Zolang er geen onweerlegbaar bewijs op tafel ligt – dat hoogstwaarschijnlijk niet zal komen – van een terroristisch complot, moet het ongelooflijke Noorse bloedbad worden beschouwd als een fait divers met verschrikkelijke proporties, maar nog steeds een fait divers. Over de hele wereld zijn er vele terroristische groeperingen, vaak met tegengestelde ideologieën, die tot de ergste wreedheden in staat zijn, maar er bestaat ook zoiets als een misdrijf – dat nog mysterieuzer en verontrustender is, juist omdat er meer dan eens geen motief is – dat wordt uitgedacht, georganiseerd en uitgevoerd door de geest van slechts een enkel individu, buiten ieder politiek motief om, hoe krankzinnig ook.

Zoals Pierluigi Battista al schreef in Corriere is de voortdurende zoektocht naar een complot (dat op zijn manier rationeel is ondanks de perversiteit), naar een politieke en maatschappelijke verklaring of naar een zeer precies collectief project, een onbewuste manier om onszelf gerust te stellen en de daad gelijk te stellen met een of andere opdracht, hoe verwerpelijk ook. Het is een manier om ons over te geven aan oeverloos gepraat over geheimzinnige samenzweringen, die in essentie angstaanjagend zijn maar ongewild ook voldoening schenken, omdat het vaak bevredigend is om lang stil te blijven staan bij de vage beelden van nachtmerries, gruwelijkheden en angsten.

Een drama duiden of proberen te duiden biedt troost en zelfs een superieur gevoel van bevrediging. Omdat er zoveel misdrijven onopgelost blijven, lijken de meningen over de min of meer verborgen bedoelingen ervan belangrijker (en nemen ook meer plaats in de kranten in) dan de opsporingsactiviteiten zelf, die in eerste instantie toch het eerste en misschien wel het enige zijn wat telt.

Ieder van ons heeft iets onbenoembaars in zich

Zoals de slogan van de Parijse studentenprotesten in 1968 – die te pas en te onpas uit de kast wordt gehaald maar niets aan waarheid heeft ingeboet – al verkondigde: ‘Alles is politiek’. Niemand komt van de maan. Zowel de einzelgänger als de meest sociale mens ter wereld vormt een draad in het web van de wereld waarin hij leeft. Hij leeft in deze wereld en neemt deze tenminste gedeeltelijk op. Wat uit de buitenwereld al dan niet bewust tot hem doordringt, vermengt hij met zijn eigen DNA. Er zijn geen passies, gewoonten, wensen, angsten en gedragingen die alleen van ons zijn.

Het is waar dat het individu, zoals de filosofen in schoolboeken beweerden, onbenoembaar is of althans dat er in ieder van ons iets onbenoembaars is, maar deze ongrijpbare en beweeglijke schaduw van ons hart maakt ook deel uit van een sociaal web. Toch blijft er een duidelijk verschil tussen de individuele actie van een persoon en het gezamenlijke project van een organisatie, ook al wordt dit door slechts één persoon uitgevoerd.

Hoogstwaarschijnlijk kan de Noorse schutter gelijkgesteld worden met Landru [een Franse seriemoordenaar, red.] en Jack the Ripper, die ook producten van hun tijd waren, dan met de moordenaars van de Italicus [de trein die in juli 1974 werd opgeblazen waardoor 12 mensen de dood vonden, red.] of de Piazza Fontana [17 doden in 1969 in Milaan, red.].

Kwaad is permanent latent aanwezig

Het zou verachtelijk zijn om zijn naam te gebruiken om een of andere politieke beweging zwart te maken. Zijn gruwelijke misdaad laat zien dat het kwaad permanent latent aanwezig is en dat het op elk moment de kop op kan steken. Het laat zien dat wij elke dag schouder aan schouder samenleven met het kwaad dat altijd op de loer ligt en klaarstaat om tot actie over te gaan.

Deze slachting van mensen laat ook de oneindige banaliteit en achterlijkheid van kwaad en geweld zien, die zo vaak worden gepresenteerd in een verleidelijke verpakking, alsof ze de uitdrukking zijn van een aantal onbekende, maar diepe duivelse waarheden. Zoveel mensen waren gefascineerd door het mes van Jack the Ripper, waarin zij het zwaard van een duivelse engel zagen.

