De verontwaardiging is groeiende, niet alleen ten opzichte van degenen die de schulden hebben gemaakt – IJslands failliete Kaupthing en Landsbanki met hun Icesave-rekeningen en puissant rijke vastgoedeigenaren in de Baltische staten en Midden-Europa – maar ook (ten opzichte) van de buitenlandse adviseurs en crediteuren die druk op de regeringen uitoefenen om de banken en de overheidsbedrijven aan insiders te verkopen. Het animo in IJsland om lid te worden van de EU is gedaald naar iets meer dan een derde van de bevolking, en de Partij van Nationale Harmonie van Letland, de eerste sinds de onafhankelijkheid die een groot segment Russisch sprekende bevolking telt, heeft een meerderheid gekregen in Riga en wordt de meest populaire nationale partij. Het protest van de bevolking in beide landen heeft de politieke druk aangewakkerd om de schuldenlast te beperken tot redelijke betalingsmogelijkheden.

Deze politieke druk bereikte in het weekend een kritiek punt in het parlement in Reykjavik. De Althing werd het eens over een overeenkomst, die maandag naar alle waarschijnlijkheid wordt geformaliseerd, voor een sterke beperking van de aflossingen aan het Verenigd Koninkrijk en Nederland ter compensatie van de kosten voor het uitkopen van de spaarders van Icesave.

Voor zover ik weet is de overeenkomst de eerste sinds de jaren 20 waarin een buitenlandse schuld ondergeschikt wordt gemaakt aan de betalingscapaciteit van een land. De betalingen van IJsland worden beperkt tot 6 procent van de groei boven het bruto nationaal product van 2008. Als de crediteuren de IJslandse economie tot soberheid dwingen, is er geen groei en krijgen ze hun geld niet.

Er is een grens aan de buitenlandse betalingen die een economie kan doen. Hogere nationale belastingen betekenen niet dat een overheid deze inkomsten kan omzetten in deviezen. Deze realiteit wordt weerspiegeld in de houding van IJsland ten aanzien van de Icesave-schuld – geschat op de helft van het hele BNP.

Starre ideologie of economische realiteit

Zullen Groot-Brittannië en Nederland de situatie in IJsland accepteren? Proberen meer rentebetaling op te leggen dan een land kan betalen, vergt een onderdrukkend extractief fiscaal en financieel regime, waarschuwde Keynes, hetgeen op zijn beurt een nationalistische politieke reactie zou opwekken om zich aan de eisen van crediteurenlanden te onttrekken.

Hier geldt een pragmatisch economisch principe: een schuld die niet kan worden betaald, wordt niet betaald. Wat een open vraag blijft is wat er zal geberuen met de schulden die niet worden afbetaald. Worden er veel kwijtgescholden? Of zullen IJsland, Letland en andere debiteuren tot soberheid worden gedwongen om er een economisch overschot uit te persen om wanbetaling te voorkomen?

De tweede optie zou de schuldenlanden een nieuwe richting kunnen doen inslaan. Eva Joly, de Franse openbare aanklager die is aangesteld om een oplossing voor de bankcrisis in IJsland te vinden, waarschuwde deze maand dat IJsland weinig meer zou overhouden dan de natuurlijke hulpbronnen en de strategische ligging: "Rusland zou bijvoorbeeld zijn oog het land kunnen laten vallen". De post-Sovjet landen zien de kiezers al van Europa wegdrijven in reactie op de door de EU ondersteunde destructieve politiek. Het is het een of het ander. Zal starre ideologie plaatsmaken voor economische realiteit, of omgekeerd?