Op het eerste gezicht is Totnes een Engels stadje als vele andere: 8.500 inwoners, een kasteel, een markt, met bloemen versierde pubs, een hoofdstraat, winkels en supermarkten, het gebruikelijke trage plattelandstempo, dezelfde mopperende autochtonen, die de Londenaren enigszins vijandig benaderen, die hier hun tweede huis kopen en zich als snobistische stedelingen gedragen... Zeer kenmerkend. Maar Totnes is anders, heel anders! Het is de meest ontwikkelde transition town ter wereld, pionier van een beweging die, zich ten doel heeft gesteld het eigen energieverbruik terug te dringen en de eigen CO2-voetafdruk te verkleinen om de klimaatvernadering tegen te gaan en de afhankelijkheid van aardolie te verminderen. De uitdaging? Komen tot zelfvoorziening.

Ruilsysteem voor goederen en diensten

Totnes biedt de ideale bodem voor deze revolutie die pas vier jaar geleden in Kinsale (Cork, Ierland) is begonnen. Het initiatief kwam van een groep masterstudenten die een rapport hadden opgesteld gebaseerd op deze uitgangspunten en die niet lang daarna werd aangenomen als officieel gemeentelijk beleid. Rob Hopkins, geboren in Devon, vestigde zich met zijn theorieën in deze plaats in zuidwest Engeland. Met een intellectuele en een beetje hippie-achtige bevolking, veel goed opgeleide middenklassers, met een enorme koopkracht en zowel conventionele als alternatieve interesses, stond Totnes al bekend als chique New Age hoofdstad.

Het allereerste wat opvalt in dit mondiale epicentrum van transition towns is dat Totnes zijn eigen munt heeft: de Totnes-pound. In het totaal zijn er 10.000 biljetten van een pond gedrukt (een Totnes-pound is een pond sterling waard). Deze worden door ongeveer honderd zaken geaccepteerd die zich bij de beweging hebben aangesloten. Het doel is duidelijk: de aankoop van plaatselijke producten bevorderen in de winkels in de stad om energieverspilling te beperken (transport, enz.) en om bij te dragen aan de lokale geldomloop en het overleven van kleine bedrijven. Parallel hieraan is er een ruilsysteem van goederen en diensten op poten gezet dat verder gaat dan wat gebruikelijk is in de formele economie.

In het centrum zijn vier geldautomaten waarmee munten van een pond kunnen worden gewisseld voor biljetten van een Totnes-pound. Het initiatief heeft allereerst een enorme polemiek veroorzaakt vanwege het onderscheid dat er wordt gemaakt tussen wel en niet aangesloten bedrijven – vooral bedrijven die bij een keten horen, waarvan de klanten van elders komen en geen muntsoort willen gebruiken die in de rest van het land geen waarde heeft. "Het klopt dat er onderscheid wordt gemaakt: enerzijds, zijn er de mensen die het op zich nemen om lokale producten te kopen, anderzijds degenen die andere modellen volgen. Dat is onvermijdelijk", legt Noel Longhurst uit, pionier van de organisatie Transition Town Totnes.

"Denken op werldniveau, handelen op plaatselijk niveau"

Er zijn transition towns in Groot-Brittannië, Ierland, Canada, Chili, Australië, Nieuw-Zeeland, Nederland en de Verenigde Staten. Ze vertegenwoordigen een beweging die zich in de marge van de gevestigde orde ontwikkelt, maar wil samenwerken met gemeentelijke autoriteiten. Het is in het algemeen het werk van vier of vijf geëngageerde eenlingen die zowel de filosofische idealen willen bekendmaken [die aan de beweging ten grondslag liggen] als een strategie ontwikkelen. Ze steken veel energie in het maken van een website, het organiseren van seminars, lezingen op scholen, het vertonen van films, het houden van openbare discussies, het opvoeren van contacten met politici en plaatselijke zakenmensen, enz.

Om officieel als transition town te worden beschouwd, moeten steden en dorpen een soort examen doen. Vervolgens dient minstens een vertegenwoordiger een scholing te geven om ervoor te zorgen dat er in de stad een kleine organisatie is die verder gaat dan alleen wat goede wil en dat er geen problemen zoals concurrentie of interne onenigheid bestaan die het project zouden kunnen afremmen. "Een van de meest voorkomende problemen is scepticisme: veel mensen zeggen dat grote bedrijven en de gevestigde orde niet zullen aarzelen ons te verpletteren als we ons op hun terrein begeven – een vrees die tot nu toe niet op werkelijkheid berust. Een ander tegenargument is dat de Groenen het milieu al beschermen of dat ons apolitiek programma ingepikt zou kunnen worden door extremisten".

Het uiteindelijke doel van Totnes is, net als bij alle transition towns, het zo lokaal mogelijk houden van de productie, de distributie en de consumptie zodat de meeste arbeidsplaatsen door de plaatselijke bevolking worden bezet en voeding, energie en water in de gemeenschap zelf worden geproduceerd. Volgens Longhurst, "moeten we denken op wereldniveau, maar handelen op plaatselijk niveau. Zich voorbereiden op de crisis zonder daarbij ongelukkig te worden".