Europa is de wereld voorgegaan bij het in de praktijk brengen van de democratie. Daarom is het zorgwekkend dat de gevaren voor het democratisch bestuur van vandaag de dag, die door de achterdeur van de financiële prioriteiten binnensluipen, niet de aandacht krijgen die ze verdienen. We staan voor grote problemen als we bedenken hoe het democratisch bestuur van Europa kan worden ondermijnd door de steeds zwaarder wegende rol van financiële instellingen en kredietbeoordelaars, die hun macht nu vrijelijk kunnen uitoefenen over delen van het Europese politieke landschap.

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen twee verschillende zaken. Bij de eerste gaat het om de positie van de democratische prioriteiten, inclusief wat Walter Bagehot en John Stuart Mill de noodzaak van ‘bestuur via discussie’ noemden. Stel dat we aanvaarden dat de machtige financiële bazen een realistische kijk hebben op wat ons te doen staat. Dat zou er voor pleiten in een democratische dialoog aandacht te schenken aan hun mening. Maar dat is niet hetzelfde als toestaan dat de internationale financiële instellingen en de kredietbeoordelaars eenzijdig opdrachten kunnen geven aan democratisch gekozen regeringen.

In de tweede plaats is vrij moeilijk in te zien dat de offers, die de financiële bevelhebbers van de krap bij kas zittende landen hebben geëist, er uiteindelijk toe zullen leiden dat deze landen er weer bovenop komen. Evenmin is te begrijpen hoe die offers het voortbestaan van de euro kunnen garanderen binnen een ongewijzigd patroon van financiële samensmelting en een onveranderd lidmaatschap van de euroclub. De diagnose van de economische problemen door de kredietbeoordelaars is niet de stem van de waarheid die zij pretenderen te vertegenwoordigen. Het is de moeite waard in herinnering te brengen dat de staat van dienst van de kredietbeoordelaars bij het analyseren van financiële instellingen en bedrijven voorafgaand aan de kredietcrisis van 2008 zó slecht was, dat het Amerikaanse Congres serieus heeft overwogen ze te vervolgen.

Behoeft aan helderder economisch denken

Omdat een groot deel van Europa nu bezig is een snelle daling van de begrotingstekorten te bewerkstelligen via een drastische terugdringing van de openbare bestedingen, is het van cruciaal belang om op realistische wijze vast te stellen wat de waarschijnlijke effecten van het gekozen beleid zouden kunnen zijn, zowel op mensen als op het genereren van publieke inkomsten door economische groei. De verheven ethische connotaties van het begrip ‘offer’ hebben uiteraard een bedwelmend effect. Dit is de filosofie van het ‘juiste’ corset: ‘Als mevrouw zich er comfortabel in voelt, heeft zij zeker een kleinere maat nodig.’ Maar als de eisen ten aanzien van een financieel correct gedrag op een té mechanische wijze worden gekoppeld aan onmiddellijke bezuinigingen, zou het gevolg wel eens kunnen zijn dat de kip met de gouden eieren van de economische groei de nek wordt omgedraaid.

Deze zorg geldt voor een aantal landen, van Groot-Brittannië tot Griekenland. De onbetwiste status van de strategie van ‘bloed, zweet en tranen’ verleent een schijnbare plausibiliteit aan dat wat wordt geëist van financieel minder gezonde landen als Griekenland en Portugal. Het maakt het ook lastiger in Europa tot één politieke stem te komen, die het kan opnemen tegen de paniekerige retoriek van de financiële markten.

Naast een ruimere politieke visie is er ook behoefte aan helderder economisch denken. De neiging om het belang van economische groei bij het tot stand brengen van publieke inkomsten over het hoofd te zien moet beslist nader onder de loep worden genomen. De sterke relatie tussen groei en publieke inkomsten is in veel landen te zien, van China en India tot de Verenigde Staten en Brazilië.