Ze hadden geen oog voor de opengereten buiken en het lijden van de door hem omgebrachte vrouwen, de enige echte hoofdrolspeelsters in dit tragische verhaal waarin hij slechts een – verdoemde – figurant speelt. Schandelijk genoeg, maar helaas onvermijdelijk, is de naam die in onze geheugens gegrift blijft staan die van de moordenaar, niet die van zijn slachtoffers.

We kunnen en moeten respect hebben voor zo iemand

De mechanische, herhaaldelijke schoten van de moordenaar op zijn slachtoffers kunnen worden vergeleken met een reusachtige montagelijn. Uiteraard is hij ook een mens die menselijk blijft ondanks zijn misdrijven, een mens die moet worden vervolgd, maar ook beschermd volgens het principe gelijke monniken, gelijke kappen, dat ook voor de wreedste moordenaars geldt. Een persoon die waarschijnlijk ten prooi is gevallen aan zijn obsessies, pijn en angsten.

We kunnen en moeten respect hebben voor zo iemand – naast de juridische kwalificatie van zijn daden en de noodzakelijke straffen – maar niet volgens de banale retoriek van het kwaad – omdat hij een moordenaar is of eerder ondanks het feit dat hij een moordenaar is. Zijn vergrijp is niet alleen de meest verschrikkelijke, maar ook de stomste, meest mechanische en meest bekrompen handeling van zijn leven.

De moordenaar van meer dan zeventig mensen lijkt zichzelf gedefinieerd te hebben als ‘fundamentalistisch christen’, een term die geen enkele betekenis heeft. Vaak wordt fundamentalisme abusievelijk gelijkgesteld met radicalisme, in het bijzonder op religieus vlak, van een geloof – tegenwoordig hoofdzakelijk de islam – en in het algemeen iedere buitengewoon intolerante vorm van religieus traditionalisme.

Fundamentalisme heeft weinig tot niets te maken met traditie, vooral niet de traditie die wordt gezien als de jaloerse hoedster van het naleven van starre dogma’s. Fundamentalisme is geen traditioneel verschijnsel dat in het verleden verankerd ligt, maar een zuiver modern fenomeen dat kenmerkend is voor massamaatschappijen en globalisatie, net als bijvoorbeeld het fascisme een modern, totalitair verschijnsel is dat radicaal verschilt van de autoritaire regimes uit het verleden.

Bijna alle waarden moeten als optioneel worden beschouwd

De moordenaar die zonder na te denken de trekker overhaalt, zou niet moeten leiden tot discussies over rijke en vredelievende samenlevingen zoals die van Noorwegen, of tot wetenschappelijke studies op dit gebied. Andere vormen van het kwaad – en deze zijn politiek, maatschappelijk en collectief van aard – zijn zowel afkomstig van achterlijke en barbaarse maatschappijen als van open en civiele maatschappijen, die als modellen van de democratie worden beschouwd zoals Nederland of bepaalde Scandinavische landen waar agressieve, xenofobe bewegingen voet aan de grond krijgen, dwars tegen de tradities in deze landen in.

Dat xenofobie in Nederland sterker is dan in Spanje, komt wellicht doordat de Spaanse cultuur, zoals die in vele andere landen, een diepere betekenis van de heiligheid van het leven heeft bewaard, en waarin een zeer duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de vele waarden die permanent op losse schroeven worden gesteld en de twee of drie essentiële waarden – bijvoorbeeld gelijkheid van alle burgers ongeacht seksuele geaardheid, etnische afkomst, geloof, enzovoort – die wij als absoluut moeten beschouwen en waarover niet gediscussieerd en onderhandeld kan worden.

Bijna alle waarden, maar niet allemaal, moeten als optioneel worden beschouwd. Wanneer ‘alles mogelijk is’ zoals Dostojevski schreef, wordt de wereld verschrikkelijk. Maar dat kunnen we de Noorse moordenaar, die geen fundamentalist en ook geen christen is – niet voor de voeten werpen. De moord op zevenenzeventig mensen is al meer dan voldoende.