Aleksandr Loekasjenko, baas van Wit-Rusland mag dan misschien een lompe ongeletterde boer zijn, hij begrijpt ironie en weet heel goed welke schadelijke consequenties dat voor machthebbers kan hebben. Ook heeft hij maatregelen genomen die hem in de galerij der schaamteloze despoten plaatst. Komende zondag [3 juli], tijdens de viering van de onafhankelijkheid zal iedereen die tijdens de toespraak van de leider, het defilé van de troepen of erger nog, voor de agenten van de geheime dienst die de afkorting KGB nog steeds met trots dragen, durft te applaudisseren, gearresteerd worden.

"Applaus is alleen toegestaan wanneer de veteranen en oud-strijders voorbijkomen. In alle andere gevallen zullen we ingrijpen", kondigt het adjunct-hoofd van de politie Igor Essiev aan. Hij lijkt zich bij voorbaat te verheugen op deze nieuwe actie terwijl hij de wandelaars op het Oktiabravskaïaplein argwanend opneemt. Essiev en zijn agenten, goed zichtbaar voorzien van handboeien en wapenstokken, zien eruit alsof ze niemand vertrouwen. Ze ondervragen jongeren, oude vrouwen met hun tassen vol boodschappen en vragen om hun papieren.

Glimlachen en applaus als enige wapens

Zeker, ze willen het niet toegeven maar ze zouden aan het verbod op applaus graag nog iets toevoegen dat het regime op zijn zenuwen begint te werken: glimlachen. Je kunt stellen dat glimlachen en applaus de enige wapens zijn die de Wit-Russen resten om te protesteren tegen de regering. En tegen de maatregelen die deze regering neemt en die sinds de avond van 19 december steeds strenger worden.

Op die dag werden de presidentiële verkiezingen gehouden die geen enkele internationale waarnemer legitiem en rechtmatig heeft willen noemen. Sindsdien zitten alle rivaliserende kandidaten van Loekasjenko en een duizendtal demonstranten gevangen op grond van de meest onwaarschijnlijke beschuldigingen en in afwachting van een geheim proces en een van te voren bekokstoofd vonnis.

Maar noch Loekasjenko noch zijn entourage hebben een idee van hoe moe de meeste burgers zijn van de plichtsverzaking van de politie en vooral gedeprimeerd door de economische en financiële crisis die de kosten van levensonderhoud tot ongekende hoogten heeft opgejaagd [zie het kader hieronder, red.]. Zo is de laatste mode op het gebied van protesteren ontstaan. Een beetje als spel, en een beetje uit woede. De aanzet wordt altijd gegeven via internet, dat er ondanks de inspanningen van de KGB nog altijd in slaagt te ontsnappen aan de controles.

"We laten zien dat we bij hen horen die er niet meer tegen kunnen"

Er wordt afgesproken voor het gigantische paleis van de Republiek, op het Ocktiabravskaïaplein of zelfs voor het monumentale sovjetgebouw aan de Avenue Engels, de residentie van de president. Er wordt zorgvuldig afstand bewaard om te voorkomen dat de mensen ervan beschuldigd worden demonstranten te zijn. Geen spandoeken, geen leuzen. Er wordt alleen geapplaudisseerd en geglimlacht. De dappersten kijken de agenten strak aan en lachen. Ze liggen krom van het lachen en applaudisseren. En beginnen daarna weer opnieuw. Dat irriteert de agenten mateloos, maar tot nu toe was lachen zelfs onder het regime van Loekasjenko geen misdaad.

Sommige agenten proberen ze te laten stoppen maar de jongeren blijven dollen en geven het virus door aan de anderen. Hoe bozer de agenten worden, hoe meer er gelachen wordt. Er verschijnen nieuwsgierige gezichten achter de ramen, die ook lachen, waarop de obers bij de cafés en de meisjes die uit school komen, ook beginnen. En zelfs een agent kan zijn lach niet ingehouden, en wordt meteen afgestraft met een dodelijke blik van zijn superieuren. "Het is niet veel, maar daarmee laten we zien dat we bij die mensen horen die er niet meer tegen kunnen. En we zijn met velen".

Andreï Dmitrie (27), van burgerrechtenbeweging ‘Zeg de Waarheid’ kan niet veel meer doen dan meer zieltjes proberen te winnen. Hij demonstreerde op 19 december. Na zijn arrestatie bracht hij veertig dagen door in een cel van de 'Amerikanka', de KGB-kazerne. Hij zag hoe de rivalen van Loekasjenko een voor een geboeid werden binnengebracht. Onder hen bevond zich zelfs de dichter Vladimir Neklyavev, 74 jaar oud, die als een in een deken gewikkeld pakketje een cel werd binnengedragen.

Afschuwelijke cellen, stinkende latrines, gewelddadige cipiers, undercoveragenten als celmaat. "Maar de gevangenisverhalen zijn allemaal hetzelfde. De beschaafde wereld zou op andere zaken moeten ingrijpen." En hij vertelt dat een rechter die hem ondervroeg een dossier liet zien met transcripties van al zijn e-mails, telefoongesprekken en sms'jes. "Ze hadden ook gesprekken afgeluisterd die ik en mijn vrouw thuis hadden. We begrepen dat ze alles, maar dan ook alles van ons wisten. Inclusief de dingen die je zachtjes tegen elkaar in bed zegt, met het licht uit."

De mensen leven er als in een roman van Orwell

Nu wacht Dmitrie, na vage beschuldigingen van corruptie, op de uitspraak, net als enkele honderden andere inwoners van Minsk. Hun processen worden gevolgd door de vrijwilligers van het Helsinki Comité voor Mensenrechten die zichtbaar voor iedereen zijn ondergebracht in een kantoor op de zevende etage van een gebouw in het stadscentrum.

Ogenschijnlijk vrij. Hun baas heet Garry Pogonjajlo, hij is 70 jaar oud en lijkt iemand te zijn die het ergste wel gezien heeft. "Ik ben geboren in een goelag omdat mijn ouders het niet eens waren met Stalin. Ik weet dat ze me alleen vrij mijn gang laten gaan omdat ik verbonden ben aan een internationale organisatie. Maar de dingen zijn aan het veranderen. Marx zou zeggen dat dit een prerevolutionaire situatie is. De mensen staan op het punt te exploderen. Poetin heeft dat begrepen. In feite houdt Moskou Loekasjenko's hoofd boven water. Ze smeren stroop, maar houden ook afstand, ze verstrekken hem leningen om vervolgens te dreigen gas en elektriciteit af te sluiten. Moskou weet heel goed dat een verslechtering van de economische crisis voldoende is om het regime ten onder te laten gaan. Als het Westen eens wakker werd, zou dat beter zijn voor iedereen". In afwachting daarvan leven de mensen er als in een roman van Orwell.

Gisteravond gaf Andreï Dmitrie zijn vrouw een teken om naar buiten te gaan. Hij nam haar mee naar een park en zocht een plek waar het lawaaiig genoeg was om aan indiscrete oren te kunnen ontsnappen. Zij verwachtte dat hij haar het begin van een nieuwe demonstratie zou aankondigen. Maar hij zei glimlachend: "Ik wilde je alleen maar zeggen dat ik van je hou. Thuis durf ik dat niet, daar luisteren teveel mensen mee."