Als we afhankelijk waren van de vis die in Britse wateren wordt gevangen, zouden we dit weekend al zonder vis komen te zitten.

Het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan was ooit een van de meest productieve zeeën van de planeet. Nu ziet Europa zich, ondanks het feit dat het een van de grootste vissersvloten van de wereld heeft, gedwongen om twee derde van de vis die het consumeert te importeren. In plaats van een recordproductie hebben we nu te maken met een record aan overbevissing, waar drie kwart van de Europese vispopulatie door wordt getroffen.

In een wereld die steeds meer behoefte krijgt aan eiwitten, en vooral aan het gezonde vlees van vissen, is dat op zichzelf al een misdaad. Maar we moeten ook nog eens veel geld neertellen voor dit wanbeheer. Als de belastingbetalers niet flink zouden meebetalen, in de vorm van subsidies, zouden grote delen van de Europese visserijsector instorten. Het kost ons jaarlijks een miljard euro om die sector drijvende te houden. De helft van dat geld gaat naar Spanje.

De dood van het beruchte gemeenschappelijke visserijbeleid

Het zou allemaal heel anders kunnen zijn.

In een perfecte wereld zou Europa zijn voordeel doen met zijn vis en geld verdienen door de grote vangsten van een gezonde bedrijfstak te belasten. De Europese wateren zouden eruit zien als die rond Amerika, Nieuw-Zeeland en Australië, waar quota's, gebaseerd op betrouwbare wetenschappelijke inzichten, de voorraden en de winsten tot bloei hebben gebracht.

Dr Rainer Froese van het Leibniz Instituut voor Zeewetenschappen heeft berekend dat als Europa dezelfde wetenschappelijke principes zou volgen, de winsten binnen vier of vijf jaar zouden verdrievoudigen, de voorraden zouden verviervoudigen en de vangsten met 60 procent zouden stijgen. Sommige soorten zouden zich sneller herstellen en andere nooit, maar hij zegt dat zelfs in zo'n korte tijd “het paradijs kan worden bereikt”.

Gelukkig voor Europa hebben we in Maria Damanaki een progressieve Commissaris voor de Visserij, die aan de kant van de engelen – en van de vis – staat. Damanaki begrijpt dat het haar taak is de visstand op peil te houden, zodat de vissers zich kunnen voeden. Haar voorgangers leken te denken dat het andersom werkte.

Gisteren was het haar moment om de dood bekend te maken van het beruchte gemeenschappelijke visserijbeleid, dat ons in deze ellende heeft gestort, en een tijdperk van verlichting aan te kondigen. Ze bediende zich daarbij van stevige woorden. “We kunnen het ons niet veroorloven zo te blijven doorgaan. We hebben verandering nodig.

Helaas zullen we die niet krijgen.

De druk vanuit de publieke opinie kan een verschil maken

Ondanks een paar positieve signalen maakte haar toespraak duidelijk dat zij er niet in was geslaagd de werkelijke schuldigen voor onze wanhopige toestand te verslaan – de ministers van de Visserijraad van de EU en hun bekwame medeplichtigen, de lobbyïsten voor de visserijsector.

Positief is dat sommige soorten onder een beheersplan voor de langere termijn komen te staan, dat verder buiten het bereik van de ministers ligt. En het Europees Parlement heeft nu, voor het eerst, net zoveel in te brengen bij de hervormingen, zodat het publiek meer invloed krijgt. De beroemde chefkok Hugh Fearnley-Whittingstall heeft al aangetoond dat druk vanuit de publieke opinie een verschil kan maken. Grotendeels dankzij 'Hugh’s Fish Fight' staat de gewoonte om zeer goed eetbare vis weg te gooien, waardoor alleen al in de noordelijke Atlantische Oceaan 1,3 miljoen ton vis in zee verdwijnt, op het punt te worden verboden.

Europa betaalt nu al wetenschappers om te bedenken hoeveel vis er kan worden gevangen zonder de visstand aan te tasten. De vangsten moeten tot net aan de goede kant van de curve beperkt blijven. Als we een veiligheidsmarge hanteren voordat we de quota vaststellen, ligt een gezonde oceaan binnen handbereik.

De voorstellen zullen waarschijnlijk verwateren

Maar niets in de hervormingsvoorstellen van Damanaki houdt een belofte in om zich in de toekomst aan de wetenschappelijke adviezen te houden. In plaats daarvan was de toespraak van gisteren het beste wat zij langs deze stevig verschanste oppositie wist te krijgen. En de voorstellen zullen waarschijnlijk alleen nog maar meer verwateren.

Het lijkt er dus op dat de stroperij zal voortduren. Damanaki drukt ons op het hart dat de Europese vis van iedereen is, maar de belangrijkste beslissingen over deze vis worden achter gesloten deuren genomen door de ministers van Visserij, die de wetenschap blijven negeren, ten faveure van gevestigde kortetermijnbelangen. De notulen van deze vergaderingen en de gegevens over de stemmingen worden nooit bekend gemaakt.

De Britse minister van Visserij Richard Benyon zegt dat hij graag zijn bevoegdheid zou verliezen om te stemmen voor niet-duurzame vangstmethoden, maar het lijk erop dat te veel van zijn collega-ministers daar niets voor voelen. Als gevolg daarvan gaat een grote kans voor cruciale hervormingen verloren en worden we zoals gewoonlijk geconfronteerd met de voortzetting van een slecht beleid.