – de Europese Centrale Bank (ECB) wil niet horen van een herstructurering van de Griekse schuld, die een bijdrage van de private schuldeisers zou vragen.

Tot dan toe waren de ECB en Duitsland het volkomen met elkaar eens, maar nu maken ze openlijk ruzie. Berlijn beweert immers dat herstructurering van de Griekse schuld noodzakelijk is en dat de private schuldeisers eveneens een deel van de last moeten dragen. Berlijn heeft Nederland, Finland en zelfs, met enige nuances, de voorzitter van de eurogroep, de Luxemburger Jean-Claude Juncker, aan zijn zijde gekregen. Lijnrecht daartegenover staat Frankrijk dat zich onvoorwaardelijk achter het standpunt van de ECB heeft geschaard.

De leiders van de EU en de ECB blijven de realiteit ontkennen. Zij denken dat een tweede draconisch bezuinigingsplan, in combinatie met massale privatiseringen, Griekenland uit de impasse kan halen, ondanks de mislukking van het eerste plan. De cijfers laten echter nauwelijks ruimte voor hoop. Het begrotingstekort blijft ongecontroleerd stijgen en de schuldenlast van Griekenland zal aan het eind van het jaar boven 150 procent van zijn bbp uitkomen.

Huishoudboekje

Volgens berekeningen van economen moet het land gedurende tien jaar een primair overschot van zes procent creëren om deze enorme schuld te kunnen aflossen. In werkelijkheid kent Griekenland vanwege zijn zwakke industrie en economie een structureel tekort van vijf procent. En door de bezuinigingsplannen raakt het huishoudboekje alleen maar meer in het slop. We moeten de feiten onder ogen zien: Griekenland zal nooit aan zijn geldelijke verplichtingen kunnen voldoen.

Waarom weigert de Europese Centrale Bank deze waarheid te erkennen en sluit hij principieel elke herstructurering van de schuld uit? Per slot van rekening gaat het slechts om maximaal driehonderd miljard euro. Dat is weliswaar een flink bedrag maar het vertegenwoordigt nog geen twee procent van het Europese bbp.

Herstructurering van de schuld zou betekenen dat Griekenland jarenlang van de markten wordt verbannen; het land zou geen nieuwe financiële middelen kunnen verkrijgen, aldus de bankiers van de ECB. Maar in de praktijk is Athene al volledig van de markten uitgesloten.

"De staten die hun schulden hebben geherstructureerd, zijn er niet slecht van afgekomen. Ze zijn niet van de markten verbannen maar hebben doorgaans hun vertrouwen herwonnen: investeerders geven de voorkeur aan een zondaar die kredietwaardig is geworden, boven een toonbeeld van deugd dat de verstikkingsdood dreigt te sterven. Twintig jaar geleden heeft Polen het voor elkaar gekregen dat zijn schuld werd verkleind. Dat land heeft het er beter van afgebracht dan Hongarije, dat aan zijn reputatie hechtte. Schuldvermindering vormt geen smet op het blazoen van een land", stelt econoom Jean Pisani-Ferry van het Bruegel Instituut.

Slechtste rating ter wereld

Mario Draghi, de toekomstige president van de ECB, wijst tevens op het risico van "een kredietgebeurtenis" in geval van een herstructurering die als een tekortkoming zou worden beschouwd. Maar deze zo gevreesde kredietgebeurtenis heeft reeds plaatsgevonden. Op 13 juni heeft kredietbeoordelaar Standard & Poor's de status van Griekenland verlaagd tot CCC. Griekenland heeft nu de slechtste rating ter wereld. Met andere woorden, de kredietbeoordelaars gaan er al van uit dat de schuldensituatie van de Grieken zal verslechteren. Meteen daarna heeft Moody's BNP Paribas, Société Générale en Crédit Agricole onder toezicht geplaatst voor een mogelijke verlaging van hun status, omdat zij sterk aan het Griekse risico staan blootgesteld.

