De politieke elites in Europa zijn momenteel een toonbeeld van ellende dat varieert van de tegenstrijdige reacties op de opstanden in de Arabische wereld tot en met het aarzelende optreden in de omgang met de eurocrisis. Politieke leiders blijven hangen in niets doen en besluiteloosheid of nemen hun toevlucht tot de ene onwaarheid na de andere, in de hoop dat ze op deze manier grip kunnen krijgen op de markten. Nu de Europese leiders moeten bewijzen wat ze al zo vaak hebben beweerd, namelijk dat Europa een daadkrachtig speler is op het politieke en economische wereldtoneel, blijven ze maar struikelen. En aangezien ze dat liever niet willen weten, huldigen ze elke struikeling als redding van Europa en de euro. De zwakke aanblik die Europa op dit moment biedt, is in wezen toe te schrijven aan het onvermogen van de elites.

Gezien dit falen van de elites hoeft het nauwelijks nog te verbazen dat de roep om democratisering van Europa juist nu weer klinkt. Het volk mag in orde brengen wat de elites hebben verknoeid. Het volk betaalt immers toch al de rekening voor het falen van de elite, dus mag het ook best meer invloed krijgen op de manier waarop en door wie Europa wordt aangestuurd.

Dat klinkt weliswaar logisch, maar is lang niet zo weloverwogen als het op het eerste gezicht lijkt. Ook na de democratisering van het verenigd Europa zullen de elites in Brussel en Straatsburg het immers voor het zeggen hebben. Het Europese volk, voor zover je daarvan kunt spreken, zou in dat geval op overduidelijk falen alleen kunnen reageren met het intrekken van de macht en het kiezen van een waardige tegenhanger van de falende elite. Het is echter nog maar de vraag of er dan principieel iets zal veranderen.

Europa was vanaf het begin al een eliteproject

Europa was vanaf het begin al een eliteproject, dat echter onder het voorbehoud stond van zijn democratisering bij de eerstvolgende gelegenheid die zich zou aandienen. Net zo halfslachtig waren de paar pogingen naar meer democratie in Europa. Daar kwam nog bij dat er geen oprecht vertrouwen in de kiezers was en dat de verkiezingen voor het Europees parlement, dat sinds het eind van de jaren 70 direct door de Europese bevolking wordt gekozen, ook niet erg geschikt zijn om dit wantrouwen uit de wereld te helpen: nergens is de opkomst onder kiezers zo laag als bij deze verkiezingen en kiezers zijn nooit eerder in zulke grote getale bereid geweest om op populisten te stemmen. De Europese bevolking was en is nu eenmaal geen Europees volk.

Voorstanders van democratisering reageren daarop met de bewering dat alleen democratisering kan leiden tot een Europees volk. Dat kan in theorie wel waar zijn, maar daarvoor is dan wel een kader van sociaal-economische en politiek-culturele voorwaarden noodzakelijk en juist daarvan kan nu geen sprake zijn. Het wantrouwen van Europeanen onderling, dat door de eurocrisis nog verder wordt verspreid, illustreert dat maar al te goed. De mensen die nu inzetten op democratisering versterken daarmee de centrifugale krachten in Europa. Ondanks al hun fouten en onhandigheden zijn het toch de elites die Europa bijeenhouden. Moeten we nu dan in plaats van nadenken over democratisering liever nadenken over de vraag hoe de elites handelingsbekwamer kunnen worden?

De Griekse problemen waren tien jaar geleden al bekend

Een situatie, waarin een land als Griekenland, waarvan het economisch potentieel tussen 2 en 2,5 procent van de hele eurozone uitmaakt, deze zone in een monetaire wurggreep kan nemen en aan de rand van de afgrond kan brengen, vertoont ernstige constructiefouten in het politieke statuut. Als er nu wordt geklaagd over het gesjoemel van de Grieken voorafgaand aan hun toetreding tot de euro, over de administratieve tekortkomingen van Griekenland (dat niet eens beschikt over een nationaal kadaster) en over het gebrek aan discipline en de bereidheid om te presteren bij delen van de Griekse bevolking, dan is dat op zijn hoogst bijzaak. Het daadwerkelijke probleem is gelegen in het feit dat iedereen tien jaar geleden al op de hoogte was van alles waar nu zo opgewonden over wordt gediscussieerd, maar dat daaruit destijds geen enkele consequentie is getrokken.

Europa werd beschouwd als een model dat wel opgewassen was tegen de Grieken. In plaats van te letten op de werkelijk relevante factoren werd er een religieuze en culturele discussie aangezwengeld over identiteit, waarmee Turkije buiten de deur moest worden gehouden, terwijl Griekenland, Bulgarije en Roemenië wel mochten toetreden tot de EU. Elites onderscheiden zich doordat ze de juiste vragen stellen. De Europese elites hebben echter niet voldaan aan deze eis.