Lessen uit de geschiedenis trekken

Er kunnen ook lessen uit de geschiedenis worden getrokken. De grote staatsschulden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog waren een grote bron van zorg, maar die last verminderde razendsnel dankzij de sterke economische groei. Op dezelfde manier verdwenen de grote tekorten waarmee Bill Clinton te maken kreeg toen hij in 1992 president werd als sneeuw voor de zon, eveneens dankzij een snelle economische groei.

De zorgen over een bedreiging van de democratie gelden uiteraard niet voor Groot-Brittannië, omdat het beleid daar is bepaald door een regering die via democratische verkiezingen aan de macht is gekomen. Hoewel het ontvouwen van een strategie, die tijdens de verkiezingen niet is genoemd, reden kan zijn voor bezinning, is dit wel het soort vrijheid dat een democratisch systeem de winnaar(s) van verkiezingen toekent. Maar dit neemt de noodzaak van meer publieke discussie niet weg, zelfs niet in Engeland. Er moet ook worden ingezien dat het zelfverkozen bezuinigingsbeleid in Groot-Britannië plausibiliteit lijkt te verlenen aan het nog drastischer beleid dat aan Griekenland wordt opgedrongen.

Hoe zijn sommige eurolanden in deze misère verzeild geraakt? De merkwaardigheid van een gemeenschappelijke munt zonder politieke en economische integratie heeft zeker een rol gespeeld, zelfs nadat men zich rekenschap had gegeven van de financiële onverantwoordelijkheden die in het verleden ontegenzeggelijk zijn begaan door landen als Griekenland en Portugal (en zelfs na de belangrijke opmerking van Mario Monti dat een cultuur van 'buitensporig respect' binnen de EU er voor heeft gezorgd dat deze onverantwoordelijkheden onbestraft zijn gebleven). Het is een grote verdienste van de Griekse regering – in het bijzonder van premier Giorgos Papandreou – dat zij doet wat zij kan, ondanks het politieke verzet, maar de bereidheid van Athene om zich te plooien neemt de noodzaak niet weg dat Europa de wijsheid onderzoekt van de eisen die aan Griekenland worden gesteld, en de timing daarvan.

Geen troost

Het biedt mij geen troost als ik me herinner dat ik sterk gekant was tegen de euro, ook al ben ik een groot voorstander van Europese eenheid. Mijn zorgen over de euro hadden voor een deel te maken met het feit dat ieder land zijn vrijheid moest opgeven om een eigen monetair beleid te mogen voeren en aanpassingen aan te mogen brengen in zijn wisselkoers. Deze mogelijkheden hebben landen die in het verleden in de problemen zaten dikwijls uitkomst geboden en de noodzaak vermeden van een ongekende ontwrichting van tal van mensenlevens, in een amechtige poging de financiële markten te stabiliseren. Die monetaire vrijheid had best kunnen worden opgegeven als er ook sprake zou zijn geweest van politieke en fiscale integratie (zoals in de VS), maar de halve oplossing van de eurozone is een recept gebleken voor een regelrechte ramp. Het prachtige politieke ideaal van een verenigd, democratisch Europa is verkwanseld ten faveure van een armzalig programma van onsamenhangende financiële versmelting.

Een sanering van de eurozone zou veel problemen met zich mee brengen, maar lastige kwesties moeten op intelligente wijze worden besproken. Europa mag niet op drift raken door toedoen van financiële winden, die worden gevoed door bekrompen geesten met een vreselijke staat van dienst. Dit proces zou moeten beginnen met het onmiddellijk terugdringen van de ongebreidelde macht van de kredietbeoordelaars om eenzijdige opdrachten uit te delen. Deze instellingen zijn lastig te disciplineren, ondanks hun ongelooflijk slechte prestaties in het verleden, maar weloverwogen uitspraken van legitieme regeringen kunnen een groot verschil maken voor het financieel vertrouwen, als er aan oplossingen wordt gewerkt, zeker als de internationale financiële instellingen daaraan hun steun verlenen. Het belang van het toeroepen van een halt aan de marginalisering van de democratische traditie van Europa kan nauwelijks worden overdreven. De Europese democratie is belangrijk voor Europa – en voor de wereld.