De afgelopen 24 uur zullen voor altijd in ons geheugen gegrift staan. We mogen ze niet vergeten.

Maar eerst moeten we rouwen om de doden die zijn gevallen in het centrum van Oslo en op Utoya. Wij zullen die rouw met ons mee blijven dragen. Tegelijkertijd zullen we de regeringswijk weer opbouwen en zal de AUF (Arbeidernes ungdomsfylking, de jongerenafdeling van de Arbeiderspartij) zich reorganiseren. Daarnaast moeten wij werken aan de wederopbouw van een Noorwegen dat gebaseerd is op openheid en vertrouwen.

Het is normaal dat we woedend zijn om wat er is gebeurd. Dat moeten we ook zijn. Terrorisme en massamoord zijn onbegrijpelijk en er is geen enkele reden om op de een of andere manier begrip te tonen voor dergelijke daden. Zoals de premier [Jens Stoltenberg van de Arbeiderspartij] al zei, draait deze gebeurtenis rond angst, bloedvergieten en doden.

Er is een man gearresteerd. Misschien heeft hij alleen gehandeld, misschien had hij handlangers. Het is zo klaar als een klontje dat dit moet worden uitgezocht. Tot op de bodem, want het terrorisme mag niet zegevieren. Dat kan alleen gebeuren door een fatsoenlijke rechtspleging en een sobere houding, die passen bij het Noorwegen dat wij willen na 22 juli 2011.

Wij willen geen Noorwegen met verscherpte eisen aan reizen, meer uniformen op straat en dus ook grotere inbreuken op ons privéleven, wij willen de taal van het terrorisme niet begrijpen. Want dan zullen de terroristen zegevieren. Wij willen een Noorwegen dat gebaseerd is op de waarden van vrijheid en gelijkheid, die zo hoog in het vaandel stonden van de jongeren die op Utoya bijeen waren gekomen, en die ook zo hoog in het vaandel staan van de meeste burgers van ons land.

Alle lof komt toe aan de leden van de regering die het goede voorbeeld hebben gegeven door zich tot nu toe alleen bezig te houden met rouwen en een debat uit de weg te gaan over de kwestie van de aansprakelijkheid en de overheidsuitgaven op het gebied van veiligheid. Andere politici hebben zich net zo verantwoordelijk gedragen. Op die manier zal Noorwegen er weer bovenop komen, op die manier moeten wij discussies voeren.

Hier kun je op straat nog een minster tegen het lijf lopen

De afgelopen tien jaar hebben gebeurtenissen over de hele wereld, op tal van gebieden, ons voor een hele reeks uitdagingen geplaatst. De veiligheid is aangescherpt. Nieuwe opsporingsmethoden breken in in het leven van miljoenen onschuldige burgers, in de hoop dat enkele schuldigen tegen de lamp zullen lopen. Het is in ons land nog mogelijk om een minister op straat tegen te komen. Maar we moeten erop voorbereid zijn dat dat wel eens zou kunnen veranderen. Gisteren hadden we gedurende enkele uren het gevoel dat Noorwegen opnieuw bezet was. Gelukkig was dat niet het geval.

We moeten er nu voor zorgen dat we ons niet laten meeslepen door angst, zoals de Verenigde Staten na 11 september 2001. Noorwegen is een land dat goed functioneert. Dat hebben we de afgelopen 24 uur wel gezien aan de wijze waarop de politie, de hulpdiensten, militairen en vrijwilligers de handen ineen hebben geslagen voor de hulpverlenings- en opsporingswerkzaamheden.

Dat hebben we ook gezien aan de duidelijke en verstandige wijze waarop politici hun taak opvatten, met name ten aanzien van die van de politie. Want wij hebben geen politici nodig die voor politieagent gaan spelen. Het is de taak van de politie om opsporingswerkzaamheden te verrichten en criminele handelingen te voorkomen, en het is aan de rechtbanken om hierover te oordelen. Wij hoeven er alleen maar op toe te zien dat dit gebeurt binnen het kader van de huidige wetgeving.

Wat wij niet weten, is hoe diep diegenen die op de een of andere wijze met deze ondraaglijke gebeurtenissen te maken hebben, in hart en ziel geraakt zijn. En we weten ook niet hoe we het zonder al die jongeren moeten stellen die een betere maatschappij in de toekomst voor ogen hadden.

Deze schade kan niet met cement, bakstenen of verf gerepareerd worden. Deze schade gaat ons allemaal aan. En het is deze schade die ons zo wanhopig, boos en verdrietig maakt.