Ratingbureaus op zoek naar de zwakste schakels in de euroketting

Een ander geval waarin de Europese elites hebben gefaald, was de aankondiging dat er met de invoering van de euro op het oude continent niet alleen een grotere markt zou ontstaan dan die van de Verenigde Staten, maar ook dat de euro in staat zou zijn om naast de dollar uit te groeien tot de tweede sterke munt in de wereldeconomie.

Destijds werd geen aandacht besteed aan het idee dat je voor de strategische bescherming van een dergelijk project minstens een Europese ratingbureau nodig had dat effectief weerstand kon bieden tegen de Amerikaanse bureaus. Men wilde de overheersing van de dollar en alle voordelen voor de Verenigde Staten in twijfel trekken en positioneerde de euro tegelijkertijd in een onbeschermde omgeving: de euro kon op elk moment worden aangevallen, omdat de Amerikaanse ratingbureaus op zoek gingen naar de zwakste schakels in de euroketting en op die plek de euro konden aanpakken.

Er wordt nu pas serieus nagedacht over een dergelijk ratingbureau, omdat doel en functie inmiddels ook duidelijk worden onderkend. De fout van destijds valt misschien wel te verklaren door het feit dat de elites alleen nog maar nadachten over het besturen van de welvaart en niet meer over de strategische strijd om macht en invloed. Misschien zijn de Europese elites wel het slachtoffer geworden van de verklaringen die ze hun eigen bevolking hebben gegeven over de legitimatie van het project. Ze zagen zichzelf als een soort zachtmoedige reus in plaats van als een speler met politieke macht, die extern voor zijn belangen vecht en intern zijn belangen doordrijft. In de politiek is het een onvergeeflijke zonde om legitimatie en strategie met elkaar te verwisselen.

Er zouden best veel voorbeelden kunnen zijn voor het feit dat we op Europees niveau te maken hebben met ernstig falen van de elites. Veel belangrijker is echter dat dit falen alleen door de elites zelf kan worden gecorrigeerd. De poging om het falen van de elites te compenseren door geforceerde democratisering zou in een chaotisch verval van het verenigd Europa eindigen. In de huidige situatie zou democratisering de macht om te handelen van anti-Europese spelers versterken en het aantal spelers dat in Brussel gebruikmaakt van hun vetorecht duidelijk verhogen.

De periferie domineert het centrum

In Europa zullen daarom nauwelijks geschiktere elites aan de macht komen en de zittende elites zullen nauwelijks minder fouten maken, besluitvaardiger optreden en de Europese belangen behendiger in stelling brengen zolang de randvoorwaarden voor het handelen van de elite, met andere woorden de Europese grondwet, niet aanzienlijk wordt gewijzigd. De huidige crisis mag dan geen goede voorwaarde voor democratisering zijn, ze is wel een goede gelegenheid om het Verdrag van Lissabon te herzien.

In het verleden werd er veelvuldig gesproken over de as Parijs-Bonn respectievelijk Parijs-Berlijn, die intact moest blijven om te zorgen dat Europa op snelheid kon komen. Intussen is de last die op deze as rust te zwaar geworden. Er wordt meer leiding verwacht van de Duitsers, maar zodra ze daar ook maar iets van laten zien, wordt die afgewezen of zelfs bestreden. In Europa heeft het centrum te weinig macht en de periferie te veel. Zolang daar geen verandering in komt, zullen de EU en de euro de crisis niet te boven komen. Een nieuwe verdeling van politiek gewicht in Europa is misschien lastig, maar dat neemt niet weg dat die dringend noodzakelijk is.

Voorafgaand aan de EU-uitbreiding naar het oosten is een debat gevoerd over de toekomstige ontwikkeling van het verenigd Europa, maar onder het verkeerde motto ‘Verdieping of uitbreiding’. De vraag had moeten luiden hoe krachtig het centrum moet zijn om opgewassen te zijn tegen de periferie. Intussen domineert de periferie het centrum en dicteert zowel de politieke agenda als het ritme in de besluitvormingsprocessen.

Ook als we ons door de eurocrisis en het faillissement van Griekenland heen zouden worstelen, blijft dit feitelijke probleem bestaan en zouden dergelijke crises zich dus op elk moment opnieuw kunnen voordoen. Een min of meer geordend faillissement van Griekenland zou niet meer zijn dan een stapje op weg naar de redding van de euro. De beslissende stap is een nieuwe politieke grondwet voor Europa, en wel eentje waarin democratisering een werkelijke optie is in plaats van een dreiging met ondergang en verval.