Niettemin hadden deze drie Franse banken zeer geruststellende woorden gesproken over hun leningen aan Griekenland. Maar hun betoog strookt niet met de statistieken die door de Bank voor Internationale Betalingen zijn gepubliceerd. Daarin wordt melding gemaakt van een risico van vijftien miljard euro voor de Franse banken.

De cijfers over de werkelijke leningen van de banken ontberen overal transparantie, ook wat betreft de ECB. Volgens sommigen bedraagt het Griekse risico voor de Europese Centrale Bank 45 miljard euro. De Wall Street Journal heeft het over meer dan 120 miljard euro. Wie moeten we geloven? Deze situatie laat in elk geval één ding zien. Ondanks de crisis, ondanks alle beloften van regulering en controle blijft het Europese bankwezen een 'zwarte doos'.

Stresstest met vlag en wimpel doorstaan

Onder het mom van de crisis hebben de banken gedaan gekregen dat zij alle boekhoudkundige regels terzijde mogen schuiven en naar eigen inzicht hun rekeningen mogen opstellen. De stresstests die vorig jaar zijn uitgevoerd om de soliditeit van de negentig grootste Europese banken te bepalen, hebben op het karikaturale af laten zien hoe ondoorzichtig het systeem is: drie weken nadat zij alle tests met vlag en wimpel hadden doorstaan, gingen drie Ierse banken failliet.

Deze situatie is het gevolg van de keuzes die de ECB en de Europese regeringen tijdens de crisis hebben gemaakt. In plaats van de banken te verplichten transparantie ten aanzien van hun financiën te betrachten en hun boekhouding van alle giftige producten te ontdoen, in plaats van hen te dwingen nieuw kapitaal te vergaren, hebben de leiders de noodzakelijke maatregelen uitgesteld.

De ECB heeft hen tegen 1 procent rente al het geld geleend dat zij wensten. En door dit geld op hun beurt tegen drie, vijf of zelfs acht 8 procent uit te lenen, konden de banken eenvoudig nieuwe marges opbouwen. Daarom konden de meeste banken vanaf vorig jaar formidabele resultaten tonen en ons allemaal doen geloven dat van de gevolgen van de crisis niets meer te merken was. Dat was echter een illusie omdat het bankwezen geen hervormingen had doorgevoerd.

Blok aan hun been

Eenzelfde strategie, die bestond in het vooruitschuiven van termijnen en beslissingen, werd gehanteerd toen in Europa de Griekse crisis en het probleem van de staatsschuld in Europa in alle hevigheid losbarstten. Het eerste reddingsplan voor Athene was vooral een reddingsplan voor de banken om hen te helpen de moeilijkheden te boven te komen en zich discreet te ontdoen van effecten die een blok aan hun been waren geworden.

In plaats van hun koers te wijzigen, blijven de leiders van de centrale bank, gesteund door een deel van de Europese regeringen, hardnekkig op de oude voet verdergaan. Met een subliem argument proberen ze al hun critici het zwijgen op te leggen: een herstructurering voor Griekenland zou een nog ergere kettingreactie veroorzaken dan na het faillissement van Lehman Brother's in 2008. Het hele Europese bankwezen zou in elkaar storten, voorspelt de ECB.

Of de ECB het wil of niet, de eurozone is al volledig besmet. De Portugese en Ierse schulden kennen precies hetzelfde verloop als de Griekse schuld. En ook het bankstelsel wordt bedreigd. De ECB weet dat beter dan wie dan ook. Maandenlang al neemt hij de plaats in van de geldmarkt om de Ierse en Portugese banken liquide middelen te verschaffen. En sinds enkele maanden doen de Spaanse banken weer een beroep op de ECB om fondsen te verkrijgen die andere banken hun niet langer willen voorschieten.

Hoelang blijven de Europese leiders de grote schoonmaak van de banken nog uitstellen? "De vraag is niet of Griekenland gaat herstructureren maar wanneer en hoe", zeggen talrijke analisten telkens weer opnieuw. De veranderingen kunnen niet langer vooruit worden geschoven. Het alternatief is dat Griekenland en de eurozone uit elkaar spatten.